Trivial Pursuit

Zoals meer gerechten kampt ook het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) met lange doorlooptijden. Om het hoofd te kunnen bieden aan de enorme werkvoorraden bij dit Straatsburgse Hof worden inmiddels zaken onder meer ook door één rechter afgedaan en is een nieuwe ontvankelijkheidsvoorwaarde in het zogeheten 14e protocol geintroduceerd. Daarmee kan in triviale zaken in het civiele recht, in het bestuursrecht of in het strafrecht ook van een principe kwestie geen punt meer worden gemaakt. Hoe dat uitpakt, volgt uit een van de eerste zaken van het Hof op dit punt: Rinck vs. Frankrijk,  19 october 2010, AB 2011/321, EHRC 2011/61.

Principes

Rinck is geflitst, terwijl hij 51 km/u rijdt op een weg waar de maximumsnelheid 50 km/u is. Voor de nationale rechter betwist hij de betrouwbaarheid van de camera. Hij krijgt geen gelijk bij de Franse rechters en wendt zich tot het EHRM. Zij verklaart de zaak niet-ontvankelijk op basis van art. 35 lid 3 sub b EVRM. Het Hof overweegt hiertoe dat op grond van dit artikel, gewijzigd bij het op 1 juni 2010 in werking getreden 14e Protocol, een klacht kan worden afgewezen als de klager geen ‘wezenlijk nadeel’ heeft ondervonden. De voorwaarden waaronder dit kan, zijn dat de klacht eerder naar behoren door een nationaal gerecht is behandeld en dat ook overigens de eerbiediging van de rechten beschermd onder het EVRM niet noodzaakt tot het onderzoeken van de klacht. In het geval van Rinck oordeelt het EHRM dat klager geen wezenlijk nadeel heeft geleden, aangezien hem slechts een lage boete is opgelegd en niets erop wijst dat hij die niet zou kunnen betalen. Ook overigens heeft de zaak volgens het Hof geen belangrijke gevolgen gehad voor de persoonlijke situatie van Rinck. Dat deze zaak voor klager een principiële kwestie is, doet daar, aldus het Hof, niet aan af.

Laatste kans

In een eerdere log (zie Over klagen in Straatsburg) beschrijf ik hoe het Straatsburgse Hof werkt en hoe ook Nederlandse advocaten zaken die zijn stukgelopen in Nederland binnen een termijn van zes maanden een mogelijke herkansing kunnen geven in Straatsburg. Het gaat niet alleen om zaken in het strafrecht, maar juist ook in het bestuursrecht en in het civiele recht. Het Hof is gerelateerd aan de Raad van Europa, maar heeft ondanks de naamstelling geen directe link met de Europese Unie. Het Hof moet dus ook niet worden verward met het Europese Hof voor Justitie in Luxemburg. Omdat de werkvoorraden zo fors zijn, kan het jaren duren voordat een uitspraak wordt gedaan. Áls het al zover komt, zo leert ook de in deze log besproken uitspraak. Een wilde gok is geen laatste kans.

Geen hoger beroep

Het EHRM kan uitsluitend klachten behandelen die gericht zijn tegen Nederland als lidstaat bij het EVRM. En uitsluitend over kwesties die onder de verantwoordelijkheid vallen van een publieke instantie (de wetgever, de overheid, rechterlijke instanties). Het Hof kan geen klachten onderzoeken over handelingen van een privé-persoon of een particuliere organisatie. Het EHRM kan uitsluitend klachten onderzoeken die betrekking hebben op schendingen van één of meer van de rechten die in het EVRM zelf of in de bijbehorende Protocollen zijn opgenomen. Het EHRM is ook geen Ombudsman of hoger beroepsorgaan van Nederlandse rechterlijke instanties en kan hun beslissingen dus niet tenietdoen of wijzigen. Voor schadevergoeding is het zelden zinvol aan te kloppen bij het Hof in Straatsburg, al is er wel een kentering waarneembaar.


Publicatiedatum:14 december 2011