Milieubescherming en ondernemingen: nieuwe regels, hoge boetes

“Europa opent de jacht op gevaarlijke chemische stoffen” kopte de website van de Europese Commissie begin deze maand. Het verzekeren van een hoog niveau van bescherming van het milieu heeft al sinds jaar en dag hoog op de Europese agenda gestaan. Op het terrein van milieubescherming zijn in de afgelopen dertig jaar zelfs meer dan 200 Europese richtlijnen en verordeningen vastgesteld. Maar Brussel blijft met aanpassingen strooien. Zo is er een nieuw agentschap opgericht, het Europees Agentschap voor chemische stoffen, en geldt per 1 juni de zogenoemde REACH-verordening met strenge regels voor registratie van chemische substanties. Brussel blijft intussen verder morrelen aan strafbaarstellingen voor milieudelicten.

Een en ander brengt mee dat niet alleen malafide maar ook bonafide bedrijven alert moeten blijven op veranderingen in wet- en regelgeving. De grens van wat net wel kan en wat net niet kan, schuift op. Aandacht verdient in dat kader een nieuw initiatief van de Europese Commissie. In een ontwerprichtlijn omschrijft zij een aantal milieudelicten, zoals het dumpen van giftige stoffen en het illegaal vervoeren van giftig afval, maar ook het bezit van- en de handel in bedreigde diersoorten en de zogenoemde habitatvernietiging. De Europese Commissie wil met de ontwerprichtlijn de lidstaten verplichten tot strafbaarstelling van deze en andere milieudelicten in nationale wetgeving. Daarnaast schrijft de ontwerprichtlijn de lidstaten voor welk type straffen moet worden opgelegd en hoe hoog de maximumvrijheidsstraffen voor natuurlijke personen en maximumboetes voor rechtspersonen ten minste zouden moeten zijn.

Voor de in mate van ernst oplopende strafbare feiten zouden drie categorie?n van minimum maximumgeldboetes voor rechtspersonen komen te gelden (€300.000-€500.000; €500.000-€750.000; €750.000-€1.500.000). In de ontwerprichtlijn zijn optionele aanvullende sancties en maatregelen voor rechtspersonen opgenomen. De hoogste geldboetecategorie zou de Nederlandse boetebedragen overigens flink bijstellen: de hoogste boete in ons land bedraagt op dit moment €670.000. Dat kan tot onevenwichtig gevolg hebben dat op milieudelicten een aanzienlijk zwaardere strafbedreiging zal komen te staan in verhouding tot bijvoorbeeld economische delicten.

De ontwerprichtlijn bevat overigens meer opmerkelijke onderdelen. Zo zijn de sancties die door de ontwerprichtlijn worden voorgeschreven zogenoemde minimum maximumstraffen. Een sanctiebenadering die Nederland niet kent en tot op heden als onwenselijk heeft beschouwd. Het systeem van minimum maximumstraffen houdt in dat in de wet de bepaling dient te worden opgenomen dat een bepaald delict moet worden bestraft met een gevangenisstraf of een boete van ten minste zoveel jaar of zoveel euro.

Het aanhoudend streven van de Europese Commissie (grensoverschrijdende) milieucriminaliteit aan te willen pakken, valt te prijzen. Dat neemt niet weg dat terecht kritiek valt te leveren op voor Nederland ingrijpende elementen. Elementen die ook aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor bijvoorbeeld de in Nederland omvangrijke afvalverwerkende- en chemische industrie. De voorgestelde wetgeving raakt echter ook een meer principiële vraag. Die vraag ziet op de omvang van de bevoegdheden van de Gemeenschapswetgever op het terrein van het strafrecht, een terrein dat steeds minder een nationale aangelegenheid lijkt te zijn.


Publicatiedatum:28 juni 2007