Toestemming echtgenote bij borgovereenkomst

Toestemming echtgenote bij borgovereenkomst

De ondernemer kan over het algemeen ‘ondernemen’ zonder bemoeienis van zijn echtgenote. Dat gaat echter niet altijd. Kredietverstrekkers eisen niet zelden van de ondernemer een extra waarborg in de vorm van een persoonlijke borgstelling. Voor het aangaan van een borgovereenkomst heeft de ondernemer onder omstandigheden de toestemming van zijn echtgenote nodig.

Normale uitoefening van beroep of bedrijf

Indien de ondernemer zich als borg verbindt in de normale uitoefening van zijn beroep of bedrijf, is toestemming niet nodig. Dit geldt zowel voor ondernemers die een éénmanszaak of vennootschap onder firma exploiteren, als voor directeur groot aandeelhouders van een BV. Wanneer is sprake van “normale uitoefening van beroep of bedrijf”? Als het aangaan van een borgovereenkomst gebruikelijk is voor deze onderneming. Van tot geval moet worden bekeken of het aangaan van een borgovereenkomst gebruikelijk is.

Criteria

Daarbij is de wijze waarop de financieringsafspraken tot stand zijn gekomen van belang, de vraag of de liquiditeiten zijn vergroot en de wijze waarop de borgovereenkomst is geformuleerd. Met name de vraag of er nieuwe liquiditeit is vrijgekomen is van belang. Als bijvoorbeeld de borg wordt afgegeven voor een nieuwe kredietovereenkomst die in de plaats treedt van een eerdere kredietovereenkomst, omdat de bank een extra waarborg wenst, komen er geen nieuwe liquiditeiten vrij. In dat geval wordt het aangaan van de borgovereenkomst niet als gebruikelijk beschouwd, en is derhalve de toestemming van de echtgenote van de ondernemer nodig (zie bijvoorbeeld Rechtbank Rotterdam, 14 december 2011, LJN BU9651). In het ‘standaardgeval’ waarin de ondernemer een geldlening aangaat, zich borg stelt, en de daardoor vrijgekomen financiële middelen aanwendt voor de bedrijfsvoering, heeft hij de toestemming van zijn echtgenote niet nodig.

Het kan soms heel wat gecompliceerder liggen als gevolg van ingewikkelde vennootschapsconstructies of omdat het niet altijd duidelijk is of het geleende geld is aangewend ten behoeve van de bedrijfsvoering of voor andere doeleinden. Indien u hier meer over wenst te weten, kunt u te allen tijde contact opnemen met Marjet Groenleer.


Publicatiedatum:23 maart 2012