In eerdere jaren was expliciet aan de penningmeester décharge verleend, terwijl het bestuur als geheel collectief verantwoordelijk was en gezamenlijk verantwoording had afgelegd over dit traject.
Décharge
Décharge is de kwijting die de ALV verleent voor het gevoerde beheer en beleid, waardoor de vereniging afstand doet van het recht bestuurders aan te spreken voor zover daarover is gerapporteerd en de relevante gegevens vóór vaststelling van de jaarrekening aan de ALV bekend waren. Het vaststellen van de jaarrekening op zichzelf brengt geen décharge mee; een afzonderlijk, expliciet besluit is vereist. De reikwijdte van décharge is beperkt tot de onderwerpen waarover verantwoording is afgelegd en die aan de ALV kenbaar waren.
Hoewel er expliciet alleen décharge is verleend aan de penningmeester en niet aan het gehele bestuur, oordeelt het Hof dat de décharge toch alle bestuurders beschermde. Het hof oordeelde dat de verleende décharge de bestuurders beschermde tegen aansprakelijkheid voor het beleid en beheer rond de bouw van het clubhuis. Dat oordeel rustte op twee pijlers:
(i) er was voldoende en tijdige verantwoording afgelegd aan de ALV over het relevante beleid en de financiële informatie;
(ii) de décharge dekte het bestuurshandelen af voor zover dat uit die verantwoording en de jaarrekening bleek.
Daarnaast overwoog het hof dat, zelfs los van décharge, niet was voldaan aan de maatstaf voor interne bestuurdersaansprakelijkheid (geen ernstig verwijt), noch aan de eisen voor onrechtmatige daad ex art. 6:162 BW.
Kritiek
Deze uitspraak krijgt ook kritiek. In de annotatie is kritisch gereageerd op het onderdeel waarin de décharge, hoewel formeel aan de penningmeester verleend, door het hof mede werd geacht te strekken tot de overige bestuurders vanwege hun collectieve verantwoordelijkheid. Gewaarschuwd wordt dat collectieve verantwoordelijkheid niet zonder meer leidt tot collectieve décharge: décharge aan één bestuurder impliceert niet automatisch décharge aan anderen. Dit onderstreept dat décharge expliciet, duidelijk en bij voorkeur voor het gehele bestuur moet worden verleend, en dat partiële décharge tot onduidelijkheid en risico’s kan leiden, onder meer ten aanzien van onderlinge regresverhoudingen. Het arrest illustreert daarmee dat de afbakening van de reikwijdte van décharge in de praktijk spanningen kan opleveren, juist waar het gaat om grote, bestuursoverstijgende trajecten.
Het is voor bestuurders van vereniging daarom van belang dat zij hier goed op letten en bij de ALV décharge voor het gehele bestuur vragen.
Contact en advies
Heeft u vragen over dit onderwerp, neem dan gerust contact met ons op.
De uitspraak: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16-12-2025, ECLI:NL:GHARL:2025:8101