bijklussen onder werktijd
bijklussen onder werktijd

Immuniteit van internationale organisaties in arbeidsgeschillen

In Nederland zijn verschillende internationale organisaties gevestigd. Om ervoor te zorgen dat deze organisaties onafhankelijk en zonder belemmeringen kunnen functioneren, genieten zij immuniteit. Deze is neergelegd in de zogenoemde zetelovereenkomst zoals tussen de betreffende organisatie en Nederland gesloten, en houdt in dat de Nederlandse rechter in beginsel geen rechtsmacht toekomt.

Doorbreking immuniteit

De immuniteit van internationale organisaties is niet absoluut, maar functioneel van aard. Dit betekent dat deze immuniteit niet ongelimiteerd is, maar alleen geldt voor zover geschillen die verband houden met de uitoefening van haar taken door de organisatie. Op deze immuniteit kan daardoor een uitzondering worden gemaakt. De immuniteit kan worden doorbroken door de Nederlandse rechter als een beroep hierop een schending van artikel 6 EVRM, het recht op een eerlijk proces, oplevert. Dit is het geval als er door de internationale organisatie geen alternatieve rechtsgang voor privaatrechtelijke geschillen wordt geboden. Slaagt een beroep hierop, dan zal de Nederlandse rechter het geschil inhoudelijk behandelen.

Immuniteit en arbeidsgeschillen

Arbeidsgeschillen van werknemers van internationale organisaties vallen onder de functionele immuniteit, indien de verrichte werkzaamheden in onmiddellijk verband staan met de vervulling van de taken van de organisatie. Uitgangspunt is dat dit het geval is indien iemand werkzaamheden verricht voor een dergelijke organisatie. Op de arbeidsverhouding van werknemers werkzaam bij een internationale organisatie zijn doorgaans interne Staff Rules van toepassing. Aan de hand van deze regels worden arbeidsgeschillen beoordeeld. Op basis hiervan kan een interne bezwaar- en/of beroepsprocedure worden gevolgd om een oordeel over een ontstaan geschil te verkrijgen. Biedt dit geen soelaas, dan kan de werknemer doorgaans naar een externe instantie; meestal het Administrative Tribunal van de International Labour Organisation (ILO) of, in het geval van een Europese organisatie, het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie. Als bovengenoemde rechtsgangen inderdaad worden geboden, is er sprake van een alternatieve rechtsgang en zal de immuniteit niet worden doorbroken. De Nederlandse rechter komt dan dus geen rechtsmacht toe en zal niet inhoudelijk over het arbeidsgeschil oordelen. Dit is bevestigd door de Hoge Raad in bijvoorbeeld een kwestie tegen de Europese Octrooi Organisatie in 2009 (HR 23-10-2009, ECLI:NL:HR:2009:BI9632) en recent, op 20 maart 2015, in een zaak tegen de Iran-United States Claims Tribunal (HR 20-3-2015, ECLI:NL:HR:2015:687). Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen zal de immuniteit van een internationale organisatie worden doorbroken in geval van een arbeidsgeschil. Zo’n situatie deed zich voor tegen de Europese Octrooi Organisatie waarover de kantonrechter Den Haag besliste (Ktr. Den Haag, 19 augustus 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:10282). Na de interne procedure van deze organisatie te hebben doorlopen, startte de werknemer een procedure bij het ILO Administrative Tribunal zoals voorgeschreven door de op hem toepasselijke Staff Rules. Het oordeel van dit tribunaal zou 15 jaar(!) op zich laten wachten. De kantonrechter oordeelde dat dit geen redelijke termijn is, en dat hiermee het recht van de werknemer op een eerlijk proces, zoals neergelegd in artikel 6 EVRM, werd ontnomen. Hierdoor wordt de immuniteit van de Europese Octrooi Organisatie disproportioneel en mag deze worden doorbroken, waardoor de nationale rechter bevoegd is van het geschil kennis te nemen.