Geen residuele bevoegdheid op grond van Brussel II bis voor scheidende Nederlandse onderdanen
Geen residuele bevoegdheid op grond van Brussel II bis voor scheidende Nederlandse onderdanen

Geen residuele bevoegdheid op grond van Brussel II bis voor scheidende Nederlandse onderdanen

David Hodson OBE en Marjet Groenleer

De Verordening van Brussel, algemeen bekend als Brussel II bis, werd oorspronkelijk geïntroduceerd in maart 2000. Eén van de prijzenswaardige bedoelingen ervan was de totstandbrenging van één bevoegdheidsgrondslag voor scheidingen en vergelijkbare huwelijkszaken in de hele EU met haar meer dan 500 miljoen burgers. Het Nederlandse parlement heeft echter niet alle bevoegdheidsgronden volledig aanvaard, waardoor Nederlandse onderdanen onvoldoende toegang hebben tot het recht en tot echtscheidingsprocedures. Deze stand van zaken wekt bij toeschouwers buiten Nederland  aanzienlijke verbazing.

Brussel II bis voorziet in specifieke bevoegdheden ter zake van scheiding, scheiding van tafel en bed en aanverwante statusprocedures zodat die in de hele EU hetzelfde kunnen zijn. Dit staat in artikel 3 met daaraan verwante, minder belangrijke gronden in de artikelen 4 en 5 (die voor dit artikel als onderdeel van artikel 3 worden beschouwd). Er worden zeven bevoegdheidsgronden genoemd in artikel 3. Waar wordt verwezen naar ‘nationaliteit’ geldt overigens in plaats daarvan ‘domicile’ (woonplaats) voor het VK en Ierland. Er kunnen echter omstandigheden zijn waarin geen enkele EU-lidstaat in een bepaalde zaak bevoegd is overeenkomstig artikel 3. Daarom voorziet Brussel II bis in artikel 7 in wat bekend staat als de ‘residuele bevoegdheid’. Wanneer geen lidstaat bevoegd is op grond van de artikelen 3-5 Brussel bis II, kan elke lidstaat in zijn eigen wetgeving voorzien in aanvullende bevoegdheid. In het VK en Ierland is dit de enkele woonplaats (s5.2 Domicile and Matrimonial Proceedings Act 1973). In de rest van de EU wordt aangenomen dat dit de enkele nationaliteit is. Maar niet in Nederland. Het parlement heeft eenvoudigweg ingestemd met de bevoegdheid in de artikelen 3-5 van Brussel II bis, maar heeft geen aanvullende, residuele bevoegdheid ingevoerd. Dit leidt tot grote problemen voor sommige Nederlandse onderdanen.

Dat blijkt uit de volgende situaties

Een Engelse vrouw en haar Canadese echtgenoot wonen in Cambodja, waar hij werkzaam is.  Omdat geen van beiden wil scheiden via het Cambodjaanse familierechtelijke systeem, kan de Engelse vrouw scheiden in Engeland vanwege haar enkele woonplaats. Op grond van common law zal moeten worden bepaald of de band met Engeland dan wel de band met Canada nauwer is. Maar zij heeft de mogelijkheid Engeland te kiezen voor haar scheiding.  De enkele woonplaats als grondslag voor residuele bevoegdheid doet zich voor, omdat noch Engeland noch enige andere EU-lidstaat bevoegd is op grond van de artikelen 3-5 van Brussel II bis. In vergelijkbare omstandigheden kan een Franse vrouw met een Canadese echtgenoot die in Cambodja wonen zich tot de Franse rechter wenden op grond van haar Franse nationaliteit, die de grondslag is voor de residuele bevoegdheid van Frankrijk. Maar in precies dezelfde omstandigheden kan een Nederlandse vrouw die is getrouwd met een Canadese man die in Cambodja wonen niet scheiden via de Nederlandse rechter, ook al heeft zij de Nederlandse nationaliteit. Dat kan niet, omdat de mogelijkheid van residuele bevoegdheid niet is ingevoerd in de Nederlandse wetgeving. Dit veroorzaakt voortdurend problemen voor gespecialiseerde Nederlandse familierechtadvocaten die worden geraadpleegd door Nederlandse onderdanen die buiten de EU wonen en willen scheiden via de rechter in hun thuisland. De rechter zal geen scheiding toestaan, omdat in de Nederlandse wet niet is voorzien in een grondslag voor residuele bevoegdheid. Zelfs indien beide echtelieden instemmen met Nederlandse bevoegdheid, kan de Nederlandse rechter geen internationale bevoegdheid aannemen, omdat een forumkeuze (nog) niet mogelijk is op grond van Brussel II bis. Er zijn talloze zaken waarin dit advies moest worden gegeven en voor veel frustratie en leed heeft gezorgd bij Nederlandse onderdanen (niet getrouwd met een andere Nederlandse onderdaan) die in het buitenland wonen en werken, met name wanneer ze wisten, via expat-gemeenschappen en dergelijke, dat andere EU-onderdanen naar de familierechter in hun eigen land konden gaan op basis van enkele nationaliteit of enkele woonplaats, naar gelang het geval. Misschien zijn er nog andere lidstaten zonder residuele bevoegdheid op grond van artikel 7 Brussel II bis en nu zouden wij heel graag van familierechtbeoefenaren elders in de EU horen of andere landen in dezelfde situatie verkeren als Nederland. Dit moet natuurlijk veranderen, omdat het tot grote problemen leidt en de burgers van een EU-lidstaat worden benadeeld. Omwille van Nederlandse burgers die buiten de EU wonen en omwille van een autonoom rechtsstelsel in de hele EU, doen we een dringend beroep op het Nederlandse parlement om de bepaling betreffende residuele bevoegdheid bij echtscheiding op grond van Brussel II bis in te voeren.   David Hodson OBE is een Engelse advocaat, mediator, arbiter, Australisch gekwalificeerde solicitor en barrister en parttime plaatsvervangend familierechter in Londen (Deputy District Judge bij het Central Family Court). Hij is ook mede-oprichter en partner van The International Family Law Group LLP, een gespecialiseerde praktijk in Covent Garden, Londen (www.iflg.uk.com), die de belangen dient van internationale gezinnen en hun kinderen. Hij is redacteur en voornaamste auteur van The International Family Law Practice (Jordans), in Engeland het toonaangevende leerboek over internationaal familierecht. Hij is gasthoogleraar aan de University of Law. Lees meer op: www.iflg.uk.com Marjet Groenleer is associate partner bij GMW advocaten (www.gmw.nl) in Den Haag. Ze is ruim 15 jaar werkzaam in het familierecht. Haar specialisatie is (internationale) echtscheidingen, met name de financiële aspecten daarvan. Zij is lid van de Vereniging van Familierecht Advocaten en Scheidingsmediators (vFAS) en universitair docent internationaal privaatrecht aan de Universiteit Leiden. Zij begeleidt veel expats bij hun echtscheiding. Het gaat daarbij zowel om niet-Nederlanders die woonachtig zijn in Nederland als om Nederlanders in het buitenland. Marjet is gespecialiseerd in het afwikkelen van zaken die zich afspelen binnen verschillende jurisdicties en die financieel complex zijn.