Normalisering rechtspositie ambtenaren weer stapje dichterbij

Normalisering rechtspositie ambtenaren weer stapje dichterbij

Na een lange stilte hebben de initiatiefnemers van het wetsvoorstel tot normalisering van de rechtspositie van de ambtenaar weer van zich laten horen. Dit gebeurde eind mei in de vorm van een nadere memorie van antwoord aan de Eerste Kamer. Een datum van inwerkingtreding van het civiele arbeidsrecht voor de ambtenaar staat hier niet in. Wat staan er wel voor (nieuwe) zaken in?

Wetsvoorstel normalisering rechtspositie ambtenaren

Zowel in de Kamerstukken als in de literatuur is al veel over dit wetsvoorstel geschreven. Een aantal elementen in deze nadere memorie van antwoord valt op.

  • De wet betreft een “principiële” keuze voor een gelijke rechtspositie voor alle werkenden. Het gaat de initiatiefnemers niet om de eerder genoemde redenen. Die gestelde praktische voordelen zijn van secundair belang volgens de initiatiefnemers.
  • De initiatiefnemers bevestigen terecht dat een overheid straks met één vakbond een rechtsgeldige, de ambtenaren bindende cao kan overeengekomen. Enerzijds lijkt dit niet voor de hand te liggen door de jarenlange traditie van afspraken tussen de overheid en de ambtenarenvakbonden. Anderzijds is het niet uit te sluiten dat als één of meer vakbonden niet akkoord gaan met een cao-voorstel vanuit een overheid, diezelfde overheid met maar enkele of één andere vakbond een geldige cao sluit.
  • Op de vraag hoe een cao doorwerkt voor de ambtenaren nieuwe stijl die geen lid zijn van een cao-sluitende vakbond, antwoorden de initiatiefnemers dat artikel 14 Wet cao de overheid verplicht om de cao ook op niet-vakbondsleden toe te passen. Dat klopt, zij het dat die zogeheten artikel 14-werknemers niet een zelfstandig vorderingsrecht tegen hun overheidswerkgever hebben als die toch niet de hele cao toepast en naleeft. Binding van werknemers aan een cao via een incorporatiebeding is bij ambtenaren nieuwe stijl (nog) niet aan de orde. Immers de normalisering via de omzetting van hun ambtelijke aanstelling naar een civiele arbeidsovereenkomst betekent niet een automatische contractuele binding aan bijvoorbeeld een gemeente-/provincie-/rijks- of waterschaps-cao.
  • De initiatiefnemers geven aan dat ontslag van ambtenaren na normalisering niet makkelijker zal worden dan nu. De Wwz die op de genormaliseerde ambtenaar van toepassing gaat worden, is wat hen betreft “the best of both worlds”: het ambtelijke gesloten stelsel van ontslaggronden, gecombineerd met de uit het civiele recht bekende preventieve ontslagtoets.
  • De Wwz zal als effect hebben dat ontslag niet eenvoudiger en vanwege de transitievergoeding niet goedkoper wordt. Dit is de prijs die moet worden betaald voor het beoogde gelijkheidsbeginsel bij ontslag, aldus de nadere memorie van antwoord.
  • De Wet normering topinkomens (WNT) staat niet aan normalisering in de weg aldus de indieners. Zowel voor als na normalisering heeft de WNT betrekking op ambtenaren met een publiekrechtelijke aanstelling (straks o.a. rechters, defensie, politie), op ambtenaren nieuwe stijl met een arbeidsovereenkomst en op werknemers in de semipublieke sector.

Latere inwerkingtreding

De nadere memorie van antwoord bevat niet veel nieuwe informatie. De initiatiefnemers laten de mogelijkheid open dat de wet (toch) pas in werking treedt nadat de “echte” overheids-cao’s – als opvolgers van de diverse rechtspositieregelingen – in werking zijn getreden. Het is daarmee eens te meer de vraag of de door Minister Plasterk genoemde inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2017 realistisch is. Voor de 451.000 ambtenaren op wie het voorstel betrekking heeft, is het dus nog geruime tijd onduidelijk óf en vervolgens wanneer zij “genormaliseerd” worden. Het woord is nu eerst weer aan Minister Plasterk en na de zomer aan de nieuwe leden van de Eerste Kamer.


Publicatiedatum:28 mei 2015