Gebreken aan het gehuurde – bedrijfsruimte

Artikel 7:204 e.v. BW

Een gebrek is een staat of eigenschap van het gehuurde die maakt dat de huurder minder genot heeft van het gehuurde. Ze mag de huurder niet toe te rekenen zijn, en moet vallen buiten wat je van een onderhouden zaak mag verwachten. Een feitelijke stoornis door derden telt niet als een gebrek, dus als bijvoorbeeld een naast de woning gesitueerd bedrijf stank of trillingen veroorzaakt, komt dat in beginsel niet voor rekening van de verhuurder. Kleine herstellingen, zoals bijvoorbeeld het vervangen van lampen of het aanbrengen van tochtstrips, tellen ook niet als een gebrek. Verder heeft het begrip een ruime betekenis: de huurder van een verwaarloosd gebouw mag verlangen dat de verhuurder de gebreken verhelpt, ook al waren de gebreken bij aanvang van de huurovereenkomst al zichtbaar voor de huurder.

Afwijken van wettelijke regelingen

Voor woonruimte mag niet van de wettelijke regelingen inzake gebreken worden afgeweken. Voor de andere regimes, zoals winkelruimte of kantoorruimte mag dat wel. Zo kunnen partijen onderling afspreken dat bepaalde omstandigheden geen gebrek zijn, en wordt bij de huur van een vervallen schuur voor een zeer lage huurprijs aangenomen dat partijen bedoeld hebben dat de verhuurder de gebreken niet herstelt.

De wettelijke regels verplichten de verhuurder om gebreken te verhelpen. Als de verhuurder dat, ook na een ingebrekestelling, niet doet, kan de huurder de gebreken zelf (laten) verhelpen en de kosten daarvan in mindering brengen op de huurprijs.

Vermindering van huurprijs

Als een gebrek het huurgenot vermindert kan de huurder een evenredige vermindering van de huurprijs vorderen bij de rechter. De verlaagde huurprijs geldt dan vanaf het moment waarop het gebrek in voldoende mate bekend was aan de verhuurder tot aan de dag waarop het gebrek verholpen is. Hiervan kan bij woonruimte niet worden afgeweken. Bij de overige ruimtes is afwijken wel mogelijk, behalve als de verhuurder het gebrek bij aanvang van de huurovereenkomst al kende of moest kennen.

Gevolgschade

Soms is er ook sprake van gevolgschade. Bijvoorbeeld als de inboedel beschadigd is door een lekkage, of een bedrijf niet kan exploiteren door het gebrek. De verhuurder is alleen aansprakelijk voor gevolgschade als het gebrek is ontstaan na het ingaan van de huurovereenkomst en hem toe te rekenen is, of wanneer hij het gebrek bij het ingaan van de huurovereenkomst al kende of behoorde te kennen, of heeft gegarandeerd dat het gehuurde het gebrek niet had. De aansprakelijkheid voor gevolgschade kan bij winkelruimte en kantoorruimte worden uitgesloten, behalve als de verhuurder het gebrek bij aanvang van de huurovereenkomst al kende of moest kennen.

Artikelen

De opstal van zonnepanelen
Het kwartje

Het kwartje

Een huurrechtelijke blik op flexibele kantoorconcepten
Waarop letten bij de Leegstandwet
De ontruiming bij onderhuur
Huurprijsherziening horeca en winkelpanden
high standard
Vastgoedbeheer uit handen geven
Contractuele medehuur en de scheidingsregeling
ivoren toren
Een mondelinge huurovereenkomst; mag dat
Overlast door huurders
coronamaatregelen huurkorting
Column Raymond de Mooij

De boekhoudster

De diplomatenclausule
Huurrecht corona
Column Raymond de Mooij
Column Raymond de Mooij

Avondklok

Raymond de Mooij

Sterke vrouw