Wet betaalbare huur

6 mei 2024

Wet betaalbare huur

Door Marie-Christine Veltkamp-van Paassen

De afgelopen jaren is er veel veranderd voor de woningmarkt. Zo zijn de overdrachtsbelasting en box-3-heffing verhoogd, zijn de opkoopbescherming en de Wet goed verhuurderschap ingevoerd en worden tijdelijke huurcontracten afgeschaft.

Binnenkort volgt – waarschijnlijk – ook nog de Wet betaalbare huur. Op 25 april 2024 heeft de Tweede Kamer namelijk ingestemd met het wetsvoorstel betaalbare huur. Als de Eerste Kamer ook met het wetsvoorstel instemt, zal de wet naar alle waarschijnlijkheid per 1 juli 2024 in werking treden. Maar is dat wel een goed idee?

Wat gaat er veranderen?

Door de invoering van de Wet betaalbare huur zal er veel veranderen. De belangrijkste wijziging is dat naast de bestaande sociale huurwoningen en vrije sectorwoningen een middensegment wordt ingevoerd. Op zowel de sociale huurwoningen als het middensegment wordt het Woningwaarderingsstelsel (WWS) dwingend van toepassing. Sociale huurwoningen hebben maximaal 147 punten (€ 879,66) en huurwoningen in het middensegment hebben maximaal 186 punten (€ 1.123,13). Alleen bij huurwoningen in de vrije sector (187 punten of meer) staat het verhuurders vrij om zelf de huurprijs te bepalen. Het WWS is daarop niet van toepassing.

Ook huurders in het middensegment krijgen voortaan toegang tot de Huurcommissie voor geschillen over onder meer de huurprijs, servicekosten of het onderhoud aan de woning. Een andere belangrijke wijziging is dat het WWS zal veranderen. Zo worden onder andere WOZ-waardes en energielabels voortaan anders gewaardeerd. Slechte energielabels kunnen zelfs tot minpunten leiden.

Kritiek

Er is veel kritiek op de Wet betaalbare huur. Zo vreest de Raad van State dat het aantal huurwoningen in het middensegment juist sterk zal afnemen door de Wet betaalbare huur. Tezamen met een pakket aan andere maatregelen is de kans namelijk groot dat verhuurders geen / niet meer genoeg rendement behalen en huurwoningen in het middensegment zullen verkopen. Hoewel een verlaging van de huurprijs in het middensegment op korte termijn prettig kan zijn voor huurders, leidt dit op de lange termijn waarschijnlijk tot forse problemen. Naast een daling van het aanbod huurwoningen in het middensegment zal het aantal scheefhuurders stijgen en zullen wachtlijsten oplopen vanwege minder doorstroom op de huurmarkt. Ook bestaat de kans dat woningen in de vrije sector nog duurder worden.

Volgens De Nederlandsche Bank (DNB) is de regulering van het middensegment slecht voor de woningmarkt en zelfs slecht voor de economie. Wetenschappelijk onderzoek laat namelijk zien dat meer regulering de verhuismobiliteit verder beperkt, terwijl het volgens DNB van belang is dat werkenden geneigd zijn om te verhuizen van regio’s met minder werkgelegenheid naar regio’s met betere baankansen. Hoe hoger die verhuismobiliteit, hoe lager de werkloosheid en hoe hoger de arbeidsproductiviteit.

Ook vanuit de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) is er kritiek. Door het wetsvoorstel zou het begrip ‘zelfstandige woonruimte’ in het Besluit huurprijzen woonruimte (BHW) namelijk ook worden gewijzigd. De voorgenomen wijziging doorkruist de definitie van ‘zelfstandige woonruimte’ uit het BW en leidt tot onwenselijke en onlogische gevolgen. Volgens de NOvA lijkt snelheid voor kwaliteit te gaan.

Conclusie

De Wet betaalbare huur heeft (te) grote gevolgen voor de woningmarkt, zeker in samenhang met het pakket aan maatregelen dat al is ingevoerd. Voor verhuurders is het dus hopen dat er een pas op de plaats wordt gemaakt. De Eerste Kamer is nu aan zet. Wij houden u op de hoogte.

Meer informatie

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel of heeft u advies nodig? Neem gerust contact met ons op.

Gerelateerde blogs

Vorige slide
Volgende slide

10 maart 2026

Wijzigingen in Huisvestingsverordening Den Haag: woningsplitsing en hospita-verhuur

De gemeente Den Haag heeft haar regelgeving aangepast met het oog op het creëren van meer woonruimte zonder nieuwbouw, maar mét behoud van de leefbaarheid. Per 1 april 2026 gelden o.a. de volgende wijzigingen in de Huisvestingsverordening Den Haag.

Lees meer

Lees meer over

9 februari 2026

De rechten van het kind bij ontruiming van een woning

Op 28 november 2025 heeft de Hoge Raad prejudiciële vragen beantwoord over de rol van de rechten van het kind bij een vordering tot ontruiming van een huurwoning. Dit artikel behandelt de aanleiding voor deze vragen, de kernoverwegingen van de Hoge Raad en de gevolgen voor de (rechts)praktijk.

Lees meer

Lees meer over

27 januari 2026

De werking van een omzettingsverklaring bij aanneming van werk

Stel dat een aannemer is ingehuurd voor een aanneming van werk, maar dat bij de uitvoering daarvan een probleem ontstaat. Dit komt helaas vaak voor. Als het vervolgens samen niet lukt om de kwestie op te lossen, is het aan te raden om juridische stappen te overwegen. Hieronder een praktische uitleg en vijf handige tips.

Lees meer

Lees meer over

9 december 2025

Overlast door huurders: wat is de rol van de verhuurder?

In dit artikel wordt nader ingegaan op de verantwoordelijkheden van een verhuurder in geval van overlast, de aanpak die hij kan hanteren en de maatregelen die hij kan nemen. Zie ook: vijf handige tips.

Lees meer

Lees meer over

26 november 2025

Schadevergoeding na verjaring van eigendom

Na het verstrijken van een verjaringstermijn vervalt een vordering. In het geval van verjaring in eigendomskwesties houdt dit in dat een eigenaar zijn vastgoed niet langer kan opeisen van de bezitter. Het eigendomsrecht gaat in zo’n geval over van de eigenaar op de bezitter. In sommige gevallen is er echter toch nog een mogelijkheid om alsnog aanspraak te maken op het vastgoed. Het schadevergoedingsrecht biedt in die gevallen een oplossing.

Lees meer

Lees meer over
Alle artikelen