Wie een procedure bij de rechtbank verliest, wordt veroordeeld de proceskosten van de tegenpartij te vergoeden. Daar staat tegenover dat degene die de procedure wint, in de regel zijn proceskosten vergoed krijgt. Die proceskostenveroordeling dekt echter niet de werkelijk gemaakte kosten, maar is een forfaitair bedrag. De griffierechten en deurwaarderskosten worden in de regel wel toegewezen, maar de advocaatkosten niet.
In haar weblog van 7 november 2012 schreef Mechteld van Veen-Oudenaarden al over de plannen van de Minister van Financiën om door wijziging van de spelregels van het fiscaal bodemvoorrecht de positie van de Belastingdienst ten opzichte van banken in faillissementen te verbeteren (zie weblog: Einde bodemverhuurconstructie). De wijziging is onderdeel van het “Belastingplan 2013”. Dit Belastingplan 2013 is – inclusief de gewijzigde spelregels inzake het bodemvoorrecht – aangenomen door de Eerste Kamer.
Er is in faillissementsland de laatste tijd veel te doen om pandrechten. Zo schreven wij recent al weblogs over de goedkeuring van verzamelverpanding van vorderingen bij volmacht ("Verpanding van vorderingen door volmachten geldig") en het wetsvoorstel om frustratie van het bodem(voor)recht van de Belastingdienst tegen te gaan ("Einde bodemverhuurconstructie?"). In januari jl. wees het Gerechtshof Leeuwarden een arrest dat ging over de vraag welke debiteurenvordering nu eigenlijk onder een pandrecht vallen.
Wie zijn schulden niet meer kan betalen, kan (persoonlijk) failliet worden verklaard. De rechtbank stelt dan een curator aan die de bezittingen van de schuldenaar kan verkopen, om de verkoopopbrengst te verdelen onder alle schuldeisers. In beginsel verkoopt de curator alle eigendommen van de schuldenaar. De wet maakt echter enkele specifieke uitzonderingen, zoals bed/beddengoed, huisraad, kleding, het werktuig van ambachtslieden, en auteursrechten van de oorspronkelijke maker.
In mijn weblog van 9 maart 2009 schreef ik over het misbruik dat een particulier maakte van diverse stichtingen, waarin hij de eigendom van zijn monumentale woning had ondergebracht (zie hier). Op die manier probeerde hij de woning aan beslaglegging door schuldeisers te onttrekken. Die constructie hield geen stand.
Vanaf vandaag geldt er een nieuwe regeling voor bepaling van de incassokosten en is de wettelijke rente aangepast. Per 1 januari 2013 stelt de wet ook de betalingstermijn vast, indien partijen er geen of een veel te lange hebben afgesproken.
Vele ondernemingen zijn een gezamenlijke activiteit van twee (of meer) personen, al dan niet binnen familie-verband. Die gezamenlijke onderneming lijkt op een huwelijk: aan het begin van het avontuur hebben de ondernemers dezelfde ideeën, kunnen zij het goed met elkaar vinden, en gaat de samenwerking vanzelf. Door het eenvoudigweg verlopen van de tijd, ingrijpende gebeurtenissen of het ontstaan van meningsverschillen, kan die samenwerking echter ook spaaklopen. Net als bij een echtscheiding zal de samenwerking dan verbroken moeten worden, waarbij partijen – vaak door emoties gedreven – geen gezamenlijke oplossing kunnen vinden; beide willen alleen verder met de onderneming, geen van beide wil er uit stappen; degene die vertrekt / vertrekken moet, wil een te groot bedrag aan uitkoopvergoeding die de ander niet wil betalen; enz.
Faillissementen van privé-personen hebben grote gevolgen. De rechtbank stelt een curator aan die de zeggenschap krijgt over de eigendommen van de gefailleerde persoon, en verkoopt die. Auto’s worden verkocht, spaargelden worden opgenomen, en andere spullen van waarde zal de curator te gelde maken. Als de gefailleerde persoon (mede) eigenaar van een huis is, zal dat in de regel ook worden verkocht om de hypotheek af te lossen en de eventuele overwaarde te verdelen onder de overige schuldeisers. Mede om dit te voorkomen, kiezen mensen er steeds vaker voor om te trouwen op huwelijkse voorwaarden (geen gemeenschap van goederen). Dat werkt tot verrassing van zeer velen echter niet altijd.
In deze tijden van financiële crises verlenen banken nog maar mondjesmaat krediet. Hoe beter banken zich kunnen indekken tegen het risico van niet-aflossing door de kredietnemer, hoe meer en makkelijk krediet wordt verleend. De zekerheden die banken (kunnen) vragen bij het verstrekken van een bedrijfsfinanciering zijn vooral borgstellingen en pandrechten op voorraad, inventaris en debiteuren. Voor verpanding van debiteuren is wettelijk vereist: een ondertekende pandakte, die is geregistreerd bij de Belastingdienst. De wet bepaalt bovendien dat alleen bestaande debiteuren verpand kunnen worden; toekomstige debiteuren niet.
In een weblog van december 2010 schreef ik over de aankomende wijziging in de wetgeving over beperking van de mogelijkheid tot automatische verlenging van abonnementen (zie onderaan). Nu deze wet binnenkort van kracht wordt, is een update op zijn plaats.
