Civielrechtelijk bestuursverbod: aanpak fraudeurs

Op 1 november 2013 heeft de Ministerraad ingestemd met een wetsvoorstel van minister Opstelten van Veiligheid en Justitie dat strekt tot een civielrechtelijk bestuursverbod. Daar ging een consultatieronde aan vooraf. Het moet op grond van dit wetsvoorstel voor rechters mogelijk worden om frauderende bestuurders een civiel bestuursverbod op te leggen, waarna zij maximaal vijf jaar geen rechtspersoon meer mogen besturen.

Herziening faillissementsrecht

Dit wetsvoorstel is onderdeel van de plannen die er bestaan tot herziening van het faillissementsrecht. Het doel is als gezegd te voorkomen dat frauduleuze bestuurders hun activiteiten met nieuwe rechtspersonen kunnen voortzetten. In ons omringende landen als Duitsland, België en Engeland is een civielrechtelijk bestuursverbod geen onbekend fenomeen.

Bestuursverbod: criteria

Het (concept)wetsvoorstel opent de mogelijkheid om een bestuursverbod op te leggen aan bestuurders of feitelijk beleidsbepalers van gefailleerde rechtspersonen. Het verbod kan worden opgelegd door de rechter – op vordering van de curator of op verzoek van het Openbaar Ministerie – aan bestuurders die tijdens of drie jaren voor hun faillissement hun taak onbehoorlijk hebben vervuld. Daarvan is in ieder geval sprake indien is voldaan aan de bestaande wettelijke vereisten van bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement (zoals het niet tijdig deponeren van de jaarrekening en het voeren van een ontoereikende administratie, kort gezegd het plegen van onbehoorlijk bestuur). Voor het opleggen van een bestuursverbod geldt niet de eis dat het onbehoorlijk bestuur een belangrijke oorzaak is geweest van het faillissement. Daarnaast is sprake van onbehoorlijk bestuur in de zin van dit wetsvoorstel als bestuurders:

  • zich schuldig hebben gemaakt aan benadelingshandelingen;
  • medewerking of informatie weigeren aan de curator;
  • in een periode van drie jaar twee keer betrokken zijn geweest in een faillissement (als bestuurder of natuurlijk persoon); of
  • bestuurder zijn van een vennootschap die fiscale fraude heeft gepleegd.

Een en ander zou moeten worden gecodificeerd in nieuwe artikelen in de Faillissementswet (artikel 106a t/m c).

Maatregelen en verdere uitwerking

De civiele rechter kan de betreffende bestuurder of commissaris als maatregel voor de duur van maximaal vijf jaar verbieden weer als bestuurder of commissaris op te treden c.q. te worden benoemd. Het heeft derhalve niet alleen consequenties voor de positie van bestuurder in de failliete vennootschap, maar ook voor andere rechtspersonen waarvan hij bestuurder is.
Verder stelt het Ministerie van Veiligheid en Justitie voor om een openbaar register aan te leggen van de personen aan wie een bestuursverbod is opgelegd. Het is tenslotte voor de juiste werking van de beoogde wetsbepalingen van belang dat derden kunnen vaststellen of iemand een bestuursverbod heeft of niet. Aan zo’n register kleven de nodige privacyaspecten, dus ook daarover zal het laatste woord nog niet gesproken zijn.

Wetgevingsproces

Het wetsvoorstel ligt thans voor advies bij de Raad van State. Samen met het advies van die Raad zal het voorstel vervolgens aan de Tweede Kamer worden aangeboden. Eerst dan wordt het openbaar. Of het voorstel ongeschonden de eindstreep haalt zullen we moeten afwachten. Wij houden u op de hoogte van de ontwikkelingen.

Zie ook Centrale registratie aandeelhouders via KvK