Geluid van spelende kinderen: overlast?

Iedereen kan zich voorstellen dat spelende kinderen op een schoolplein tijdens het speelkwartier het nodige geluid voortbrengen. Hetzelfde geldt voor een speelterrein bij een kinderdagverblijf. Maar kunnen omwonenden van een school hiertegen succesvol optreden?

Het Activiteitenbesluit

Met ingang van 1 januari 2010 wordt het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (ook wel het Activiteitenbesluit) gewijzigd in die zin dat bij het bepalen van de geluidsbelasting geen rekening meer hoeft te worden gehouden met het geluid van spelende kinderen op schoolpleinen en terreinen bij kinderdagverblijven. Deze aanpassing geldt voor omsloten en andere buitenterreinen. Bij basisonderwijs wordt een uitzondering gemaakt voor de periode van een uur voor aanvang van het onderwijs tot een uur na beëindiging daarvan. Bij kinderdagverblijven geldt de uitzondering tijdens openingstijden. Minister Cramer van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Tweede Kamer wensten deze aanpassing in verband met het maatschappelijk belang dat basisscholen en kinderdagverblijven vervullen. Het is voor de ontwikkeling van kinderen essentieel dat ze voldoende buitenspelen. Handhavend optreden door een gemeente is vanaf 1 januari 2010 dan ook alleen aan de orde als een school, zonder rekening te houden met het stemgeluid van spelende kinderen, de geluidsnormen overtreedt.

Onderlinge verhouding huurder – verhuurder

Het is denkbaar dat de omwonenden, die de overlast ervaren, en de school hun woningen/schoolgebouw huren van dezelfde verhuurder. Overlast veroorzaakt door de school kan een gebrek opleveren dat de verhuurder in zijn verhouding tot de huurders-omwonenden moet verhelpen. In hoeverre de overlast is te beschouwen als een gebrek in de zin van de wet is afhankelijk van het antwoord op de vraag of de hinder die men ondervindt het ‘normale’ te boven gaat. Dit betreft een objectieve maatstaf. Door bovengenoemde wijziging van het Activiteitenbesluit kan niet snel worden aangenomen dat hinder door buiten spelende schoolkinderen het ‘normale’ te boven gaat. Indien sprake is van een gebrek, dient de verhuurder dit te verhelpen. De verhuurder kan dat doen door in actie te komen tegen de school, bijvoorbeeld door een gerechtelijke procedure op te starten. Het laatste woord is dan aan de rechter.

Onrechtmatige geluidshinder

Als er geen sprake is van een huurrelatie, kunnen de buren een actie uit onrechtmatige daad instellen. In zijn algemeenheid is iemand die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, gehouden de daaruit voortvloeiende schade te vergoeden. Of geluidshinder als onrechtmatig moet worden geoordeeld, hangt af van de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor toegebrachte schade. Ook is het afhankelijk van de overige omstandigheden van het geval; elke specifieke situatie moet dus apart worden beoordeeld. In deze situatie moet rekening worden gehouden met het gewicht van de belangen die worden gediend met het houden van een speelkwartier door scholen. Als een school al speelkwartier hield voordat de buren er kwamen wonen, dan zullen de omwonenden een zekere mate van hinder moeten dulden. Indien aan een school een vergunning is verleend, kan dit van invloed zijn op de beoordeling van de aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad. Dit hangt af van de aard van de vergunning en het belang dat wordt nagestreefd met de regeling waarop de vergunning berust. De wijziging van het Activiteitenbesluit, zoals hiervoor genoemd, is ingegeven door het maatschappelijk belang dat basisscholen en kinderdagverblijven vervullen, in het bijzonder het belang van kinderen om buiten te kunnen spelen. Indien een school zich houdt aan de voorwaarden van de vergunning, zal er in het algemeen geen sprake zijn van onrechtmatige hinder. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u contact opnemen met de advocaten van de Praktijkgroep Vastgoed.


Publicatiedatum:3 november 2009