Column Raymond de Mooij
Column Raymond de Mooij

De tandartsen

Niet alleen schoenmakers kunnen beter bij hun leest blijven. Hetzelfde geldt voor tandartsen. Saleem Ayub en Saif Khan wilden weleens iets anders dan kiezen trekken en tandsteen verwijderen. Zaten zij in een midlifecrisis, waren zij op zoek naar avontuur? Hun beweegredenen waren onduidelijk. Maar Ayub en Khan besloten hun spaarcentjes bij elkaar te leggen en een Pakistaans restaurant te beginnen. De tandartsen zochten contact met mijn cliënt, vastgoedondernemer John de Nennie. Hij was eigenaar van een leegstaande winkel in hartje Den Haag. Partijen sloten een overeenkomst, Ayub en Khan zouden de bedrijfsruimte voor een periode van vijf jaar huren. Er werd een borgsom van 10.000 euro en een maand huur door hen vooruitbetaald. Begin 2021 nam De Nennie telefonisch contact met mij op. “Mijn Pakistaanse vrienden hebben na hun eerste betaling geen cent huur meer voldaan. De schuld is opgelopen tot 50.000 euro. Zij jammeren dat zij geen horecavergunning krijgen, maar dat is niet mijn probleem.” Namens De Nennie liet ik een dagvaarding aan de tandartsen betekenen, waarin ik betaling van de huurschuld, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming vorderde. Mijn cliënt kwam kort daarna met nieuws. “Ayub en Khan hebben de zaak kennelijk overgedaan. Er zit nu een broodjeswinkel in mijn pand. Ik ken de eigenaar, Piet Pardon, en met die meneer wil ik dus niets te maken hebben.”

Tijdens de mondelinge behandeling van rechtszaak tegen Ayub en Khan werd tegen finale kwijting een regeling getroffen. Zij mochten hun huurschuld in termijnen aflossen en de huurovereenkomst werd beëindigd.

Toen de deurwaarder vervolgens de ontruiming aankondigde, vond hij een woedende Piet Pardon tegenover zich. “Ik heb de winkel met de hele inboedel ondergehuurd van die twee Pakies en nou moet ik eruit, da’s lekker.” Diezelfde avond laadde Pardon het interieur van de winkel in zijn bestelbus en vertrok.

Alsof het nog niet voldoende was geweest, begonnen Ayub en Khan vervolgens een rechtszaak tegen De Nennie. Zij eisten een schadevergoeding omdat hun inboedel uit de winkel was verdwenen. De kantonrechter maakte korte metten met die claim. “U heeft in de vorige rechtszaak een regeling getroffen tegen finale kwijting. Weet u wat daarmee wordt bedoeld?” De twee tandartsen knikten van nee. “Het betekent dat u niets meer uit hoofde van de eerdere huurovereenkomst kunt vorderen van de heer De Nennie. Ik wijs uw eisen dan ook af en veroordeel u in de proceskosten.”

Deze column is geschreven voor Den Haag Centraal, waarin Raymond de Mooij maandelijks schrijft over wat hij meemaakt in zijn praktijk.