aansprakelijkheid bij een whiplash
aansprakelijkheid bij een whiplash

Effect verpanding debiteurenvorderingen

Welke bevoegdheden houdt u  eigenlijk na verpanding van uw debiteurenvorderingen? Wie zijn onderneming financiert met krediet of een lening, zal aan zijn bank zekerheden moeten geven. Standaard bestaan die uit verpanding van inventaris, voorraden en/of debiteurenvorderingen. Bij verpanding van debiteurenvorderingen kan de bank de openstaande facturen van uw onderneming incasseren als u met betaling van rente of aflossing in gebreke blijft. Gelukkig komt het vaak zo ver niet, omdat u gewoonlijk wel aan uw betalingsverplichtingen jegens de bank kunt voldoen. Intussen zijn echter wel alle vorderingen op uw klanten verpand aan de bank. Wat dan zijn de rechten en plichten van u en de bank?

Stille verpanding

Bij stille verpanding van vorderingen, weet de klant / debiteur niet dat de vorderingen verpand zijn. Dat betekent dat de onderneming zelf de vorderingen kan incasseren, als ware zij niet verpand. De debiteur dient aan de onderneming te betalen, wat hem ook door de bank niet kan worden tegengeworpen. De bank wordt pas inningsbevoegd nadat het pandrecht is meegedeeld aan de debiteur. Maar mag u de vordering op uw debiteur ook kwijtschelden? Wordt de bank als pandhouder daardoor niet onredelijk benadeeld? En geldt die kwijtschelding wel jegens de bank? Daarover gaf de Hoge Raad duidelijkheid.

De casus

Het Japans bedrijf Neo River – producent van voedingssupplementen – heeft voor o.a. Europa een distributieovereenkomst gesloten met Osata. Ter uitvoering daarvan sluit Osata met IAE een “sub” distributieovereenkomst. Wegens vermeend wanprestatie van Osata, ontbindt Neo River in september 2006 haar overeenkomst met Osata en stelt zij Osata aansprakelijk voor schade. Osata ontkent echter dat zij in gebreke is, en betwist de geldigheid van de ontbinding van de distributieovereenkomst. Als gevolg van de ontbinding van de distributieovereenkomst door Neo River, kan Osata haar verplichtingen jegens IAE niet meer nakomen. Ter verzekering van de vordering (schadevergoeding) die IAE op Osata als gevolg daarvan verkrijgt, vestigt Osata in november 2006 ten gunste van IAE een stil pandrecht op haar vordering op Neo River (wegens onterechte ontbinding/default). In deze pandakte is Nederlands recht van toepassing verklaard. Het komt tot een procedure bij de rechtbank Den Haag tussen de drie betrokken partijen, waarbij Neo River van Osata schadevergoeding vordert, en Osata en IAE schadevergoeding vorderen van Neo River. In oktober 2010 geeft de rechtbank Neo River gelijk, en veroordeelt Osata tot betaling van € 350.000,-. Osata en IAE stellen hoger beroep in tegen het vonnis, en doen – na het vonnis – aan Neo River mededeling van het gevestigde pandrecht. Kort daarna wisselt het bestuur van Osata. De nieuwe bestuurder besluit het hoger beroep niet door te zetten. Het door IAE ingestelde beroep loopt natuurlijk wel door, maar het Gerechtshof bevestigt het vonnis van de rechtbank.

Kwijtschelding ongeldig?

Bij de Hoge Raad betoogt IAE dat de intrekking van het hoger beroep door Osata beschouwd moet worden als het “kwijtschelden” (afstand van recht) van haar vordering op Neo River, en dat die kwijtschelding niet rechtsgeldig heeft plaatsgevonden omdat daarvóór het pandrecht van IAE op die vordering al was meegedeeld. Volgens IAE is een geopenbaard pandrecht “absoluut” / alomvattend: niet alleen het recht om betaling te incasseren gaat over naar de pandhouder, maar ook het exclusieve recht tot kwijtschelding, treffen van betalingsregelingen, en ander beschikkingshandelingen. De Hoge Raad oordeelt echter anders. Een pandrecht is een beperkt recht, dat afhankelijk is van het recht waarop zij is gevestigd. Als het pandrecht is gevestigd op een vordering, en die vordering gaat teniet door kwijtschelding, dan gaat het pandrecht van rechtswege ook teniet. Verder bepaalt art. 3:246 BW wat de gevolgen zijn van verpanding van vorderingen: de pandhouder wordt exclusief bevoegd om nakoming te eisen van de schuldenaar en betaling in ontvangst te nemen. Andere bevoegdheden kent de wet echter niet aan de pandhouder toe, zodat moet worden aangenomen dat die bij de pandgever blijven. Als gevolg daarvan, zo oordeelt de Hoge Raad, is Osata als pandgever bevoegd gebleven tot kwijtschelding. Maar ook de mogelijkheden tot ontbinding van overeenkomsten waaruit de verpande vordering voortvloeide, het treffen van afbetalingsregelingen, of andere rechtshandelingen die van invloed kunnen zijn op de positie van de pandhouder, blijven bij de pandgever.

Pandhouder kan de kwijtschelding terugdraaien wegens pauliana

De door Osata verrichte kwijtschelding is dus rechtsgeldig. De Hoge Raad geeft aan IAE nog wel mee dat de kwijtschelding door haar zou kunnen worden vernietigd wegens benadeling (pauliana). Die vernietiging is eenvoudig te realiseren; weliswaar rust de bewijslast van de benadeling bij IAE als pandhouder, maar bij verlies van pandrechten kan in beginsel worden aangenomen dat die benadeling aanwezig is.