Column Raymond de Mooij
Column Raymond de Mooij

De boekhoudster

Ines Kuiken was een vrouw van middelbare leeftijd, met kort, blond haar. “Ik heb uw naam gekregen van een kennis, Tjerk Buffel,” zei ze tegen mij. “Ik doe zijn boekhouding.” De kennis van mevrouw Kuiken was een cliënt. Een reus van een man, rijk geworden in de bollensector. Mijn cliënte overhandigde mij een kortgedingdagvaarding. “Ik ben gedagvaard door Henk Paljas van Gladiool BV, ook een klant van mij.

Hij wil dat ik zijn boekhouding teruggeef.” De naam Henk Paljas kwam mij bekend voor. Hij was een concurrent van Tjerk Buffel en stond slecht bekend. Ines Kuiken vertelde: “Enige tijd geleden kregen Tjerk en Henk Paljas een conflict. Ik stond natuurlijk helemaal buiten die discussie. Maar Paljas haalde meteen zijn boekhouding bij mij weg.”

Mijn cliënte had de ordners van Paljas die zich op haar kantoor bevonden, aan hem meegegeven. Maar kennelijk was dat niet voldoende. In de dagvaarding werd afgifte gevorderd van de gehele boekhouding over de jaren 2016 tot en met 2020. Gebeurde dat niet, dan diende Ines Kuiken een dwangsom van 1000 euro per dag aan Paljas te voldoen.

Ik nam contact op met de advocaat van de man, mr. Lispel. “Mijn cliënte kan niet afgeven wat zij niet in haar bezit heeft,” vertelde ik hem. “Het kort geding leidt tot niets.” Mr. Lispel was het daar niet mee eens en een week later stonden wij voor de voorzieningenrechter in Den Haag. Die vatte de koe meteen bij de horens. “Meneer Paljas, zijn de afspraken tussen u en mevrouw Kuiken vastgelegd in een overeenkomst?” Paljas schudde van nee. “Waar baseert u dan op dat mevrouw Kuiken uw boekhouding zou moeten bewaren? Die verantwoordelijkheid ligt bij u, niet bij mevrouw Kuiken. Tenzij contractueel anders zou zijn bepaald.” Mr. Lispel voelde nattigheid en gooide het over een andere boeg. “Edelachtbare, mevrouw Kuiken is de minnares van Tjerk Buffel, met wie mijn cliënt een geschil heeft. De boekhouding is bij haar niet veilig.”

Mijn cliënte werd rood. “Ik heb géén relatie met Tjerk. En ook de boekhouding heb ik niet. Dit is gewoon pesterij!”

De voorzieningenrechter wist genoeg en sloot de zitting. Na afloop werd ik opgehouden door een collega, en mijn cliënte verliet het Paleis van Justitie alleen. Later zag ik haar zitten op een terras in de Theresiastraat. Ze dronk een glas wijn met een reus van een man, die vriendelijk naar mij zwaaide.