De (ex-)ambtenaar en recht op transitievergoeding

De (ex-)ambtenaar en recht op transitievergoeding

In 2020 krijgt de ambtenaar bij ontslag recht op een transitievergoeding, net als gewone werknemers. Dat komt door de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra). Mogelijk kan de ambtenaar dan zelfs van twee walletjes eten: én een transitievergoeding én behouden van bovenwettelijke werkloosheidsuitkeringen.

Als ambtenaar krijgt u door de “big bang” van de normalisering per 1 januari 2020 een arbeidsovereenkomst in plaats van een ambtelijke aanstelling. Maar hoe zit het dan met alle voorafgaande ambtelijke dienstjaren? Neemt de ambtenaar die mee en tellen die mee voor de transitievergoeding? En hoe zit dat als de ambtenaar overstapt naar het bedrijfsleven? Een overzicht, aan de hand van een uitspraak van Kantonrechter Maastricht van 20 september 2018.

Welke dienstjaren tellen mee bij transitievergoeding?

Een mevrouw was vanaf 1981 als ambtenaar in dienst geweest van Streekgewest Oostelijk Zuid-Limburg. Aan die ambtelijke aanstelling kwam in 1999 een einde toen haar activiteiten werden overgenomen door een private organisatie, SBT geheten. Zij kreeg een arbeidsovereenkomst bij SBT. SBT vraagt in 2018 – na een verloren UWV-procedure – ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen. De kantonrechter ontbindt en wijst een transitievergoeding toe berekend over de jaren 1999 – 2018.

Ambtenaar en overgang van onderneming

De ambtelijke dienstjaren van voor 1999 tellen volgens de kantonrechter niet mee, omdat sprake was van een overgang van onderneming in 1999. Die redenering klopt; tot 2020 geldt dat bij overgang van onderneming van ambtelijke organisatie naar private organisatie, de rechten en plichten – zoals opgebouwde anciënniteit – niet mee overgaan. Vanaf 2020 wordt dit eenvoudiger: áls dan sprake is van een privatisering of deprivatisering die kwalificeert als overgang van onderneming dan gaat de ambtenaar met behoud van alle rechten en plichten over naar de private organisatie, en komt andersom de gewone werknemer met alle rechten en plichten in dienst van de overheidswerkgever.

Bij opvolgend werkgeverschap wél meetellen ambtelijke dienstjaren?

De kantonrechter gaat verder met de redenering. Voor zover sprake is van opvolgend werkgeverschap naar SBT, en geen overgang van onderneming, dan tellen de ambtelijke dienstjaren volgens de kantonrechter óók niet mee (artikel 7:673 lid 4 BW). En daar denken rechters wel anders over. Onder de Wwz telde het Gerechtshof Den Haag in een uitspraak van 1 november 2016 wél alle ambtelijke dienstjaren mee bij de berekening van de transitievergoeding na ontslag bij de opvolgende private werkgever. Ook al vóór de Wwz hebben andere kantonrechters bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst en bij de vraag naar de keten van arbeidsovereenkomsten wél alle voorgaande ambtelijke dienstjaren meegeteld. Het had dus voor deze Limburgse ambtenaar/werknemer en haar huidige private werkgever ook anders kunnen aflopen. Haar transitievergoeding is nu zo’n € 25.000 bruto. Zou de periode vanaf 1981 zijn meegeteld dan was de transitievergoeding ongeveer € 45.000 bruto geweest.

Meetellen dienstjaren voor transitievergoeding per 2020

Na 2020 wordt dit als het goed is overzichtelijker. Per 1 januari 2020 krijgt de ambtenaar automatisch een arbeidsovereenkomst en behoudt hij volgens de wet alle eerder als ambtenaar opgebouwde en afgesproken rechten. Daar valt mijns inziens ook de anciënniteit onder, dus alle ambtelijke dienstjaren tellen dan mee voor de transitievergoeding – ook bij opvolgend werkgeverschap. Goed om rekening mee te houden als ambtenaar en ook als (overheids)werkgever. Heeft u een vraag over dit onderwerp, neemt u dan gerust contact met mij op.

 

Hof Den Haag: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHDHA:2016:3264

Ktr Maastricht: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBLIM:2018:9191

 


Publicatiedatum:14 november 2018