Misbruik van B.V.’s

In mijn weblog van 9 maart 2009 schreef ik over het misbruik dat een particulier maakte van diverse stichtingen, waarin hij de eigendom van zijn monumentale woning had ondergebracht (zie hier). Op die manier probeerde hij de woning aan beslaglegging door schuldeisers te onttrekken. Die constructie hield geen stand.

Het is geen uitzondering dat mensen proberen zich van schulden te ontdoen door met rechtspersonen te schuiven. Schuldeisers hoeven met dergelijke vormen van fraude, die in faillissement helaas vaak voorkomt, echter geen genoegen te nemen. Een goed voorbeeld is een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 9 mei 2012.

De zaak

A. is directeur/aandeelhouder van GCA Special Events B.V., die een schuld van € 90.000,= heeft aan Schoonmaakbedrijf. Omdat niet betaald wordt, start Schoonmaakbedrijf een incassoprocedure tegen GCA Special Events. In november 2009 wijst de rechtbank die vordering volledig toe. Op 19 februari 2010 verkoop A. alle aandelen in GCA Special Events B.V. voor € 1,= aan een derde. A. richt een nieuwe B.V. op, genaamd GCA Events B.V. (zonder “Special”). Op 29 april 2010 verkoopt GCA Special Events alle inventaris, goodwill, werknemers, etc. aan GCA Events voor een verkoopprijs van € 0,=. GCA Events zet per 1 mei de onderneming voort, waarmee de onderneming is teruggekeerd bij A. Alle schulden, waaronder de schuld aan Schoonmaakbedrijf, blijven achter bij GCA Events, die geen verhaal biedt. 

Schoonmaakbedrijf spreekt daarop de nieuw opgerichte B.V. GCA Events aan, en verwijt haar onrechtmatig handelen dat ertoe heeft geleid dat Schoonmaakbedrijf haar vordering van € 90.000,= niet betaald krijgt.

Het vonnis van de rechtbank

De rechtbank Amsterdam is duidelijk in zijn vonnis. Met verwijzing naar de standaard-uitspraak van de Hoge Raad op dit gebied uit 2000 (Rainbow), oordeelt de rechtbank dat GCA Events B.V. door gebruikmaking van het identiteitsverschil tussen GCA Special Events B.V. en zichzelf heeft bewerkstelligd dat de onderneming is bevrijd van schuldeisers, waaronder Schoonmaakbedrijf. Weliswaar is de onderneming doorgeschoven via het vermogen van een derde, maar er moet worden aangenomen dat het nooit daadwerkelijk de bedoeling is geweest dat die derde de onderneming ging voortzetten. Integendeel, het was de steeds de bedoeling dat de onderneming weer in de feitelijke macht van A. terug zou komen. Aldus is er ondanks de tussenkomst van de derde sprake van een situatie die gelijk valt te stellen met de situatie dat één en dezelfde persoon zeggenschap heeft over twee rechtspersonen en gebruik maakt van het identiteitsverschil tussen die twee. Als dat gebruik heeft plaatsgevonden met het oogmerk van het frustreren van verhaal van de vordering van Schoonmaakbedrijf, dan moet dat gebruik worden gekarakteriseerd als onrechtmatig misbruik door GCA Events. De rechtbank voegt toe dat er aan de overgang van de onderneming niet een normale handelsovereenkomst ten grondslag lag. Om die reden moet worden aangenomen dat de overgang van de onderneming uitsluitend diende ter frustrering van verhaal van de vordering van Schoonmaakbedrijf.

Conclusie

Hiermee blijkt opnieuw duidelijk dat schuiven met B.V.’s niet werkt, en dat het loont om dergelijke frustratie van verhaal aan te pakken. Wel is de schuldeiser gedwongen om nogmaals een procedure te starten, met alle kosten van dien. Nog een tip: het schoonmaakbedrijf had niet alleen de nieuwe vennootschap kunnen aanspreken, maar ook directeur A. in privé. Daarnaast had hij ook nog de hele transactie kunnen terugdraaien wegens “pauliana”. Daarover een volgende weblog.