besturen-tijdens-de-coronacrisis
besturen-tijdens-de-coronacrisis

Besturen tijdens de coronacrisis

Een schuldeiser kan een bestuurder aanspreken als de bestuurder namens de vennootschap verplichtingen aangaat, terwijl hij wist dat de vennootschap die niet zou kunnen nakomen en geen verhaal zou bieden voor de schade die daardoor ontstaat (de Beklamel-norm). Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 3 maart 2020 de Beklamel-norm toegepast in een zaak die zich afspeelde ten tijde van de kredietcrisis. Het arrest geeft daarmee informatie over hoe u zich als bestuurder dient te gedragen op het moment van een crisis en is daarmee uiterst relevant voor de huidige coronacrisis.

Feiten arrest 3 maart 2020

Mixi Mode BV (hierna: Mixi) heeft in 2002 een huurovereenkomst van vijf jaar gesloten met World Fashion Centre Amsterdam Vastgoed BV (hierna: WFC). Partijen hebben de huurovereenkomst meerdere keren verlengd. Eind 2009 heeft de bestuurder van Mixi (hierna: A) WFC geïnformeerd dat Mixi de huur mogelijk niet zal kunnen betalen. Vanaf 2010 heeft Mixi ook daadwerkelijk de huur niet meer volledig betaald. Vanaf 2010 hebben Mixi en WFC meerdere keren overleg gehad over de betalingsproblemen en zelfs gesproken over een verhuizing naar een kleinere bedrijfsruimte. Mixi ging vervolgens op 29 juli 2014 failliet. WFC sprak nadien A aan voor de door haar geleden schade. A had volgens WFC immers als bestuurder van Mixi de huurovereenkomst tussen partijen moeten opzeggen nu hij wist van de penibele financiële situatie bij Mixi.

Oordeel Gerechtshof Amsterdam

Het gerechtshof oordeelde dat A niet aansprakelijk is voor de door WFC geleden schade. De kern is dat WFC beschikte over uitgebreide kennis van de financiële situatie van Mixi en dus wist van de financiële problemen bij Mixi. Het gerechtshof baseerde het oordeel op volgende punten:

  1. de schuldeiser was op de hoogte van de slechte financiële positie van de vennootschap;
  2. de branche waarin de vennootschap opereerde bevond zich in een penibele situatie vanwege de kredietcrisis;
  3. de schuldeiser had moeten begrijpen dat de vennootschap ernstig te lijden had onder onder de crisis en er dus financieel slecht voor stond;
  4. de schuldeiser had zelf de mogelijkheid om het oplopen van de vorderingen op de vennootschap te beëindigen (door middel van opzegging huurovereenkomst), maar heeft dit niet gedaan;
  5. de bestuurder mocht erop vertrouwen dat de vennootschap een reële kans had op een verbetering van de financiële situatie;
  6. het feit dat de vennootschap een negatief eigen vermogen had en jaren aanzienlijke verliezen leed, bracht op zichzelf nog niet mee dat de bestuurder onrechtmatig handelde tegenover de schuldeisers; en
  7. het oordeel van het gerechtshof was anders geweest indien de bestuurder uitdrukkelijke garanties had versterkt ter zake de huurbetalingen.

Conclusie en advies

Uit het bovenstaande blijkt dat transparantie over financiële problemen loont. Verkeert een vennootschap in zwaar weer en wil de bestuurder de vennootschap verbinden aan verdere verplichtingen met een huidige of andere partij in de bestaande coronacrisis, dan loont het om transparant te zijn over de financiële situatie binnen de vennootschap. De geboden transparantie kan ertoe leiden dat de schuldeiser de bestuurder niet achteraf kan aanspreken op grond van bestuurdersaansprakelijkheid.

Mocht u bestuurder zijn van een vennootschap die in zwaar weer verkeert en nog mogelijkheden zien om uw vennootschap verder voort te zetten in de huidige coronacrisis, dan adviseer ik u uw huidige en nieuwe contractspartijen te informeren over de financiële situatie binnen de vennootschap. Hiermee kunt u zich indekken tegen mogelijke latere bestuurdersaansprakelijkheidsclaims. Heeft u vragen? Neem gerust contact met mij op.