Column Raymond
Column Raymond

De pyrrusoverwinning

Teun Bontenbal was boos en veel mensen zouden daar van schrikken. De man was groot, breed en dik. Zijn gezicht liep rood aan. “Dus jij zegt dat ik bij iedere deal moet kijken of de partij waarmee ik zaken doe wel goed bij z’n hoofd is?” Teun nam een hap adem. “En hoe moet ik dat dan doen, professor doctorandus de advocatenmeneer? Moet ik eerst bij hun huisarts langs? Of ze door een psychiater laten onderzoeken?” Na een samenwerking van meer dan twintig jaar werd ik niet warm of koud van een woedeaanval van mijn cliënt. “Nou ja, iedereen in de branche weet natuurlijk dat Lucas van Onderen een fantast is,” antwoordde ik , “hij heeft geen euro in zijn zak.” Teun Bontenbal had in maart van dit jaar twee panden in het centrum van Den Haag verkocht aan Lucas van Onderen. De koopprijs bedroeg 1,8 miljoen euro. Mijn cliënt had een paar jaar met de panden in zijn maag gezeten. Hoge financiële lasten, slechte huurders, veel onderhoud. In een kroeg op de Denneweg was hij Van Onderen tegen het lijf gelopen. Na een paar drankjes was mijn cliënt over de twee panden begonnen. Over de perfecte ligging, de stabiele huurinkomsten en de zakelijke mogelijkheden. Als Bontenbal wilde, kon hij charmant zijn en ijs aan een Eskimo verkopen. Lucas van Onderen was geen partij geweest. De vraagprijs was meteen door hem geaccepteerd. Er werd champagne besteld en er werden sigaren opgestoken. De volgende dag was Bontenbal glimlachend wakker geworden en had zijn notaris gebeld. Die had meteen een conceptleveringsakte vervaardigd en het document per koerier bij de koper laten bezorgen. In een begeleidend briefje had de notaris aan Lucas van Onderen gevraagd om een bankgarantie van tien procent te stellen. Tegen middernacht kwam er een e-mail bij de notaris binnen. “Weledelgestrenge heer. Dank voor het concept. Bankgarantie geen probleem. Levering graag eind van de maand.” De notaris had een reminder geschreven. En toen een sommatie. Maar Van Onderen stelde geen bankgarantie van 180.000 euro en liet ook verder niets van zich horen. Bontenbal begon zich zorgen te maken en kwam langs. “Ik wil een kort geding,” zei mijn cliënt, “en ik bedoel een heel, heel kort geding. Van Onderen moet afnemen. We hebben een deal. Een man een man, een woord een woord.” Ik wees Teun Bontenbal op de goede en de kwade kansen. “Van Onderen zal zeggen dat hij in de war was, of dronken. Je zal dat kort geding vervolgens wel winnen, maar dan? Van Onderen kan jou niet betalen en daar helpt geen vonnis aan.” Maar mijn cliënt stond niet echt open voor mijn argumenten. Het kort geding moest er komen. Lucas van Onderen verscheen zonder advocaat op de zitting. Voorzieningenrechter mr. Blauwsnor vroeg hem te reageren op de dagvaarding. “Ik heb last van posttraumatische stress,” fluisterde Van Onderen, “en ben ontoerekeningsvatbaar. Mijn vriend Bontenbal weet dat. Hij heeft mij ook nog eens dronken gevoerd terwijl ik niet tegen drank kan.” De rechter bleek niet onder de indruk van het verweer. “Maar u heeft een dag later toch de koop bevestigd door uw e-mail aan de notaris? Vertelt u eens, kunt u het afgesproken bedrag voldoen, meneer Van Onderen?” De koper van de twee kapitale panden ging staan: “Edelachtbare , eerlijk gezegd kan ik niet zo goed bij de bel.” Rechter Blauwsnor trok zijn wenkbrauw op. “Het betekent dat deze acteur niet kan betalen,” hielp mijn cliënt de magistraat, “maar dat is zijn probleem.” Dat laatste bleek niet helemaal waar. De rechter oordeelde tien dagen later dat Lucas van Onderen bij gebrek aan financiële middelen de panden niet hoefde af te nemen. Wel moest hij een boete van 180.000 euro aan Teun Bontenbal voldoen. Maar dat deed Van Onderen niet. Vorige maand leverde hem dat een gescheurde lip op toen hij mijn cliënt in een café tegen het lijf liep. Vervolgens dronken de mannen een glas, deden een plas en bleef alles zoals het was. Deze column is geschreven voor Den Haag Centraal, waarin Raymond de Mooij maandelijks schrijft over wat hij mee maakt in zijn praktijk.