Een echtscheiding in Nederland als Zweedse expat

Een echtscheiding in Nederland als Zweedse expat

In de internationale echtscheidingspraktijk proberen we er soms een land uit te lichten waarmee ons kantoor in de praktijk vaker te maken heeft. Deze keer wil ik mij concentreren op Zweedse mensen, die als expats tijdelijk voor kortere of langere tijd in Nederland wonen en waarvan het huwelijk in zwaar weer terecht is gekomen. Gemakshalve ga ik uit van het feit dat zowel de man als de vrouw de Zweedse nationaliteit hebben en hier met het gezin wonen. Indien een der partijen een andere nationaliteit heeft, kan situatie anders liggen. Internationale echtscheidingen blijft maatwerk en de feiten moeten duidelijk zijn voor beantwoording van de vraag of de Nederlandse rechter bevoegd is en zo ja of hij zich kan uitspreken over welk recht van toepassing is. In dit weblog dus een Zweedse man en een Zweedse vrouw die hier voor langere tijd verblijven. Het huwelijk houdt geen stand en de man of de vrouw begint een echtscheidingsprocedure. Ik ga uit van de traditionele rolverdeling waarbij het gezin naar Nederland is verhuisd voor de baan van de man en de vrouw het gezin draaiende houdt, al dan niet in combinatie met een baan buitenshuis. Nu beide partijen in Nederland wonen is de Nederlandse rechter bevoegd kennis te nemen van het verzoek tot echtscheiding en zal de rechter ook Nederlands recht toepassen op de echtscheiding. Dat staat overigens los van het toepasselijk recht op de alimentatie en de vermogensrechtelijke afwikkeling.

Alimentatie

Op de kinderalimentatie zal de rechter Nederlands recht toepassen omdat de kinderen hier wonen. Ook de zorgregeling zal de Nederlandse rechter volgens Nederlands recht bezien. In principe zal de rechter ook Nederlands recht toepassen op de vaststelling van de partneralimentatie, immers onderhoudsverplichtingen kunnen worden bepaald conform de internationale regels  door het recht van de Staat waar de onderhoudsgerechtigde zijn gewone verblijfplaats heeft. Het kan zijn dat één der partijen zich daartegen verzet  en stelt dat Zweeds recht van toepassing moet zijn op het verzoek tot vaststelling van partneralimentatie omdat partijen daar hun laatste gemeenschappelijke gewone verblijfplaats hadden en dat recht, in casu het Zweedse recht nauwer verbonden is met het huwelijk. In dat geval zal de Nederlandse rechter Zweeds recht toepassen. Dat de rechter aanneemt dat sprake is van het nauwer verbonden zijn van het echtpaar met een andere Staat, in dit geval Zweden, hangt eenvoudigweg van alle feiten af. Hoelang wonen partijen al in Nederland, hebben zij een hechte band met familie in Zweden, leven ze in Nederland alleen in de Zweedse internationale gemeenschap of trachten zij echt een leven in Nederland op te bouwen. Welke taal spreken ze thuis? Al dit soort feiten kunnen van belang zijn voor een rechter om te bepalen dat hij op de alimentatievaststelling Zweeds recht of een ander buitenlands recht moet toepassen of niet. Mocht de rechter Zweeds recht toepassen dan is dit niet gunstig voor de alimentatiegerechtigde. Immers bij Zweeds recht  is het uitgangspunt dat iedere partner, na echtscheiding voorziet in zijn eigen levensonderhoud. Er zijn slechts twee uitzonderingen op dit uitgangspunt waarbij het uitgangspunt is dat de alimentatiegerechtigde door het huwelijk is gehinderd in zijn eigen levensonderhoud te voorzien. Zo anders is het uitgangspunt in Nederland waarbij nog altijd de lotsverbondenheid van het huwelijk de grondslag is voor de vaststelling van alimentatie. Twee uitzonderingen in het Zweedse recht;

  • De rechter kan een tijdelijke alimentatie bepalen voorzover dit voor de alimentatieplichtige mogelijk is en alle omstandigheden in aanmerking genomen passend is.
  • Een onbeperkt of langdurige alimentatieplicht kan worden opgelegd als sprake is geweest van een langdurig huwelijk en onder zeer bijzondere omstandigheden. Denk hierbij aan een ongeneeslijke ziekte.

Bij beide uitzondering zullen alle omstandigheden van het geval van belang zijn dus zaak is aan een Zweeds echtpaar veel feitelijkheden te vragen over de invulling van hun leven, hun verleden en hun toekomst.

Vermogensrechtelijke afwikkeling

Ik ga er in dit weblog vanuit dat op de afwikkeling van de huwelijksgemeenschap past de Nederlandse rechter Zweeds recht toepassing is zal verklaren. Waarom dat zo zou zijn, gaat te ver voor dit weblog dat gaat over Zweden die in Nederland willen scheiden. Wel is het uitgangspunt dat zij niet in huwelijksvoorwaarden uitdrukkelijk hebben opgenomen dat een ander recht van toepassing zal zijn mocht het komen tot een vermogensrechtelijke afwikkeling van het huwelijk. Het Zweedse recht kent als wettelijk huwelijksgoederenstelsel een “uitgestelde gemeenschap van goederen”(Giftorättsgemenskap”). Kort gezegd houdt dit in dat gedurende het huwelijk ieder der echtgenoten de aanspraak behoudt op zijn eigen vermogen, ongeacht wanneer dit vermogen is verkregen of opgebouwd en de echtgenoten blijven aansprakelijk voor hun eigen schulden. Als het huwelijk eindigt door echtscheiding heeft iedere echtgenoot recht om de helft van de nettowaarde van het huwelijksvermogen (na aftrek van de schulden) te vorderen. In feite vindt er een finale afrekening plaats waarbij de echtgenoot met het grootste vermogen de helft van het verschil tussen de netto vermogens aan de andere echtgenoot moet uitkeren. De echtgenoot met het meeste vermogen mag zelf beslissen of het verschil in waarde wordt voldaan door betaling van geld of door overdracht van boedelbestanddelen met dezelfde waarde. Wat betreft de omvang van het te verrekenen vermogen, dus de samenstelling van de “uitgestelde gemeenschap” is van belang de datum van indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding. Wat betreft echter de waarde, bij de verdeling, dient afgerekend te worden naar de waarde van de vermogens per de datum van ontbinding van het huwelijk. Die datum kan dus best liggen ver na de datum van indiening van het verzoekschrift. Denk hierbij aan de waarde van aandelen die op de datum van indiening van het verzoekschrift nagenoeg niets waard kunnen zijn maar op de echtscheidingsdatum een aanzienlijke waarde kunnen vertegenwoordigen. Die laatste waarde dient als uitgangspunt genomen te worden. Voor meer informatie kunt u altijd contact met mij opnemen.


Publicatiedatum:28 januari 2015