bijklussen onder werktijd
bijklussen onder werktijd

Afkoop bovenwettelijke uitkering valt buiten WNT

De Wet normering topinkomens (WNT) bepaalt dat een ontslagvergoeding van een “topfunctionaris” niet meer mag zijn dan € 75.000,- bruto. De Atlant Groep, waarvan het personeel valt onder de gemeentelijke rechtspositieregeling, had aan een medewerker een vergoeding toegekend van € 311.000,- bruto. Toen de accountant signaleerde dat dit waarschijnlijk niet past binnen de WNT, wijzigde de werkgever het ontslag en vroeg in feite samen met de ambtenaar aan de rechter in hoeverre (een deel van) de hogere vergoeding toch is toegestaan. Dit leidde op 29 juni 2015 tot een voor de praktijk belangrijke uitspraak van de CRvB: een bedrag ineens ter afkoop van (bovenwettelijke) uitkeringen valt buiten de WNT.

Ontslag op andere gronden

In deze zaak verleende de Atlant Groep ontslag op andere gronden (art. 8:8 CAR/UWO). Het is vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) dat het bestuur bij die ontslaggrond naast (de garantie op) een werkloosheidsuitkering, een aanvullende uitkering moet toekennen. Daar bovenop moet een na-wettelijke uitkering worden toegekend als het ontslag gelegen is in de werksfeer en niet grotendeels is te wijten aan de ambtenaar. Als een binnen dit kader passende ontslagregeling had de werkgever – in overleg met de ambtenaar – gekozen voor een bedrag ineens van € 311.000,- bruto, onder meer inhoudende afkoop van de (boven- en na-) wettelijke uitkeringsrechten. Nadat de accountant had gewaarschuwd voor het risico op (gedeeltelijke) terugvordering door de Minister van BZK wegens onverschuldigde betaling, wijzigde de werkgever het ontslag. De ambtenaar kreeg ontslag zonder de volgens de CRvB verplichte passende regeling, maar de werkgever vermeldde wel dat wat haar betreft passend zou zijn: een bedrag van € 45.000,- ter compensatie van gemiste pensioenopbouw, plus € 122.981,76 als bedrag aan bezoldiging over een re-integratiefase van acht maanden, en € 143.018,24 als afkoop van uitkeringsrechten. In feite wilde de werkgever van de rechter weten of zo’n constructie tóch is toegestaan binnen de WNT. Het antwoord van de CRvB is grotendeels bevestigend.

Ambtenaar heeft recht op € 218.000,- ineens

De WNT bepaalt namelijk dat onder uitkeringen wegens beëindiging van een dienstverband niet vallen, uitkeringen die voortvloeien uit een algemeen verbindend verklaarde cao of een wettelijk voorschrift. Het CAR/UWO is zo’n wettelijk voorschrift. Duidelijk was dus al dat de WNT hiermee doelt op maandelijkse (bovenwettelijke) uitkeringen. Volgens de CRvB valt óók een bedrag ineens ter afkoop van een gekapitaliseerd deel van die (bovenwettelijke) uitkeringen buiten het WNT-maximum. Dit geldt in dit geval voor het bedrag van ruim € 143.000,- bruto, waarop dus het WNT-maximum in het geheel niet van toepassing is. De andere twee hiervoor genoemde bedragen vallen wel binnen de 75.000-grens en daarop is deze uitzondering niet van toepassing. Dus het totaal van die twee bedragen werd door de rechter gemaximeerd op € 75.000,-. In totaal heeft de ambtenaar dus recht op een bedrag ineens van € 218.000,- bruto, zonder dat de ambtenaar bang hoeft te zijn voor een terugvordering door de Minister.

Afkoop in beëindigingsregeling

Bij beëindiging van het dienstverband kan dus worden afgesproken dat de medewerker recht heeft op een bedrag ineens ter afkoop van (boven- en na-) wettelijke uitkeringsrechten op basis van een rechtspositieregeling – óók als dat afkoopbedrag groter is dan € 75.000,- bruto. Daarbij lijkt wel rekening te moeten worden gehouden met een “gebruikelijk” afkooppercentage. Binnen de gemeentelijke rechtspositieregeling is dat 30%, zoals in dit geval door de CRvB als redelijk aanvaard. De uitspraak biedt dus mogelijkheid om door een (hoger) bedrag ineens van elkaar afscheid te nemen, zonder te worden geconfronteerd met een terugvordering.