Reorganisatie Restitutiecommissie

Reorganisatie Restitutiecommissie

De Restitutiecommissie

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn Joodse kunsthandelaren en verzamelaars slachtoffer geworden van gedwongen onteigening. Veel van deze kunstwerken zijn nooit meer herenigd met hun rechtmatige eigenaar. In de jaren negentig groeide het besef dat er meer gedaan kon worden om de teruggave van dit geroofd kunstbezit te organiseren. Internationaal heeft dit geleid tot aanvaarding van de Washington Principles in 1998. Deze principes staan er onder meer voor dat personeel en middelen beschikbaar moeten worden gesteld om Nazi-roofkunst te identificeren en nationale mechanismen voor alternatieve geschillenbeslechting worden ontwikkeld, zodat claims inhoudelijk kunnen worden beoordeeld. In 2001 besloot de Nederlandse regering, in lijn met deze principes, een onafhankelijke adviescommissie in te stellen, namelijk de Adviescommissie Restitutieverzoeken Cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog (kortweg: Restitutiecommissie). De Restitutiecommissie heeft als taak claims op geroofde cultuurgoederen te onderzoeken en onafhankelijk advies te geven over restitutieverzoeken.

Pijnpunten restitutiebeleid

Uit de evaluatie van het restitutiebeleid in Nederland is gebleken dat de kennis en kunde inzake Nazi-roofkunst versnipperd is over de onderzoekers van Bureau Herkomst Gezocht, de Restitutiecommissie en de Museumvereniging. Verder wordt geconcludeerd dat onderzoek en advies in de praktijk door elkaar lopen. Op basis hiervan is een ministerieel besluit genomen om de verschillende werkzaamheden van de Restitutiecommissie van elkaar te scheiden en de onderzoeksafdeling onder te brengen in een nieuw op te richten Expertisecentrum.

Nieuw Expertisecentrum

Op 1 september 2018 is het Expertisecentrum Oorlogskunst Tweede Wereldoorlog opgericht. Dit expertisecentrum is ondergebracht bij het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies. Het voordeel van deze opzet is dat het NIOD een vruchtbare wisselwerking met de eigen activiteiten, namelijk onderzoek en collectiebeheer met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog, en een langetermijnperspectief kan bieden. Met de oprichting van het Expertisecentrum wordt een landelijk aanspreekpunt gecreëerd voor partijen, huidige bezitters, verzoekers, pers, onderzoekers en andere geïnteresseerden. Daarnaast waarborgt het de onafhankelijkheid van de onderzoekers. Het moet voorkomen dat conflicterende situaties ontstaan tussen voorlichtingstaken ten aanzien van potentiele verzoeken enerzijds, en het onafhankelijk onderzoek ten behoeve van een restitutieverzoek anderzijds.

Onderzoek op verzoek van partijen

Tot voor kort was feitenonderzoek uitsluitend mogelijk op verzoek van de Restitutiecommissie aan de aan haar verbonden onderzoekers. Met de oprichting van het Expertisecentrum hebben partijen de mogelijkheid gekregen om gezamenlijk een verzoek tot feitenonderzoek in te dienen. De bevindingen worden kosteloos aan partijen ter beschikking gesteld. Het doel hiervan is dat partijen op basis van dit feitenonderzoek mogelijk tot een bevredigende oplossing komen zonder tussenkomst van de Restitutiecommissie. Indien de betrokken partijen hiertoe niet in staat zijn, kan de zaak alsnog worden voorgelegd aan de Restitutiecommissie voor een bindend advies.

Een kanttekening die bij deze nieuwe structuur kan worden geplaatst is dat partijen, overtuigd van hun rechtspositie, in de eerste instantie bereid zijn om onderzoek te laten verrichten door het Expertisecentrum, maar dat het verzamelde bewijsmateriaal zodanig nadelig uitvalt voor de huidige bezitter dat eenzijdig wordt afgezien van zowel onderhandelingen, als een bindend advies door de Restitutiecommissie.

Wilt u graag meer informatie over het indienen van een onderzoeksverzoek of een adviesaanvraag met betrekking tot Nazi-roofkunst, neem dan contact met mij op. U vindt mijn gegevens aan de linkerkant van deze pagina.


Publicatiedatum:23 oktober 2018