Column Raymond
Column Raymond

De laatste strafzaak

Baltus Smetsers verbleef in het penitentiaire hospitaal in Scheveningen, toen ik hem eind jaren tachtig als jonge advocaat bezocht. De Brabander lag met ontbloot bovenlijf in bed. Hij had vier kogelwonden in zijn borst.

“Ja mien jong, Ik heb ze goed uitgemeten gekregen. Godnondeju,” zei hij toen ik hem een hand gaf en vertelde dat ik zijn piketadvocaat was. Maar zelf had Smetsers zich ook niet onbetuigd gelaten. In een vuurgevecht op een plein in het zuiden van het land had hij een Marokkaanse rivaal doodgeschoten en een agent levensgevaarlijk verwond.

Een halfjaar later moest Baltus Smetsers zich voor zijn daden verantwoorden in de rechtszaal. De officier van justitie eiste twintig jaar celstraf. Ik hoorde mijzelf ter verdediging aanvoeren dat niet vastgesteld kon worden dat de Marokkaanse man door een kogel uit het wapen van Smetsers gedood was. En dat de agent de gebruikelijke veiligheidsvoorschriften niet in acht had genomen en zijn verwondingen dus aan zichzelf te wijten had. Toen ik na de zitting werd achtervolgd door familieleden van de vermoorde man en maar net het vege lijf wist te redden door in de trein naar Den Haag te springen, nam ik een besluit: dit was mijn laatste strafzaak geweest. Dat bleek ook vanuit financieel oogpunt een verstandige beslissing, want in de jaren daarna werden de vergoedingen die de staat in ‘pro deo’-zaken uitkeerde aan advocaten, steeds verder teruggeschroefd. Inmiddels valt er voor advocaten met strafzaken geen droog brood meer te verdienen, een enkele uitzondering daargelaten.

Toen de rechtspraak na de eerste coronatoespraak van premier Rutte besloot om onmiddellijk haar deuren te sluiten, bestond er een achterstand in te behandelen strafzaken van circa 23.000. Inmiddels is die achterstand opgelopen tot 55.000 zaken. Veel strafpleiters klagen. Hun toch al schamele inkomen valt vrijwel geheel weg, want er zijn geen zittingen. Rechters krijgen kritiek te verwerken en reageren soms fel. Zij werken zich een slag in de rondte, is hun antwoord. Aan de inzet van de rechters zal het niet liggen, maar vrijwel alle procesadvocaten (in strafzaken én civiele zaken) worden dagelijks geconfronteerd met de chaos op sommige griffies, haperende videoverbindingen, niet-functionerende wifi, de verschillende werkwijzen van de afzonderlijke rechtbanken, zaken die tot nader orde worden aangehouden en waarvan je vervolgens niets meer hoort, enzovoort. De coronacrises legt pijnlijk de verouderde systemen bloot. De ministers Grapperhaus en Dekker wordt onzichtbaarheid verweten (‘zijn de ministers van rechtsbescherming en justitie op reces?’). Maar ga er maar aan staan: het fundament van onze rechtsstaat vertoont niet te repareren scheuren. Alles moet anders, en snel.

Deze column is geschreven voor Den Haag Centraal, waarin Raymond de Mooij maandelijks schrijft over wat hij meemaakt in zijn praktijk.