Gratis Water; het vervolg
Gratis Water; het vervolg

Gratis Water; het vervolg

Op 10 oktober 2016 schreef ik een blog over “Gratis Water”, hier leest u het vervolg. De rechtbank Amsterdam had zich uitgelaten over de levering van water terwijl er tussen de consument en het waterbedrijf geen overeenkomst bestond. Op grond van art 7:7 BW hoeft een consument voor ongevraagd geleverde zaken niet te betalen. Zo oordeelde de Rechtbank Amsterdam. De consument hoefde dus niet te betalen voor het water.

Gratis Water; het vervolg

Het waterbedrijf heeft het hierbij niet gelaten en is in hoger beroep gegaan. Aan het Hof van Justitie van de Europese Unie zijn prejudiciële vragen gesteld. Deze vragen heeft het Europese Hof op 3 februari 2021 beantwoord. De Hoge Raad heeft op 17 december 2021 uitspraak gedaan over het “gratis water”.

De Hoge Raad heeft – zeer kort weergegeven – de volgende vragen aan het Europese Hof gesteld. Allereerst was de vraag of er – onder bepaalde voorwaarden – sprake was van ongevraagde levering van drinkwater. Vervolgens wordt nog de vraag gesteld of er een overeenkomst tot stand is gekomen tussen de consument en het waterbedrijf

Uitgebreide behandeling van de antwoorden van het Europese Hof gaat voor nu te ver, daar ook het oordeel van de Hoge Raad veel interessanter en bepalender is.

Het oordeel van de Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelt allereerst dat er wel degelijk een overeenkomst was tussen het waterbedrijf en de consument. Het gaat volgens de Hoge Raad namelijk om de vraag wat beide partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars gedragingen hebben afgeleid. Aanbod en aanvaarding hoeft niet uitdrukkelijk plaats te vinden. Zij kunnen in elke vorm plaatsvinden en kunnen besloten liggen in een of meer gedragingen. De Hoge Raad oordeelt dat hier sprake is van een overeenkomst omdat (i) de consument, evenals de gemiddelde consument, weet dat aan levering van drinkwater kosten zijn verbonden (ii) de consument gedurende lange periode structureel drinkwater heeft verbruikt (iii) de consument, na ontvangst van een welkomstbrief en facturen, zijn verbruik voortzet (iv) de consument, nadat hij is afgesloten, alsnog een overeenkomst wenst.

Over de ongevraagde levering oordeelt de Hoge Raad heel kort dat drinkwater een primaire levensbehoefte is wat verder is vastgelegd in de Drinkwaterwet, welke een uitwerking is van art 22 Grondwet. Deze wet ziet tot bescherming van de volksgezondheid en niet tot bescherming van economische belangen van consumenten. Mede gelet op hetgeen het Hof van Justitie hierover oordeelde valt dit niet onder de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken, waardoor deze vraag niet verder hoeft te worden beantwoord.

Waar het opendraaien van een kraan al niet toe kan leiden. Inmiddels hebben partijen ruim 5 jaar geprocedeerd over de afname van het water en is vast komen te staan dat er wel degelijk sprake is van een overeenkomst en dat ongevraagde levering in deze niet opgaat. Heeft u naar aanleiding van deze blog een vraag? Neem gerust contact met mij op.