WHOA-uitspraken
WHOA-uitspraken

De eerste WHOA-uitspraken: de stand van zaken

Op 1 januari 2021 is de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) in werking getreden. Inmiddels zijn de eerste WHOA-uitspraken gewezen. In deze bijdrage bespreek ik de hoofdpunten uit de eerste WHOA-uitspraken van de rechtbank Den Haag en de rechtbank Amsterdam.

Rechtbank Den Haag 15 januari 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:198.

De primeur van de eerste WHOA-uitspraak komt toe aan de Rechtbank Den Haag. In deze zaak heeft de schuldenaar een startverklaring bij de griffie van de rechtbank gedeponeerd (artikel 370 lid 3 Fw) en toegezegd om binnen twee maanden een WHOA-akkoord aan haar schuldeisers aan te bieden. Het akkoord is gericht op het voortzetten van de onderneming en wordt gefinancierd door een derde partij. De schuldenaar heeft de rechtbank verzocht om een afkoelingsperiode van twee maanden te gelasten, waarin schuldeisers hun verhaalsrechten op de voorraden en de inventaris niet kunnen uitoefenen. Verder verzocht de schuldenaar om de (reeds) gelegde beslagen op te heffen.

De Rechtbank heeft de schuldenaar door het afkondigen van een afkoelingsperiode van twee maanden, tijd gegeven om het akkoord voor te bereiden. De rechtbank overweegt dat (ook) de belangen van de schuldeisers daarbij zijn gebaat, omdat zij met een akkoord waarschijnlijk beter af zullen zijn dan bij een faillissement. Ook de gelegde beslagen zijn door de rechtbank opgeheven. De schuldenaar moet de rechtbank binnen twee maanden informeren over de voortgang van het akkoord.

Rechtbank Amsterdam 15 januari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:84.

In de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam vraagt de schuldenaar tijd om een WHOA- liquidatieakkoord aan te bieden. Relevant is dat twee werknemers reeds een faillissementsverzoek hadden ingediend. Die werknemers verzetten zich tegen de verzochte WHOA-procedure.

Anders dan bij de eerste zaak, wil de schuldenaar de onderneming niet voortzetten maar buiten faillissement afwikkelen. De schuldenlast is ongeveer € 200.000 en de schuldenaar voorziet dat op korte termijn meer dan € 200.000 aan openstaande declaraties worden geïncasseerd. Daarmee kunnen dan alle schuldeisers betaald worden.

Volgens de rechtbank is het afkondigen van een afkoelingsperiode niet beperkt tot ondernemingen die na een reorganisatieakkoord worden voortgezet, en kan een afkoelingsperiode ook worden ingezet als een tijdelijke voortzetting van de onderneming noodzakelijk voor de gecontroleerde afwikkeling van de onderneming. Een afkoelingsperiode wordt door de rechtbank noodzakelijk geacht om het akkoord te laten slagen. Omdat onder het akkoord en na het innen van de openstaande declaraties waarschijnlijk alle schuldeisers kunnen worden voldaan, zijn de schuldeisers ook gebaad bij het akkoord. Ook in deze zaak krijgt de schuldenaar door een afkoelingsperiode van twee maanden tijd om het akkoord voor te bereiden. Het faillissementsverzoek van de werknemers wordt in de tussentijd geschorst.

Gelet op de geschilpunten tussen de werknemers/schuldeisers en de schuldenaar, stelt de rechtbank verder een observator aan, die toezicht houd op de totstandkoming van het akkoord en daarbij de belangen van de gezamenlijke schuldeisers in acht zal nemen (artikel 380 lid 1 Fw).

Conclusie

De eerste WHOA-uitspraken zijn inmiddels een feit. Verschillende aspecten van de WHOA zijn daarbij toegepast. Het is afwachten op de eerste homologatie-uitspraken. Wij zullen zelf voor één van onze cliënten later deze week een homologatieverzoek indienen bij de rechtbank).  GMW advocaten houdt u daarvan graag op de hoogte. Heeft u een vraag over dit onderwerp, neem dan gerust contact met mij op. Meer informatie over de WHOA vindt u ook op onze WHOA-pagina.