Raymond de Mooij
Raymond de Mooij

Joehoe

Nauwelijks had premier Rutte op een persconferentie voor het eerst coronamaatregelen aangekondigd, of alle gerechtsgebouwen in Nederland sloten de deuren. Duizenden rechtszaken werden voor onbepaalde tijd aangehouden. Kritiek zorgde ervoor dat het werk een paar weken later weer voorzichtig werd opgepakt.

Misschien iets te voorzichtig. In juni  bleek dat er 17.000 zaken ‘op de plank’ lagen, dat wil zeggen: niet behandeld werden. Het zullen er nu veel meer zijn. Vorige week vrijdag had ik voor het eerst sinds maart weer een fysieke zitting. Ik had er echt zin in. Met mijn cliënten Derrel de Vlieger en Robbie Wegloper wandelde ik door de Theresiastraat richting het Paleis van Justitie. Overal was bedrijvigheid. De eigenaren van lunchrooms, cafés, kledingzaakjes en uitzendbureaus werkten zich een slag in de rondte. Toen wij van de drukke straat het Paleis van Justitie binnengingen, liepen wij tegen een muur van stilte aan. Bij de metaaldetector stond niet de gebruikelijke lang rij mensen. Aanwezig waren alleen de twee vaste bewakers, die ons hongerig aankeken. Eindelijk wat te doen. “Ik was even bang dat ik gevisiteerd zou worden,” zei een opgeluchte Derrel de Vlieger toen hij mocht doorlopen.

In de centrale hal was het donker en leeg. “Joehoe, is daar iemand?”, riep mijn cliënt Wegloper. Wij hoorden geritsel achter de centrale balie. Het was de vriendelijke bode die bezoekers naar de juiste zaal moet verwijzen. Zij zat een papieren schema ter grootte van een forse postzegel uit te knippen. “Ik weet niet waar u moet zijn, ik ben bezig met het rooster van morgen,” zuchtte de vrouw. Er volgde een speurtocht door het verlaten gebouw. Langs een gesloten kantine, een uitgestorven eerste verdieping en een verveelde bode op de tweede verdieping die ook niet wist waar onze zitting zou plaatsvinden. Op de derde etage troffen wij uiteindelijk een paleismedewerkster aan met een papiertje waarop twee zaken genoteerd stonden. De onze zat ertussen.

Na de zitting wandelden wij naar de uitgang van het gebouw. Nu was er letterlijk niemand meer aanwezig. Een spookpaleis. “Het lijkt wel een scène uit ‘The Shining’,” zei Derrel de Vlieger. “Zo meteen komt Jack Nicholson achter ons aan met een bijl.” Maar ik dacht aan een alternatief, een net zo griezelig scenario. Waarin een schoonmaker bij het vallen van de avond het Paleis van Justitie voor een laatste keer afsluit. De duizenden dossiers tot in eeuwigheid op de plank blijven liggen. En iedereen het verder wel best vindt.

Deze column is geschreven voor Den Haag Centraal, waarin Raymond de Mooij maandelijks schrijft over wat hij meemaakt in zijn praktijk.