Alimentatiebetalers: laat geen kansen liggen
Alimentatiebetalers: laat geen kansen liggen

Alimentatiebetalers: laat geen kansen liggen

De afgelopen jaren zijn met name de gerechtshoven strenger geworden in het toekennen van partneralimentatie. Ik schreef daar eerder over. Na een wereldreis van 6 maanden heb ik met een frisse blik de alimentatierechtspraak van het tweede half jaar van 2017 doorgenomen om te zien of deze trend zich heeft voortgezet.

Alimentatie als financieel vangnet

In heel wat uitspraken stellen de hoven voorop dat partneralimentatie een financieel vangnet is, dat van de ontvanger mag worden verlangd dat deze zich maximaal inzet om in zijn of haar eigen levensonderhoud te voorzien en dit ook past bij de huidige maatschappelijke ontwikkelingen. Deze verschuiving van een ‘Ja, mits’ naar een ‘Nee, tenzij’ levert zichtbaar andere resultaten op zowel qua hoogte van de alimentatie als qua duur.

Behoefte

Zonder ‘behoefte’ aan partneralimentatie, geen alimentatie. Behoefte wordt gerelateerd aan de welstand van het huwelijk. Hoe hoger deze is, hoe hoger de alimentatie. Maatstaf is dus niet het kunnen voorzien in de noodzakelijke maandelijkse lasten zoals vaak wordt gedacht. De hoven stellen strengere eisen aan de onderbouwing van deze behoefte dan een aantal jaren geleden. Voorheen kon de ontvanger zich er soms nog met een jantje-van-leiden van afmaken, maar tegenwoordig wordt dit gedrag afgestraft met de vaststelling van de behoefte op bijstandsniveau (ECLI:NL:GHARL:2017:11086 en ECLI:NL:GHARL:2017:10864). De ontvanger moet dus een onderbouwd overzicht maken van zijn of haar uitgavenpatroon, met de welstand van het huwelijk in het achterhoofd. Laat hij of zij dit na dan wordt hij of zij geacht op bijstandsniveau te kunnen leven.

Verdiencapaciteit

Dan is de ontvanger er nog niet. Zijn of haar eigen inkomen vermindert de behoefte aan alimentatie. Benut de ontvanger zijn of haar verdiencapaciteit wel voldoende? De afgelopen jaren worden ook in dat verband hogere eisen gesteld aan de ontvanger. Steeds vaker ook oordelen hoven dat naarmate de tijd verstrijkt de behoefte aan alimentatie ‘verbleekt’. Zie bv. ECLI:NL:RBOVE:2017:4671 waarin het hof overweegt: “Naarmate partijen langer uit elkaar zijn, heeft dit tot gevolg dat de lotsverbondenheid afneemt en dat van de onderhoudsgerechtigde verwacht mag worden dat zij zich zal inspannen om in het eigen levensonderhoud te kunnen voorzien. Gelet op de omstandigheid dat het huwelijk tussen partijen ruim 7 jaar geleden ontbonden en de vrouw vanaf de datum van de ontbinding van het huwelijk is aangewezen op de door haar van de man te ontvangen bijdrage alsmede haar eigen inkomsten, moet het ervoor worden gehouden dat de vrouw haar uitgavenpatroon aan haar huidige inkomsten heeft aangepast. De lotsverbondenheid met het huwelijk is daardoor verbleekt, waardoor de behoefte van de vrouw naar het oordeel van de rechtbank niet langer gerelateerd dient te worden aan de welstand van het huwelijk, maar aan de mate van welstand waarin de vrouw de laatste jaren gewoon was”.

Het kan dus de moeite lonen voor de alimentatiebetaler om na een paar jaar aan de bel te trekken en de behoefte en verdiencapaciteit van zijn of haar ex aan de orde te stellen.

Trend

Terwijl ik me aan de andere kant van de wereld bevond is de rechtspraak zich blijven ontwikkelen in de richting van een strenger toetsingskader voor partneralimentatie. Daarom ook mijn boodschap aan alimentatiebetalers om geen kansen te laten liggen! Bij vragen kunt u gerust contact met mij opnemen.