Internationale echtscheidingen
Internationale echtscheidingen

Bewijs samenwonen i.v.m. alimentatie: het blijft moeilijk!

Het blijft een frustrerende situatie, dat je bijna zeker weet dat je ex-partner samenwoont, maar je kan het niet echt bewijzen en dus moet de alimentatie doorbetaald worden. Iedereen kan zich voorstellen dat deze frustratie moeilijk te verkroppen is. Art. 1:160 BW bepaalt dat de alimentatieverplichting eindigt als de ex-partner (gehuwd geweest zijnde) met een ander gaat samenwonen als ware zij gehuwd. Bijna iedereen denkt bij het lezen van dit artikel aan een affectieve relatie en het feit dat de vrouw met een andere man (kan uiteraard ook andersom zijn of partners van gelijk geslacht) samenwoont en daarmee een affectieve relatie onderhoudt.

Alimentatie verplichting

Juridisch echter is het hebben van een affectieve relatie en het bij elkaar wonen, althans veelvuldig zijn, niet echt van belang. Een recente uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van februari 2016 maakt dit maar weer eens te meer duidelijk. Wat is het geval? De vrouw heeft een affectieve relatie. De man is van mening dat er sprake is van een samenwoning in de zin van art. 1:160 BW en dat dus zijn alimentatieverplichting is beëindigd. Om zijn stelling kracht bij te zetten en te bewijzen dat de vrouw samenwoont in de zin van bovenstaand wetsartikel, laat de man door een recherchebureau een rapport opstellen gebaseerd op hun waarnemingen van de samenleving, of beter gezegd op het feit dat de vrouw en haar nieuwe vriend een affectieve relatie hebben en vaak de nacht samen doorbrengen.

Samenwonen

Een rapportage over samenwoning kan behulpzaam zijn maar is zeker niet het ei van Columbus en is ook zeker niet goedkoop. De nieuwe vriend van de vrouw beschikt in dit recente geval ook nog over aparte woonruimte. Nog maar eens wordt door de rechtbank heel duidelijk gemaakt dat onder samenwoning op grond van artikel 1:160 BW moet vast komen te staan dat sprake is van een wederzijdse verzorging en het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Dus de partners moeten in elkaars verzorging voorzien. Dat is heel moeilijk te bewijzen en dat is niet bewezen door het feit dat de nieuwe partners met elkaar de nacht doorbrengen of samen boodschappen doen, of op vakantie gaan. Het verzoek van de man tot beëindiging van de alimentatie wordt afgewezen omdat er niet bewezen is dat sprake is van het bijdragen in de kosten van de gemeenschappelijke huishouding. Voor de man een frustrerende uitspraak. Zeker als je beseft dat van deze moeilijk bewijsbare situatie, mocht de vrouw al met een nieuwe partner daadwerkelijk samenwonen maar zich bewust is van de eisen die de jurisprudentie daaraan stelt, misbruik zou kunnen worden gemaakt.