Grensoverschrijdend gedrag
Grensoverschrijdend gedrag

Grensoverschrijdend

Zanger Marco Borsato, politica Nilüfer Gündogan, boekrecensent Arjan Peters, Rapper Ali B. Bekende Nederlanders die de afgelopen tijd beschuldigd zijn van grensoverschrijdend gedrag. De aantijgingen werden breed uitgemeten in de kranten, op social media en tijdens het gestaag groeiende aantal praatprogramma’s op de televisie. Terecht wees de Haagse advocaat Job Knoester in een uitzending van ‘Vandaag Inside’ op de zogenaamde onschuldpresumptie: totdat iemand veroordeeld is, moet hij voor onschuldig worden gehouden. Het is echter meestal lang wachten op een rechtszaak, want de juridische molens draaien langzaam. Regelmatig blijft een veroordeling überhaupt achterwege, omdat de betrokkenen uiteindelijk niet vervolgd worden of inderdaad onschuldig blijken te zijn. Het leed is voor hen dan vaak al geschied, want als gevolg van de ‘trial by media’ is hun reputatie verwoest.

Wanneer is gedrag grensoverschrijdend?

Die vraag is niet alleen in strafrechtelijke zin van belang, maar komt ook in het civiele recht weleens voorbij. Bijvoorbeeld in een deze maand gepubliceerde, opmerkelijke uitspraak van het hof Amsterdam. Een vrouw verhuurde sinds 1981 een deel van haar woning aan een man. Zij was een soort hospita. In september 2016 vroeg de huurder haar of zij naakt sliep. De vrouw vond dat die vraag een seksuele lading had en vorderde om die reden in een gerechtelijke procedure de beëindiging van de huurovereenkomst. De huurder ontkende aanvankelijk dat hij de bewuste vraag gesteld had, maar toen er een geluidsopname bleek te zijn, verweerde hij zich met de stelling dat zijn vraag moest worden gezien in de context van de temperatuur in het huis. Kennelijk vond hij die te hoog.

Het hof Amsterdam vond dat de man door zijn verhuurster te vragen of zij naakt sliep, laakbaar had gehandeld. ‘Dergelijke vragen laten zich, eenmaal uitgesproken, niet ongedaan maken en blijven voor altijd hangen…,’ werd er met gevoel voor dramatiek in het arrest opgetekend. Het oordeel luidde dat de huurder zich niet had gedragen zoals een goed huurder betaamt. Het hof maakte daarom na een periode van 41 jaar (meer dan 5 jaar na het gewraakte incident) een einde aan de huurovereenkomst tussen partijen. Een grensoverschrijdende uitspraak, naar mijn mening.

Heeft u vragen of wilt u meer informatie? Neem bij juridische vragen direct contact met ons op.

Deze column is geschreven voor Den Haag Centraal. Raymond de Mooij schrijft hier maandelijks over wat hij meemaakt in zijn praktijk.