Column Raymond de Mooij
Column Raymond de Mooij

Like gentlemen

De knappe, Aziatische vrouw die tegenover mij zat, was aangeslagen. Haar hand trilde toen ze mij een verstekvonnis overhandigde. Lucy Chin moest een winkel ontruimen in verband met een huurschuld. “Ik ben eigenaar van een beautysalon in de buurt van het Binnenhof,” vertelde mijn cliënte. “Sinds kort heb ik een nieuwe huisbaas, een Engelsman. Peter Rude heet hij, echt een vreselijke kerel.”

De verhuurder had in ieder geval weinig begrip opgebracht voor de financiële problemen waarin mijn cliënte als gevolg van de coronacrisis verkeerde. Lucy Chin: “Toen ik in april iets minder huur overmaakte, stond hij meteen op de stoep. Hij schold mij uit en sloeg hard op de winkelruit. Terwijl er nota bene een klant binnen was.” Mijn cliënte had haar huisbaas vervolgens schriftelijk verzocht om akkoord te gaan met een huurkorting van 20 procent.

Het leidde tot een volgend bezoek aan de winkel van cliënte. Ditmaal had Peter Rude zijn advocaat mr. Harold Kukel meegenomen. “Zij hebben met z’n tweeën een halfuur tegen mij staan schreeuwen. Die advocaat was nog erger dan mijn huisbaas.” Toen Lucy Chin een paar dagen later ’s ochtends haar winkel binnen wilde gaan, bleek dat onmogelijk. Het slot van de deur was dichtgespoten met lijm. Die avond werd zij gebeld door Peter Rude. “Hij vroeg lachend of ik mijn winkel goed afgesloten had. Volgens mij was hij dronken en belde hij vanuit een kroeg.” Toen mijn cliënte kort daarna door hetzelfde nummer gebeld werd, had zij het gesprek opgenomen.

Zij liet mij de opname horen. Nadat Peter Rude mijn cliënte de huid vol had gescholden, kwam mr. Harold Kukel aan de lijn. De advocaat vertelde dat hij ervoor zou zorgen dat Lucy Chin failliet zou gaan en met haar kind op straat zou worden gezet. Het getier ging twintig minuten door.

Namens mijn cliënte liet ik een verzetdagvaarding uitbrengen en stelde ik een tegeneis in. Ik betoogde dat de ontruiming van het gehuurde door de geringe huurachterstand niet gerechtvaardigd was. Mijn cliënte was evenwel bereid om vrijwillig vertrekken, want zij wilde niets meer met Peter Rude en mr. Kukel te maken hebben. Maar de 30.000 euro die zij eerder in de winkel had geïnvesteerd, moest gecompenseerd worden. Een dag nadat de dagvaarding was betekend, kreeg ik een telefoontje van Peter Rude. “Ik las uw dagvaarding. Mijn complimenten,” zei de man poeslief. “Maar is het niet beter als wij de zaak schikken? Dan besparen wij tijd en geld.” Ik haalde diep adem. “Dus u wilt de zaken netjes regelen?”, vroeg ik. “Dat is juist,” antwoordde de heer Rude. “Of zoals wij in Engeland zeggen: like gentlemen.”

Deze column is geschreven voor Den Haag Centraal, waarin Raymond de Mooij maandelijks schrijft over wat hij meemaakt in zijn praktijk.