internationale volwassenenbescherming
internationale volwassenenbescherming

De bescherming van wilsonbekwame pensionado’s in het buitenland

Als u geen levenstestament of volmacht heeft opgesteld, maar als gevolg van dementie of alzheimer wilsonbekwaam bent bevonden, is een beschermingsmaatregel geïndiceerd. Een bewindvoerder of curator wordt dan verantwoordelijk voor uw financiële zaken. Een mentor voor uw medische zaken. Wat nu als u in het buitenland woont en/of u vermogen in het buitenland heeft?

Maatschappelijke context

De wereld internationaliseert; steeds meer mensen werken in het buitenland; de wereldbevolking wordt mobieler. De levensverwachtingen stijgen; de medische zorg verbetert; de welvaart neemt toe. Allemaal indicaties dat de noodzaak aan internationale volwassenenbescherming zal toenemen. Daarbij opgeteld het flink aantal Nederlanders dat nu al in Zuid-Europa is neergestreken om van hun pensioen te genieten, maakt dat er speciale aandacht uit moet gaan naar deze groep.

HVV

Vanuit deze gedachte is samenwerking met andere landen onontbeerlijk. Op 1 januari 2009 is het Haags Volwassenenbeschermingsverdrag 2000 (hierna: HVV), in werking getreden. Nederland heeft het HVV wel getekend, maar (om financiële redenen) niet geratificeerd. Er is al wel een bepaling in het Burgerlijk Wetboek gereserveerd waarin zal worden verwezen naar het HVV, zodra dat ook voor Nederland gaat gelden, maar daarvan is ‘officieel’ dus nog geen sprake. ‘Officieel’ niet. ‘Officieus’ wel. In de rechtspraak wordt namelijk aansluiting gezocht bij het HVV, dan wel wordt het HVV analoog toegepast. Niet alleen in de lagere rechtspraak, maar ook door de Hoge Raad. Vanwege de anticiperende toepassing van het HVV in de praktijk, heeft ratificatie geen prioriteit. Gelet op genoemde maatschappelijke ontwikkelingen zou Nederland er echter goed aan doen ratificatie te bespoedigen. Ondanks dat het HVV niet in werking is getreden, zijn de bepalingen in dit verdrag dus wel van groot belang.

De rechtsvragen

Wat betekent dit voor u en uw naasten? Al alles pais en vree is binnen de familie is het aannemelijk dat ondanks het openbare orde karakter van een aantal wettelijke bepalingen, het internationale aspect van een beschermingsmaatregel niet voor al te veel problemen zal zorgen. Dit kan anders worden als er binnen de familie onenigheid bestaat over de beschermingsmaatregel en/of de persoon van de ‘beschermer’. Deze blog gaat in op de volgende twee vragen:

  • Wanneer kan een beschermingsmaatregel in Nederland worden aangevraagd?
  • Worden buitenlandse beschermingsmaatregelen in Nederland erkend?

Wanneer kan een beschermingsmaatregel in Nederland worden aangevraagd?

De autoriteiten van het land waar de te beschermen volwassene (hierna: “de volwassene”) zijn gewone verblijfplaats heeft, zijn in de hoofdregel bevoegd een beschermingsmaatregel te treffen. Een beschermingsmaatregel kan worden aangevraagd in Nederland als de volwassene zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft. Woont u in Portugal, dan zijn de Portugese autoriteiten dus bevoegd.

Veel pensionado’s voelen zich nauwer verbonden met hun vaderland dan met het land waar zij de laatste jaren van hun leven doorbrengen. Daarom is het onder omstandigheden toegestaan dat de autoriteiten van de nationaliteit van de volwassene een beschermingsmaatregel nemen. Als u de Nederlandse nationaliteit hebt, is de Nederlandse rechter bevoegd een beschermingsmaatregel te treffen als deze van oordeel is dat hij of zij beter in staat is uw belangen te beoordelen dan de Portugese autoriteiten. De Nederlandse rechter moet dit dan wel op voorhand aan de Portugese autoriteiten mededelen. Indien deze reeds beschermingsmaatregelen hebben getroffen dan wel van oordeel zijn dat beschermingsmaatregelen niet nodig zijn, dan wordt de bevoegdheid van de Nederlandse rechter geblokkeerd c.q. houdt een reeds getroffen Nederlandse beschermingsmaatregel op van toepassing te zijn.

Tot slot zijn de autoriteiten van het land waar de volwassene vermogen heeft bevoegd beschermingsmaatregelen te nemen, maar uitsluitend ten aanzien van dat vermogen en uitsluitend voor zover deze maatregelen verenigbaar zijn met andere genomen beschermingsmaatregelen Als u bijvoorbeeld onroerend goed in Frankrijk heeft, kunnen de Franse autoriteiten beschermingsmaatregelen treffen ten aanzien van dat onroerend goed.

Het bovenstaande geldt indien u gewoon verblijf heeft in een land dat partij is bij het HVV (uitgaande van de anticiperende werking ervan). Als dat nu niet het geval is, wordt de gewone verblijfplaats van de verzoeker van de beschermingsmaatregel competentie scheppend in plaats van de gewone verblijfplaats van de volwassene. De Nederlandse rechter is dan bevoegd om een beschermingsmaatregel te treffen als de verzoeker ervan zijn gewoon verblijf in Nederland heeft.

Echter, de Nederlandse rechter kan zich onbevoegd verklaren als er onvoldoende aanknoping met de Nederlandse rechtssfeer is. Bij de interpretatie van deze optie wordt aansluiting gezocht bij de internationale rechtsontwikkeling ten aanzien van meerderjarigenbescherming (lees het HVV) waarin voor het aannemen van rechtsmacht, zoals hiervoor is toegelicht, wordt aangeknoopt bij de gewone verblijfplaats van de volwassene. Als u behoudens uw Nederlandse nationaliteit weinig banden met Nederland heeft omdat u bijvoorbeeld al lang in Portugal woont en al uw vermogen daar is gelegen, dan is het waarschijnlijk dat de Nederlandse rechter zich onbevoegd zal verklaren. De Nederlandse rechter dient zich gelet op voornoemde rechtsontwikkeling terughoudend op te stellen.

Worden buitenlandse beschermingsmaatregelen in Nederland erkend?

De door de autoriteiten van een land dat partij is bij het HVV getroffen maatregelen worden van rechtswege erkend in alle andere verdragsstaten (uitgaande van de anticiperende werking ervan), tenzij sprake is van een zogenaamde weigeringsgrond, bijvoorbeeld als geen fair trial heeft plaatsgevonden, erkenning in strijd zou zijn met de Nederlandse openbare orde of de bevoegdheid van de buitenlandse autoriteiten niet is gebaseerd of niet in overeenstemming is met de bevoegdheidsregels van het HVV. Het bovenstaande geldt niet alleen wanneer de beschermingsmaatregel afkomstig is uit een verdragsstaat, maar ook als deze afkomstig is uit een land dat geen partij is bij het verdrag.

Die erkenning heeft dezelfde gevolgen als volgens het recht dat door de bevoegde buitenlandse autoriteit in de oorspronkelijke verdragsstaat op de genomen maatregel is toegepast. Dat betekent dat Nederland de buitenlandse beschermingsmaatregel, die mogelijk niet precies inhoudelijk overeenkomt met onze curatele, onderbewindstelling of mentorschap, in beginsel in volle omvang moet toepassen.

De wijze van uitvoering van de buitenlandse beschermingsmaatregel wordt wel beheerst door Nederlands recht als het recht van de forumstaat. Onder wijze van uitvoering vallen de in Nederland aanvullende vereisten, bijvoorbeeld een rechterlijke machtiging, om de buitenlandse maatregel te kunnen uitvoeren. Een rechterlijke machtiging om namens de volwassene te kunnen procederen is een voorbeeld van een uitvoeringshandeling.

Dit waren in vogelvlucht een aantal aandachtspunten van internationale volwassenenbescherming. Voor op uw situatie toegespitste vragen kunt u contact opnemen met Marjet Groenleer.

Dit artikel is geschreven in nauwe samenwerking met Marieke Morshuis