aansprakelijkheid bij een whiplash
aansprakelijkheid bij een whiplash

Bestuurder aansprakelijk voor merkinbreuk onderneming

Wanneer is een bestuurder van een onderneming aansprakelijk voor een inbreuk op IE-rechten? Die vraag speelde in een zaak over namaak speelgoedhamsters. De bestuurder van het bedrijf dat de namaakhamsters op de markt had gebracht werd door speelgoedfabrikant Cepia aansprakelijk geacht vanaf het moment dat hij op de hoogte was van de merkinbreuk.

Geen wetenschap

De rechtbank had de onderneming van de namaakhamsters in eerste instantie veroordeeld wegens merkinbreuk en de vorderingen tegen de bestuurder afgewezen. Na dit vonnis ging de onderneming echter failliet, waardoor Cepia haar vordering niet kon incasseren. Cepia richtte haar pijlen in hoger beroep op de bestuurder. Het Haagse Gerechtshof overweegt dat de bestuurder aansprakelijk is, als hem een persoonlijk ernstig verwijt van de merkinbreuk voor zijn bedrijf kan worden gemaakt. Dit is volgens het hof niet het geval. Naar het oordeel van het hof staat niet vast dat de bestuurder van begin af aan wist of moest weten dat zijn onderneming een merkinbreuk pleegde. Voor de concrete merkinbreuk is de bestuurder dus niet aansprakelijk.

Ernstig verwijt

Echter, van het moment dat de bestuurder op de hoogte was van de merkinbreuk, kan de bestuurder wél een ernstig persoonlijk verwijt worden gemaakt. Dat de bestuurder niet tijdig en ook niet de juiste informatie over de afnemers van de onderneming aan Cepia heeft verstrekt, treft de bestuurder volgens het hof een ernstig verwijt. Het hof gaat niet mee in het verweer van de bestuurder dat het achterhouden van relevante informatie een ‘vergissing’ betrof en oordeelt dat de bestuurder onrechtmatig heeft gehandeld jegens Cepia. Met betrekking tot de gevorderde schadevergoeding wordt de zaak naar de schadestaatprocedure verwezen. Dit is een gerechtelijke procedure waarin de vereffening van de schade (meestal de hoogte van de schadevergoeding) het onderwerp van geschil vormt.

Conclusie

Uit het arrest van het hof valt – in lijn met eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad– af te leiden dat bestuurders van vennootschappen persoonlijk aansprakelijk kunnen worden gesteld voor een inbreuk op intellectuele eigendomsrechten. Indien de bestuurder in staat is om de inbreuk (van zijn onderneming of van derden) te voorkomen maar dit niet heeft gedaan, hoewel dat met het oog op de IE-rechthebbende wel van hem kan worden gevergd, kan bestuurdersaansprakelijkheid worden aangenomen. Bestuurders die bewust (of onbewust) te maken krijgen met een IE-inbreuk door hun onderneming, doen er dan ook goed aan om te zorgen dan hen persoonlijk niets kan worden verweten. Zo is het verstandig de IE-inbreuk direct te staken en op verzoek van de rechthebbende relevante informatie (zoals informatie over de afnemers van de inbreukmakende producten) te verstrekken.