WHOA
WHOA

De vof, de vennoten en aansprakelijkheid voor vorderingen

Naast de bekende besloten vennootschappen en eenmanszaken wordt er vaak ook ondernomen in een vennootschap onder firma (vof), waarbij er twee of meer vennoten zijn. De laatste tijd zijn er verschillende uitspraken gedaan door de Hoge Raad waarin steeds duidelijker werd hoe vennoten en vof zich tot elkaar verhouden met betrekking tot aansprakelijkheid voor schulden en het zelfstandige karakter van een vof. Hieronder wordt een en ander nader uitgewerkt aan de hand van de uitspraken van de Hoge Raad (Hoge Raad 2 juni 2017, HR 19 april 2019 en Hoge Raad 20 maart 2020).

Positie van een vof in een civiele procedure

Algemeen

De vof heeft geen rechtspersoonlijkheid en is daarom niet zelfstandig drager van subjectieve rechten en verplichtingen. Zij kan echter wel op eigen naam in rechte optreden. Wanneer een vof op eigen naam als eiser optreedt gaat het dus om een vorderingsrecht dat toekomt aan de gezamenlijke vennoten en dat in het afgescheiden vermogen valt (art 51 lid 2 Rv).

Vorderingen vof ook vorderingen vennoten?

Eerder (prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 19 april 2019) stond de vraag centraal of het UWV (dat in een faillissement op basis van de loongarantstellingsregeling de loonvordering had overgenomen) preferente vorderingen respectievelijk boedelvorderingen geldend kon maken in de schuldsaneringsregeling van de vennoten van de vof. Kortom: zijn de preferente schulden van de vof automatisch preferente schulden van de vennoten. Het antwoord daarop was: ja. Een arbeidsovereenkomst met de vof is ook een arbeidsovereenkomst met de gezamenlijke vennoten. De gezamenlijke vennoten gelden als werkgever, waardoor de vorderingen van het UWV preferente en boedelvorderingen blijven.

De Hoge Raad overwoog daartoe dat een vof op eigen naam in rechte kan optreden en op eigen naam failliet kan worden verklaard. Het is vaste rechtspraak van de Hoge Raad dat van het bedrijf van de vof bestemde vermogen van de vennoten is afgescheiden, zodat het faillissement van de vof niet automatisch het faillissement van de vennoten meebrengt (Hoge Raad 2 juni 2017). Het faillissement van een vof ziet op vereffening van dat afgescheiden vermogen. Het ontbreken van rechtspersoonlijkheid brengt echter mee dat de vof niet zelfstandig draagster is van subjectieve rechten en plichten. Wanneer een vennoot handelt in naam van de vof, handelt hij namens de gezamenlijke vennoten en bindt hij de gezamenlijke vennoten. Een overeenkomst met de vof is dan ook een overeenkomst met de gezamenlijke vennoten, in die hoedanigheid. Conform art 18 WvK is elke vennoot hoofdelijk verbonden voor verbintenissen van de vof. Iedere vennoot is voor het geheel aansprakelijk. Een schuldeiser kan zijn vordering geldend maken tegen de vof (de gezamenlijke vennoten) alsmede de vennoten afzonderlijk. Een schuldeiser heeft dus twee mogelijkheden. Hij verhaalt zijn vordering op de vof en/of hij verhaalt zijn vordering op de vennoten. Dat kan hij gezamenlijk doen, na elkaar of geheel los van elkaar.

Hieruit heeft de Hoge Raad afgeleid dat indien er uitsluitend tegen een vof wordt geprocedeerd en er volgt een toewijzend vonnis, deze alleen tegen de vof ten uitvoer is te leggen. Dit kan niet ten laste van het privévermogen van de vennoten tenuitvoergelegd worden. Alleen de vof is namelijk procespartij en niet de vennoten. Dit betekent ook dat als alleen de vof procespartij is en de gedaagde wenst een eis in reconventie in te stellen (dit speelde in het arrest van de HR 20 maart 2020), hij dit alleen kan doen tegen de vof. Als hij de vennoten in rechte wil betrekken, dan moet hij tegen de vennoten een aparte procedure starten (die eventueel gevoegd kan worden). De Hoge Raad week in haar arrest van 20 maart 2020 dan ook niet af van de hoofdregel.

Conclusie

Voor de vennoten is het van belang om zich goed te realiseren dat zij niet alleen de vennootschap binden, maar ook alle vennoten. Daarbij moet een schuldeiser van een vof zich realiseren dat hij een vonnis tegen een vof alleen kan executeren tegen de vof en niet tegen de gezamenlijke vennoten. Die moet hij dan wel in rechte mee dagvaarden.

Heeft u een vraag over dit onderwerp, neem gerust contact met mij op.