Schikking door curator een verschrikking?

Schikking door curator een verschrikking?

Op 15 maart jl. heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in de volgende zaak. De curator in het faillissement van een B.V. stelt in die hoedanigheid een vordering te hebben op de bestuurder van die onderneming uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid. De bestuurder betwist de vordering en partijen belanden voor de rechter.

Curator tegenover gefailleerde

De rechtbank wijst de vordering van de curator toe. Voordat vonnis is gewezen gaat ook de bestuurder failliet. De curator van de bestuurder gaat in hoger beroep omdat de vordering zijns inziens voldoening uit de boedel tot doel had. Hij wint extern advies is. Na aanleiding daarvan wil de curator van de bestuurder een schikking aangaan met de curator van de onderneming. Hij vraagt hiervoor op grond van art. 104 Fw toestemming aan de rechter-commissaris om deze schikking aan te gaan. De gevraagde toestemming wordt de curator van de bestuurder vertrekt. De gefailleerde bestuurder is het hier helemaal niet mee eens. Kan hij nog iets tegen deze uitspraak doen? De failliete bestuurder doet een beroep op art 67 Fw en gaat in hoger beroep tegen de toestemming van de rechter-commissaris.

Beroep tegen beschikking rechter-commissaris

Artikel 67 Fw stelt dat tegen – in beginsel alle – beschikkingen van de rechter-commissaris gedurende vijf dagen hoger beroep mogelijk is. De wettekst bepaald niet met zoveel woorden wie er gerechtigd is tot het instellen van het beroep. Naar vaste rechtspraak heeft niet elke belanghebbende het recht om beroep in te stellen. Alleen degene die partij was bij de beschikking van de rechter-commissaris heeft het recht van hoger beroep. Tot partij kan worden aangemerkt degene die het verzoek heeft gedaan aan de rechter-commissaris, alsmede tegen wie de beschikking is gericht.

Positie belanghebbende

De gefailleerde bestuurder stelde dat hij belanghebbende was en heeft hoger beroep ingesteld tegen deze beschikking. Dit beroep is niet gehonoreerd, omdat de failliete bestuurder geen partij was. De beschikking is immers niet door hem verzocht of tegen hem gericht. Maar de beschikking gaat hem wel degelijk aan. Hij is wel direct betrokken bij deze beschikking. Dit mocht niet baten. Ook in cassatie kreeg de failliete bestuurder geen gehoor. Het verzoek van de curator dat aan de rechter-commissaris ter beslissing voorlag had betrekking op de wijze waarop de boedel wordt afgewikkeld.
De curator heeft op grond van art 28 lid 2 Fw de positie van de failliet overgenomen. In zo’n geval komt de gefailleerde buiten het geding te staan en wordt dat geding door de curator voortgezet met als inzet niet het belang van de gefailleerde, maar het belang van de boedel. In dit stelsel zal beëindiging van zo’n procedure door middel van een schikking dan ook uitsluitend geschieden in het belang van de boedel. Hiermee is niet verenigbaar dat de gefailleerde bestuurder op kan komen tegen de beschikking van de rechter-commissaris.

Betwisting vordering door gefailleerde

Wordt er dan met de gefailleerde helemaal geen rekening gehouden? De positie van de gefailleerde wordt geregeld in art 126 Fw. Nu zijn curator een schikking heeft getroffen, zal hij deze plaatsen op de lijst van (voorlopig) erkende crediteuren. De failliete bestuurder kan de vordering betwisten. De betwisting en de grond moeten worden aangetekend in het proces-verbaal van de verificatievergadering. In een faillissement heeft dit echter geen enkel gevolg. Indien de vordering niet wordt betwist door een schuldeiser of curator, wordt de vordering gewoon erkend. Het gevolg van de betwisting is dat de vordering tussen de schuldeiser en schuldenaar niet onherroepelijk is dat de schuldeiser geen executoriale titel heeft. Om zijn vordering te verhalen op de failliete bestuurder heeft de andere curator nu een vonnis nodig. En in déze procedure kan de failliete bestuurder zich verweren.

Voor meer informatie over insolventie in brede zin klikt u hier.


Publicatiedatum:3 april 2013