Nieuwe EU richtlijn voor insolventie en herstructurering
Nieuwe EU richtlijn voor insolventie en herstructurering

Nieuwe EU richtlijn voor insolventie en herstructurering

In 2002 is de Europese Insolventieverordening in werking getreden. De Insolventieverordening kent vooral procedureregels, en regelt de erkenning van faillissementen in EU-lidstaten, maar laat de verschillende wijze waarop de lidstaten omgaan met faillissementen, doorstart en de herstructurering van schulden volledig in stand.

Dit kan tot ongewenste verschillen leiden. Zo wordt een crediteurenakkoord buiten een lidstaat, niet altijd erkend in andere lidstaten. Dergelijke verschillen leiden tot onzekerheid en belemmeren een doeltreffende herstructurering van levensvatbare ondernemingen.

Wat gaat er veranderen?

Op 22 november 2016 heeft de Europese Commissie een nieuwe richtlijn voorgesteld die meer mogelijkheden voor herstructurering biedt aan ondernemingen in financiële problemen, om daarmee een faillissement te voorkomen. De volgende regelingen worden ingevoerd:

  • een crediteurenakkoord buiten faillissement, dat niet door een minderheid van schuldeisers kan worden tegengehouden;
  • een ‘financiële adempauze’ van maximaal vier maanden, waarin schuldeisers geen beslagen mogen leggen of uitvoeren. In die periode krijgt de onderneming rust om te onderhandelen met schuldeisers of een akkoord aan te bieden;
  • regels waaraan bestuurders zich moeten houden bij een aankomend faillissement, zoals rekening houden met de belangen van schuldeisers en al het nodige doen om een faillissement alsnog te voorkomen;
  • een “schone lei” voor ondernemers ‘te goeder trouw’, zodat hun onbetaald gebleven schulden na hoogstens drie jaar faillissement worden kwijtgescholden.

De richtlijn zal worden ingevoerd nadat het Europees Parlement en de Raad van de EU hebben ingestemd met de definitieve tekst. Vervolgens krijgen alle EU-lidstaten drie jaar de tijd om de richtlijn om te zetten in nationale wetgeving.

De wijzigingen zijn in Nederland al in gang gezet

Vooruitlopend op deze Europese wetgeving, zijn in Nederland momenteel al enkele wetsvoorstellen over dit onderwerp in behandeling: invoering van dwangakkoord buiten faillissement (WCO II), vereenvoudiging en versnelling van de afwikkeling van faillissementen (Modernisering Faillissementsrecht), en invoering van het pre pack-faillissement (WCO I). Dit neemt niet weg dat de nieuwe EU-richtlijn Nederland zal dwingen verdergaande wetgeving in te voeren.