free web hit counter

Zakelijk | Rechtspositie onderwijs

 
Home arrow Zakelijk arrow Arbeidsrecht arrow Rechtspositie onderwijs
Rechtspositie onderwijs

Rechtspositie onderwijs

Hoe ziet de rechtspositie van personeel werkzaam aan een onderwijsinstelling er uit?

(te) Kort door de bocht geldt dat een medewerker in dienst van een bijzondere onderwijsinstelling (o.a. katholiek, islamitisch, christelijk) werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst en een medewerker van een openbare onderwijsinstelling op basis van een ambtelijke aanstelling. Op deze laatste zijn wat betreft de procedureregels bij besluiten tot bijvoorbeeld schorsing en ontslag, de regels van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. De medewerker van een bijzondere onderwijsinstelling is gewoon werknemer. Voor beide groepen geldt op basis van de verschillende CAO’s in onderwijsland dat tegen rechtspositionele beslissingen kan worden opgekomen bij een Commissie van Beroep. Maar de medewerker kan ook altijd naar de rechter; de gewone werknemer naar de civiele rechter en de medewerker met een ambtelijke aanstelling naar de bestuursrechter.

De onderwijsinstelling kan tot ontslag overgaan zonder voorafgaande toestemming van het UWV werkbedrijf (voorheen: CWI) omdat het BBA niet van toepassing is op personen die werkzaam zijn aan een onderwijsinstelling. Desalniettemin kiezen veel schoolbesturen voor de weg van de ontbinding door de kantonrechter, en niet – hoewel dus wel mogelijk – voor de ontslagbrief met inachtneming van de opzegtermijn. Dit onder meer ter vermijding van de procedure bij de Commissie van Beroep. Ter illustratie een recente uitspraak van de Kantonrechter Heerlen (19 februari 2009). 

Kantonrechter Heerlen

In een zaak die zich afspeelde in Zuid-Limburg schorste een bijzondere basisschool een leerkracht. Er zou sprake zijn van onvoldoende functioneren. Tegen dat besluit stelde de leerkracht beroep in bij de Commissie van Beroep voor het Katholiek Primair Onderwijs. Dat beroep werd gegrond verklaard, waarbij de school de opdracht kreeg de leerkracht te rehabiliteren. De school ging niet over tot rehabilitatie, maar schorste – ondanks de beslissing van de Commissie van Beroep – de leerkracht opnieuw. Tegelijk diende de school een verzoekschrift tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst in. De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een vergoeding van boven C = 1. De school vond dat te veel geld en trok het verzoek in. Daarop diende de leerkracht een verzoekschrift in omdat er volgens hem inmiddels sprake is van een door de school veroorzaakte verstoring van de arbeidsrelatie.

De kantonrechter ontbindt opnieuw en dit keer met toekenning van een vergoeding van C =1 én van € 25.000,- netto wegens smartengeld. De kantonrechter verwijt de school geen gehoor te hebben gegeven aan de uitspraak van de Commissie van Beroep en verwijt de school door haar houding en opstelling de veroorzaker te zijn van de verstoorde arbeidsrelatie.

Bovenwettelijke werkloosheidsuitkering onderwijs

Interessant is dat partijen discussie hebben gevoerd over de relatie tussen de ontbindingsvergoeding en de bovenwettelijke uitkering waarop de docent op grond van het BBWO recht heeft. Een dergelijke speciaal voor het primair onderwijs bestaande uitkering geeft de docent recht op een hogere en langere uitkering dan een gewone WW-uitkering; in het geval van deze 57-jarige docent tot zijn pensioen. In ontslagzaken over personeel aan onderwijsinstellingen speelt bij de rechter dan ook vaak de discussie of er niet sprake is van een dubbele vergoeding als de medewerker recht krijgt op een (hoge) ontbindingsvergoeding en op een hoge en langdurige wettelijk verplichte uitkering. Met name gelet op het feit dat de leerkracht door het gedrag van de school in een vervelende situatie terecht is gekomen en zijn arbeidsmarktkansen vanwege zijn leeftijd slecht zijn, houdt de kantonrechter in feite maar zeer beperkt rekening met de bovenwettelijke uitkering. De kantonrechter kent hem immers daarnaast een vergoeding toe van ongeveer C = 1, te weten € 163.000,- bruto. Opmerkelijk is ook dat de kantonrechter een vergoeding wegens immateriële schade (smartengeld) toekent omdat de school de leerkracht onnodig grievend heeft behandeld. Dit komt niet vaak voor en wordt meestal verdisconteerd in de C-factor.

Voor advies over de rechtspositie in het onderwijs kunt u contact opnemen met Koen Vermeulen.

 

balk_gmw_advocaten.png
Postbus 85563
2508 CG Den Haag
Scheveningseweg 52
2517 KW  Den Haag
T  +031(0)70-3615048
F  +031(0)70-3615400
E   Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
kvk-nr: 27301436

 

Femke Hut
29-07-2010
Reeds eerder schreef mijn kantoorgenoot René Willemsen over de arbeidrechtelijke complicaties bij doorstart na...Lees verder
René Willemsen
23-07-2010
Er is nog steeds geen duidelijkheid omtrent de definitieve vaststelling door de Eerste Kamer van het Wetsvoorstel...Lees verder
De taak van Christiaan Mensink als bewindvoerder van de Stichting Nederlandse...Lees verder