Turbo-liquidatie blijft iedereen bezig houden

Turbo-liquidatie blijft iedereen bezig houden

De turbo-liquidatie blijft de gemoederen bezig houden. Sinds 18 december 2015 (Hoeksema q.q./RM Trade) heeft de Hoge Raad echter de turbo-liquidatie geaccepteerd en geldt art 2:19 lid 4 BW voor ondernemingen die geen baten meer hebben, maar wel schulden.

Wat is turbo-liquidatie ook alweer?

Op een moment dat een vennootschap zijn activiteiten wenst te beëindigen, bijvoorbeeld omdat de onderneming in financieel zwaar weer verkeert, dient deze onderneming geliquideerd te worden. De algemene vergadering van aandeelhouders is bevoegd te besluiten tot liquidatie. Indien de onderneming nog bekende baten heeft (zoals inventaris, auto’s, debiteuren) zal eerst vereffening moeten plaatsvinden: de baten worden verkocht en de opbrengst verdeeld onder de schuldeisers. Als de baten onvoldoende zijn om alle schulden te betalen, volgt een faillissement. Als er echter geen bekende baten zijn, dan kan het traject van vereffening worden overgeslagen. De aandeelhoudersvergadering stelt vast dat er een bezittingen zijn, besluit tot ontbinding van de vennootschap, en schrijft deze uit het Handelsregister uit. Daarmee houdt de vennootschap per direct op te bestaan. Schuldeisers blijven met lege handen achter. Dat wordt een turbo-liquidatie genoemd. In deze weblog vindt u hier meer informatie over.

Levert turbo liquidatie dan geen boze crediteuren op?

Crediteuren blijven echter achter met niets. Het komt vervolgens voor dat een “boze” crediteur het faillissement aanvraagt van de onderneming die door middel van een turbo-liquidatie is geëindigd. Zo ook in de zaak die door het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch op 3 november 2016 werd behandeld. X BV is door middel van een turbo-liquidatie geëindigd. Schuldeiser P vraagt het faillissement van X aan. De rechtbank wijst dit af. P gaat in hoger beroep. P heeft haar vordering naar het oordeel van het hof voldoende aannemelijk gemaakt. Het hof acht ook de pluraliteit van schuldeisers aannemelijk geworden, nu is gebleken dat X ook een schuld aan de Belastingdienst heeft. Voorts heeft P voldoende aannemelijk gemaakt dat A niet binnen redelijke termijn de schulden kan betalen en X zich kennelijk in een toestand bevindt te hebben opgehouden te betalen. Tot zover staat niets aan het uitspreken van het faillissement van X in de weg.

Spreekt het Hof dan ook het faillissement uit?

Het Hof oordeelt dat X ook ná haar turbo-liquidatie in staat van faillissement kan worden verklaard. Voor het hof staat voldoende vast dat er sprake is van een aanzienlijke schuldenlast en dat er geen sprake is geweest van vereffening van de schulden. De uitschrijving van X heeft echter pas plaatsgevonden nádat het faillissement van X (in hoger beroep) is aangevraagd. Het hof is van oordeel dat het besluit tot turbo-liquidatie van X zo kort voor de behandeling in hoger beroep met geen ander doel is genomen dan te ontkomen aan het faillissement. Daarvoor is naar het oordeel van het hof de turbo-liquidatie niet bedoeld. Voorts is het Hof van oordeel dat P voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er nog baten zijn te verwachten. Dit blijkt in ieder geval uit de lijst nog inbare debiteuren die X aan de Belastingdienst heeft opgegeven. Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en spreekt alsnog het faillissement van A uit.

Wanneer turbo-liquidatie?

Zoals het Gerechtshof terecht oordeelt is een turbo-liquidatie alleen bedoeld voor ondernemingen waar geen baten meer in zitten. Als er nog te innen debiteuren zijn, dan kan een turbo-liquidatie niet. Er moet dan worden gekozen voor een faillissement of voor een liquidatie en vereffening.


Publicatiedatum:4 april 2017