Loon opschorten of stopzetten

12 oktober 2023

Loon opschorten of stopzetten?

Door Seliz Demirci

In geval van arbeidsongeschiktheid heeft een werknemer 104 weken recht op loondoorbetaling. In die periode hebben de werkgever en werknemer re-integratieverplichtingen.

De werkgever moet ervoor zorgen dat de werknemer weer aan de slag kan, terwijl de werknemer zijn medewerking moet verlenen aan een snel en goed re-integratieproces. Als een arbeidsongeschikte werknemer onvoldoende meewerkt aan zijn re-integratie, heeft de werkgever de mogelijkheid tot loonopschorting en zelfs loonstopzetting. In de praktijk bestaat regelmatig verwarring over welke loonsanctie ingezet kan worden. Een veelgehoorde misvatting is dat de keuze voor de loonsanctie ter vrije bepaling van de werkgever staat. Het is echter bij wet bepaald in welk geval de werkgever het loon mag opschorten, oftewel uitstellen, of in het geheel mag stopzetten.

In dit artikel wordt ingegaan op het onderscheid tussen de twee loonsancties, aan de hand van een recente uitspraak van de kantonrechter.

Loonopschorting

Wanneer de werknemer de werkgever niet in staat stelt om na te gaan of hij daadwerkelijk arbeidsongeschikt is, heeft de werkgever het recht om het loon van de werknemer op te schorten. Denk bijvoorbeeld aan het geval waarin de werknemer niet bij de bedrijfsarts verschijnt. Als de werknemer kort daarna alsnog aan een oproep van de bedrijfsarts gehoor geeft en als de bedrijfsarts oordeelt dat de werknemer arbeidsongeschikt is, dan moet de werkgever het loon met terugwerkende kracht voldoen.

Loonstopzetting

Bij stopzetting van het loon ligt het anders. Wordt het loon stopgezet, dan heeft de werknemer daar geen recht meer op en krijgt hij het loon niet met terugwerkende kracht uitbetaald. Loonstopzetting is dus een ingrijpendere maatregel en mag alleen in bepaalde in de wet geregelde gevallen. Bijvoorbeeld in het geval de werknemer zijn ziekte met opzet heeft veroorzaakt, bij indiensttreding onjuiste informatie heeft verstrekt terwijl hij wist dat hij de functie niet zou kunnen uitoefenen, passende arbeid weigert of niet wil meewerken aan het Plan van Aanpak.

Met beide loonsancties moet terughoudend worden omgegaan, zo blijkt uit een recente uitspraak. De werknemer in die zaak was wegens een bedrijfsongeval arbeidsongeschikt geraakt. Op enig moment stopte de werkgever de loondoorbetaling van de werknemer, met het doel af te dwingen dat de werknemer (weer) contact met hem zou opnemen en hem zou informeren over zijn situatie. De werknemer vond deze loonstaking of loonopschorting onterecht. Diezelfde mening was het UWV toegedaan. Het UWV legde de werkgever een zogenoemde loonsanctie op omdat de werkgever daarmee niet had voldaan aan de re-integratieverplichtingen. De werkgever werd dus verplicht om het loon langer door te betalen dan binnen de periode van 104 weken van arbeidsongeschiktheid. De rechter oordeelde dat die loonsanctie terecht was.

Kies voor de juiste loonsanctie én informeer de werknemer

De hierboven besproken uitspraak laat zien dat een onterechte loonstop of loonopschorting een werkgever duur kan komen te staan. Het UWV kan de werkgever verplichten het loon langer dan de 104 weken termijn door te betalen. Daarnaast gebeurt het regelmatig dat loonopschorting en loonstopzetting door elkaar worden gehaald. Het is van belang dat de juiste loonsanctie toegepast én gecommuniceerd wordt aan de werknemer. De werkgever heeft in die zin een informatieplicht; hij moet de werknemer onverwijld informeren wanneer hij voornemens is een beroep te doen op een van de twee loonsancties. Wanneer daarbij bijvoorbeeld de term ‘loonopschorting’ is gebruikt, terwijl ‘loonstopzetting’ werd bedoeld, kan de werkgever geen beroep meer doen op loonstopzetting. Het is daarom raadzaam om nauwkeurig na te gaan of wel de juiste maatregel is aangekondigd en toegepast. Want anders mag je alsnog het loon niet opschorten of stopzetten.

Meer informatie

Heeft u een vraag? Neemt u dan gerust contact met ons op.

Dit artikel verscheen eerder in Rendement.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19 juli 2023, ECLI:(verkort):5014.

Gerelateerde blogs

Vorige slide
Volgende slide

11 februari 2026

Liefde op de werkvloer: grenzeloos?

Valentijnsdag is weer in aantocht, dus dat roept de vraag op: wat te doen als er door een liefdesrelatie tussen collega’s spanningen en problemen op de werkvloer ontstaan? Als het nadelige effecten heeft op de inhoud van het werk of de sfeer, mag de werkgever een liefdesrelatie tussen medewerkers dan verbieden, of daar grenzen aan stellen? Deze vragen komen regelmatig aan de orde in rechtszaken.

Lees meer

Lees meer over

15 januari 2026

Mededelingsplicht bij sollicitaties

Het is essentieel dat zowel werkgevers als werknemers open en eerlijk communiceren over belangrijke zaken die de werkrelatie kunnen beïnvloeden. Uit een recente uitspraak blijkt dat die openheid al bij aanvang van de arbeidsovereenkomst wordt verwacht

Lees meer

Lees meer over

7 januari 2026

Werkt een werknemer niet mee aan re-integratie? Wat kan de werkgever doen?

Wanneer een werknemer (langdurig) ziek is, is re-integratie een gezamenlijke verplichting van zowel werknemer als werkgever. Maar wat als de werknemer weigert mee te werken aan dit proces? Wat mag u doen volgens de wet? Welke stappen zijn vereist?

Lees meer

Lees meer over

21 december 2025

Werkgever, mag ik overstappen naar de concurrent?

Veel werkgevers nemen in hun arbeidsovereenkomst een concurrentie- en/of relatiebeding op. Als een werknemer aan de slag wil bij een klant of een concurrent van de werkgever en de werkgever staat dit niet toe, dan kan een werknemer zich genoodzaakt zien zich tot de rechter te wenden. Zo ook in de zaak van de kantonrechter Zeeland West-Brabant in mei 2025.

Lees meer

Lees meer over

16 december 2025

Ontbinding met een prijskaartje van €350.000

Sinds de invoering van de WWZ wordt er veel geprocedeerd over de toekenning van een billijke vergoeding. Volgens de wet kan de rechter die toekennen als de arbeidsovereenkomst eindigt als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door de werkgever. Hoewel rechters doorgaans terughoudend zijn in de toekenning van (hoge) billijke vergoedingen, hebben we in de zaak van de kantonrechter Amsterdam eind juni 2025 een uitschieter te pakken.

Lees meer

Lees meer over
Alle artikelen