De oprichting en rechten van de Europese ondernemingsraad

De oprichting en rechten van de Europese ondernemingsraad

Eind vorig jaar deed de Rotterdamse rechter een zeldzame rechterlijke uitspraak over de Europese Ondernemingsraad (EOR). Aanleiding om een beschrijving te geven van de oprichting en werking van de EOR, mede in relatie tot de normale ondernemingsraad.

Oprichting van een Europese ondernemingsraad

Multinationals met meer dan 1000 werknemers die in of vanuit Nederland opereren in meerdere EU-landen kúnnen een EOR oprichten of zijn verplicht dat te doen als ondernemingsraden of een grote groep werknemers vanuit meerdere Europese vestigingen van de onderneming daarom verzoekt. Ongeveer 2/3e van de Nederlandse multinationals heeft een EOR. Wanneer bij die resterende multinationals het verzoek komt tot oprichting van een EOR dan start een traject van maximaal drie jaar waarin er tussen de onderneming en een zogeheten Bijzondere Onderhandelingsgroep (BOG) gesproken wordt over het tot stand brengen van een overeenkomst. Dat is de basis van de bevoegdheden van de EOR ten opzichte van de multinational. Overigens veelal grotendeels gebaseerd op de minimale vereisten die de Wet op de Europese ondernemingsraden (WEOR ) stelt aan de rechten en plichten van een EOR.

Informatie- en consultatierecht bij grensoverschrijdende kwesties

En hier komt het grote verschil met de reguliere ondernemingsraad. Die heeft op grond van de WOR onder meer het bekende instemmings- en adviesrecht, dat versterkt is met kortweg de mogelijkheid de onderneming via de rechter te veroordelen tot intrekking van besluitvorming. De WEOR kent aan de EOR een informatie- en consultatierecht toe, zónder vergelijkbare vergaande mogelijkheden voor de EOR haar recht te halen. De multinational en EOR zijn vrij om in hun overeenkomst verdergaande rechten aan de EOR toe te kennen, maar dat is niet gebruikelijk. De multinational moet de EOR informeren en met haar overleggen over grensoverschrijdende aangelegenheden. Denk daarbij aan (voorgenomen besluiten over) de economische en financiële situatie van de groep, de ontwikkelingen van de werkgelegenheid, belangrijke organisatieveranderingen – steeds voor zover het grensoverschrijdende aangelegenheden binnen de EU betreft.

Uitspraak rechter inzake EOR van Alcoa Holding

Hoewel er niet veel rechtszaken zijn over de WEOR, is de vraag naar de reikwijdte van wat “grensoverschrijdende aangelegenheden” zijn één van de belangrijkste thema’s tijdens de onderhandelingen over de oprichting van een EOR en in de praktijk. Immers alleen bij grensoverschrijdende aangelegenheden die betrekking hebben op de multinational komt de EOR in beeld, anders alleen de ondernemingsraad van de onderneming in die EU-lidstaat. In de uitspraak van eind 2018 speelde precies die discussie. Is het (voorgenomen) besluit van een Spaanse dochteronderneming van Alcoa tot collectief ontslag van 700 werknemers in Spanje, een grensoverschrijdend besluit waarover de EOR geïnformeerd moet worden? Ja, zegt de Nederlandse rechter in kort geding – die overigens op basis van de met de Nederlandse Alcoa Holding gesloten EOR-overeenkomst bevoegd was. Het gaat namelijk om het ontslag van 20% van het totale Europese personeel van Alcoa, met zeer waarschijnlijk ook gevolgen voor het personeel van de Alcoa-vestigingen in andere EU-landen dan Spanje. Dit begrip “grensoverschrijdende aangelegenheid” wordt over het algemeen ruim uitgelegd.

Relatie tussen EOR en OR

Net als bij de reguliere ondernemingsraad, speelt bij de EOR ook de vraag op welk moment in het besluitvormingsproces de EOR moet worden geïnformeerd of geconsulteerd. Als de overeenkomst tussen multinational en EOR niets daarover bepaalt, dan geldt dat de EOR voor of gelijktijdig met de nationale ondernemingsraad moet worden geïnformeerd. In de Alcoa-zaak oordeelde de rechter dat de EOR niet een rechter heeft om éérder dan de lokale OR te worden geraadpleegd. Vanuit de onderneming en ook de ondernemingsraden vergt de nationale en Europese raadpleging dus afstemming, teneinde te bereiken dat de raadpleging nog wel enig effect kan hebben op de besluitvorming. Maar als gezegd, als de daarbij door de EOR ingebrachte suggesties voor (alternatieve) besluitvorming niet door de onderneming worden overgenomen staat de EOR niet een gang naar de Ondernemingskamer open.

EOR geen tandeloze tijger

Een tandeloze tijger is de EOR echter zeker niet, dat bevestigt deze recente uitspraak wel. En de WEOR biedt de EOR ook de mogelijkheid om de Ondernemingskamer bijvoorbeeld te verzoeken om de onderneming te veroordelen tot naleving van de wet en/of van de EOR-overeenkomst – hoewel ook van die procedurele route tot nu toe door EOR’s weinig gebruik is gemaakt. Wilt u meer weten over dit onderwerp? Wij adviseren zowel multinationals als ondernemingsraden over de oprichting van een EOR, de onderhandelingen over de inhoud van de EOR-overeenkomst en discussies over de reikwijdte van de rechten van de EOR.


Publicatiedatum:29 maart 2019