Bevoegde rechter bij grensoverschrijdende consumentenkoop

Bevoegde rechter bij grensoverschrijdende consumentenkoop

Welke rechter is bevoegd bij geschillen als een consument aankopen doet in het buitenland? Een uitspraak van het Oostenrijkse Hooggerechtshof hierover van 8 mei 2013 heeft aldaar de landelijke pers gehaald. In deze procedure werd een van de partijen in die zaak, de in Nederland wonende consument, door GMW advocaten bijgestaan.

Opdracht tot verkoopbemiddeling?

Eiser in de procedure was een Oostenrijk makelaarskantoor, die aan de Nederlandse consument een courtage van € 200.000,= voor bemiddeling bij de verkoop van zijn Oostenrijkse landgoed in rekening wilde brengen. Onze cliënt was – op advies van GMW – niet bereid deze te betalen, omdat hij nooit opdracht tot die verkoopbemiddeling heeft gegeven aan de makelaar, en ook nooit heeft ingestemd met betaling van enige provisie. Daarop startte de makelaar een incassoprocedure bij de rechtbank in Salzburg, in welke regio zowel het verkochte landgoed ligt als het makelaarskantoor.

Bevoegheid Oostenrijkse rechter

Voordat een oordeel over de rechtsvraag geveld kon worden, was de vraag van belang of de Oostenrijkse rechter bevoegd was, nu de gedaagde consument in Nederland woonde, en niet in Oostenrijk. Van toepassing is artikel 15 lid (1) onder c) van de EEX-Verordening. Deze Verordening wijst de rechter die bevoegd is om van geschillen kennis te nemen aan, wanneer de onderliggende overeenkomst tussen partijen in verschillende landen werd gesloten.

Bedrijf gericht op buitenland

Als één van partijen consument is, bepaalt bovengenoemd artikel dat de consument alleen voor de rechter van het land waarin hij woont gedagvaard kan worden door de bedrijfsmatige wederpartij, als dat bedrijf zijn bedrijfsactiviteiten richtte op het land waarin de consument woont. Als de bedrijfsactiviteiten van de makelaar niet gericht zijn op het buitenland (in dit geval dus, als de makelaar zich uitsluitend richt op Oostenrijk), kan de consument-contractspartij wel gedaagd worden in Salzburg. Kern van de zaak was dus, heeft de Oostenrijkse makelaar zijn activiteiten gericht op het buitenland, of is hij uitsluitend een Oostenrijks kantoor dat geen grensoverschrijdende activiteiten onderneemt. In dat laatste geval is de Oostenrijkse rechter bevoegd, in het eerste alleen de Nederlandse rechter.

Omzetverhogende activiteiten buitenland

Eerdere jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie in Luxemburg geeft enkele voorbeelden wanneer aan de voorwaarde van de Verordening – het ontplooien van omzetverhogende activiteiten in het buitenland – is voldaan:

  • het maken van reclame (folders, televisie, en dergelijke) in het buitenland, of
  • met een website richten op het buitenland (door die in meerdere talen aan te bieden of met een met een buitenlandse top level domein (.nl).

Hoe was in dit geval het contact tot stand gekomen? Een medewerker van het makelaarskantoor was benaderd door een in aankoop van het Oostenrijkse landgoed geïnteresseerde partij. Hij belde de Nederlander op onder het Oostenrijkse nummer (vaste telefoonlijn) van het landgoed. Omdat de Nederlander niet op het landgoed aanwezig was, gaf de huishoudmedewerkster aan de makelaar het Nederlandse 06-nummer van de consument. Zo kreeg de makelaar hem aan de telefoon, waarna de makelaar hem een voorstel tot aankoop van het landgoed deed. Dit telefoontje was de inleiding tot de verkoop van het landgoed.

Woonland van de consument

Nadat de rechter in eerste instantie zich bevoegd had verklaard, en de rechter in hoger beroep toch de onbevoegdheid had uitgesproken, heeft de makelaar in cassatie de zaak aan de hoogste gerechtelijke instantie van Oostenrijk voorgelegd. Deze oordeelde dat “alleen al het telefonisch contact opnemen in het woonland van de consument” als een “op verhoging van omzet gerichte activiteit op dat (buiten) land” in de zin van de EEX-Verordening dient te gelden. Dit alleen was reden genoeg voor de Oostenrijkse rechter om zich onbevoegd te verklaren, en aan te geven dat de consument uitsluitend in Nederland voor de rechter gedaagd kon worden.

Uitleg Europese verordening

Met dit oordeel heeft het Oostenrijkse Hooggerechtshof de drempel van de omzetverhogende maatregelen gericht op het woonland van consument in het voordeel van deze verlaagd. Enkel het naar een Nederlands mobiele telefoonnummer bellen, was voldoende om als “een op Nederland gerichte omzetverhogende maatregel” aan te merken. Dit werd ook door de Oostenrijkse krant Die Presse erkend in een artikel getiteld: “Recht aufseiten der Verbraucher”. De uitspraak is ook voor Nederland van belang, nu het gaat om de uitleg van een Europese verordening, die ook in Nederland geldt. De makelaar zal dus in Nederland een procedure moeten starten om een inhoudelijk oordeel van een rechter te krijgen. Het is echter onze verwachting dat hij dat niet zal proberen. Auteurs: Lisa-Marie Komp & Christiaan Mensink


Publicatiedatum:13 oktober 2013