Interessante uitspraak: is samenwonen te bewijzen?

Interessante uitspraak: is samenwonen te bewijzen?

Al eerder schreef ik over het wetsartikel 1:160 BW te weten, samenwonen als ware je gehuwd leidt ertoe dat je geen recht meer hebt op partneralimentatie van een vorige partner.

Het feit dat het moeilijk blijft voor een alimentatieplichtige om te bewijzen dat een ex-partner samenwoont in de zin van dit wetsartikel blijft interessant. De lat lag altijd zo hoog, dat het nagenoeg onmogelijk was het samenwonen te bewijzen als de alimentatiegerechtigde niet meewerkte. Zelfs het inhuren van een detective mocht er vaak niet toe leiden dat de samenwoning bewezen werd geacht door de rechtbank. Nu kwam ik hierover weer een leuke en positieve uitspraak tegen van juli dit jaar van het Gerechtshof Amsterdam.

Wat is de situatie?

Het huwelijk is door echtscheiding ontbonden in 2018. De rechtbank heeft bepaald dat de man € 1.655,– per maand partneralimentatie dient te betalen aan de vrouw. De man gaat in hoger beroep. Niet alleen over de hoogte van het bedrag maar subsidiair verzoekt de man het gerechtshof te bepalen dat de vrouw samenwoont, dat zij de alimentatie die zij al heeft ontvangen moet terugbetalen en tevens de kosten van het detectivebureau, dat door de man is ingeschakeld, dient te betalen.

Welke feiten draagt de man aan?

De man stelt een hele lijst van feiten op grond waarvan hij tot de conclusie komt dat de vrouw samenwoont:

  • De nieuwe partner van de vrouw is dag en nacht in de woning van de vrouw.
  • Hij heeft een eigen sleutel.
  • Zij nemen zorgtaken voor elkaar waar.
  • Zij doen samen klusjes in en om de woning.
  • De kinderen worden samen naar school en zwemles gebracht.
  • Zij doen samen boodschappen.
  • De dochter van de nieuwe partner heeft een eigen kamer in de woning van de vrouw.
  • Zij gaan samen op gezinsvakantie.
  • De vrouw is in verwachting van haar nieuwe partner

Wat is de reactie van de vrouw?

De vrouw ontkent niet dat zij een relatie heeft met haar nieuwe partner en dat zij samen een kind verwachten. Zij ontkent wel dat er sprake is van een samenleving als waren zij gehuwd.

Zij stelt dat:

  • haar nieuwe partner, niet bij haar woont;
  • er geen gezamenlijke huishouding is;
  • hij geen financiële ruimte heeft om haar te onderhouden;
  • er geen sprake is van wederzijdse verzorging;
  • er door het detectivebureau selectief is geobserveerd; de foto’s zijn vaag en alleen genomen bij de voordeur. Bovendien zijn de observaties onrechtmatig omdat zij inbreuk maken op haar privacy.

Wat vindt het gerechtshof?

Het Hof overweegt dat voor de vraag of sprake is van samenleven in de zin van artikel 1:160 BW vereist is dat tussen hen een affectieve relatie bestaat van duurzame aard, die meebrengt dat zij elkaar wederzijds verzorgen, met elkaar samenwonen en een gemeenschappelijk huishouding voeren. Het Hof zegt ook dat het uitzonderlijke en onherroepelijke karakter van de in dit artikel besloten sanctie vergt dat de bepaling terughoudend moet worden uitgelegd. Er mag niet snel worden aangenomen dat is voldaan aan de door deze bepaling gestelde eisen omdat de sanctie; beëindiging van de alimentatie, vergaand is.

De stelplicht en bewijslast blijft bij de man, ondanks dat hij verzoekt om een omkering van de bewijslast, dat wil zeggen dat de vrouw zou moeten aantonen dat zij niet samenwoont.

Op grond van al hetgeen de man heeft aangevoerd en hetgeen door de vrouw eigenlijk alleen maar wordt ontkend, is het Hof van oordeel dat tegenover de onderbouwde stellingen van de man door de vrouw weinig is ingebracht. Dus op grond van alle feiten en omstandigheden, staat voor het Hof vast dat sprake is van een affectieve relatie en duurzame aard en van samenwoning. Ook staat vast volgens het Hof dat de vrouw en haar partner elkaar wederzijds verzorgen en een gemeenschappelijke huishouding voeren.

Wat betreft dat laatste wordt de vrouw nog wel toegelaten tot tegenbewijs maar ik denk dat dat voor haar een hele zware dobber wordt.

Heeft u een vraag over dit onderwerp? Neem gerust contact met mij op.

 


Publicatiedatum:19 september 2019