Het concurrentiebeding op de schop?

Sinds 1907 is het concurrentiebeding niet wezenlijk gewijzigd. De werknemer wordt nog steeds beperkt in de mogelijkheid na zijn arbeidsovereenkomst ergens anders te gaan werken. Omdat we anno 2013 in een andere tijd leven, gaan er stemmen op om dit concurrentiebeding aan banden te leggen.

Flexibiliteit

Het bedrijfsleven is met de tijd veel dynamischer geworden. Niet alleen de werknemers moeten zich flexibel opstellen, maar dit geldt tevens voor werkgevers. Werknemers veranderen immers sneller van werkgever dan vroeger en in deze periode van crisis liggen de banen niet voor het oprapen. Gevolg hiervan is dat werknemers sneller instemmen met een concurrentiebeding en werkgevers nog beter opletten geen klanten te verliezen. Echter, de mobiliteit van de werknemers wordt hierdoor wel belemmerd nu zij een extra obstakel ondervinden in het verkrijgen van een andere baan. In deze nieuwe dynamische tijd past dus geen arbeidsmobiliteitbeperkend fenomeen als het concurrentiebeding. Afschaffen van een concurrentiebeding zou de arbeidsmarkt dan ook flexibeler maken. Dit wordt overigens al gedeeltelijk in het Sociaal Akkoord verwezenlijkt: halverwege 2014 zal het concurrentiebeding in tijdelijke contracten worden verboden.

Vernietiging concurrentiebeding

In artikel 7:653 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is reeds geregeld dat de rechter een concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk kan vernietigen wanneer de werknemer door dat beding, in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever, onbillijk wordt benadeeld. Op 17 may 2013 heeft het gerechtshof van Den Haag een tussen partijen overeengekomen concurrentiebeding nog gedeeltelijk geschorst. In deze zaak had de werknemer na afloop van zijn arbeidscontract bij bedrijf X serieuze pogingen gedaan om buiten de branche waarin hij werkzaam was een nieuwe baan te vinden. Nu deze pogingen waren mislukt en hij alleen bij bedrijf Y aan de slag kon – weliswaar in dezelfde branche – stond het concurrentiebeding de werknemer in de weg. Doordat het concurrentiebeding na de beslissing van het gerechtshof alleen van kracht blijft voor zover daarin een relatiebeding is begrepen, kan de werknemer toch aan de slag bij bedrijf Y. De instandhouding van het relatiebeding leidt ertoe dat de werknemer geen contact mag hebben met personen met wie hij voor bedrijf X contact heeft gehad.

Inperken

Volgens de PvdA hoeft het concurrentiebeding niet geheel te worden afgeschaft, maar behoeft het wel verdere inperking. Dit zou bijvoorbeeld kunnen door de werkgever een vergoeding te laten betalen aan een werknemer die in zijn vrijheid om een nieuwe baan te vinden zou worden tegengewerkt. Ook deze mogelijkheid is al neergelegd in artikel 7:653 lid 4 BW. Vereist is dat een werknemer in belangrijke mate wordt belemmerd om anders dan in dienst van de werkgever werkzaam te zijn. Uit de rechtspraak blijkt echter dat er in Nederland terughoudend met de toepassing van dit artikel wordt omgegaan. In andere landen wordt de mogelijkheid van een vergoeding al wel als gebruikelijk gezien en dit is tevens geheel in lijn met de internationale bepalingen. In artikel 23 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM), artikel 6 van het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (IVESCR) en artikel 1 van het Europees Sociaal Handvest (ESH) wordt immers het recht van een vrije arbeidskeuze bepaald.

Toekomst arbeidsmarkt

Tijden veranderen, tradities veranderen en het bedrijfsleven verandert dus ook. Men kan zich afvragen of het concurrentiebeding nog wel past in de eenentwintigste eeuw. Gezien de flexibilisering van de arbeidsmarkt kan deze vraag ontkennend worden beantwoord. Het is niet alleen een trend bij werknemers om dynamisch te zijn, maar dit wordt tevens door werkgevers verlangd. Het concurrentiebeding staat haaks op deze trend, nu het vinden van ander werk niet beperkt zou moeten worden tenzij de werkgever kan aantonen bij die beperking een zeer aanzienlijk belang te hebben dat een beperking rechtvaardigt. Om dit te realiseren zouden ten eerste de rechters minder terughoudend kunnen omgaan met het toepassen van artikel 7:653 lid 2 en 4 BW. Daarnaast zou het inperken van het concurrentiebeding voor werknemers een stap in de goede richting zijn, maar dit levert naar alle waarschijnlijkheid weerstand op bij de werkgevers. Evenals de werknemers hebben bedrijven het moeilijk in deze zware tijden en zullen er dan ook alles aan doen hun hoofd boven water te houden.

Deze blog is geschreven in nauwe samenwerking met Jolien van der Ham.


Publicatiedatum:18 november 2013