VAR-verklaring verklaard

Een opdrachtgever is wel eens genoodzaakt gebruik te maken van freelancers. Daar zijn echter risico?s aan verbonden, met name gelegen in de sfeer van de loonheffing. Een VAR-verklaring kan daarvoor uitkomst bieden. Door middel van zo?n verklaring beoordeelt de Belastingdienst vooraf hoe de te verwachten inkomsten van de aanvrager zullen worden gezien. Daarin ligt ook meteen de “zwakte”: niet elke VAR-verklaring biedt achteraf de zekerheid die men er in de praktijk vaak vooraf aan denkt te kunnen ontlenen. Een opdracht kan, ondanks een VAR-verklaring, toch als (fictieve) arbeidsovereenkomst worden aangemerkt, met alle gevolgen van dien.

Bij het aangaan van een arbeidsrelatie is de opdrachtgever de eerst verantwoordelijke om vast te stellen of er sprake is van een dienstbetrekking of niet. Naderhand wordt door het UWV of de Belastingdienst beoordeeld of de arbeidsverhoudingen door de opdrachtgever goed zijn gekwalificeerd. Bij die beoordeling wordt eerst getoetst of er sprake is van een echte dienstbetrekking, of, indien die toets negatief uitvalt, er sprake is van een fictieve dienstbetrekking. Is er sprake van een dienstbetrekking (echt of fictief) dan dient inhouding van loonheffing, premies werknemersverzekeringen plaats te vinden c.q. had de inhouding moeten plaatsvinden.

Een opdrachtnemer kan door middel van het invullen van een formulier (http://www.belastingdienst.nl) een VAR-verklaring aanvragen bij de Belastingdienst. Er zijn vier verschillende verklaringen:

– VAR loon uit dienstbetrekking (VAR-loon);
– VAR resultaat uit overige werkzaamheden (VAR-row);
– VAR winst uit onderneming (VAR-wuo);
– VAR voor rekening en risico van de vennootschap (VAR-dga).

De VAR-loon geeft aan dat de aanvrager zeer waarschijnlijk werkzaamheden in dienstbetrekking verricht. De opdrachtgever is bevoegd opdrachten en aanwijzingen te geven. Hij is bovendien verplicht om loon te betalen, vaak ook bij ziekte en vakantie. De aanvrager is gehouden de instructies van de opdrachtgever op te volgen en kan zich niet laten vervangen door een ander. Op dit loon zal bij aanwezigheid van een dienstbetrekking door de opdrachtgever loonheffing moeten worden ingehouden en afgedragen. Voor de werknemersverzekeringen heeft de VAR-loon op de grond van wetgeving geen gevolgen, tenzij er sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking.
 
De VAR-row geeft geen uitsluitsel of er wel of niet loonheffing moet worden ingehouden. Aldus is er een beoordeling achteraf door de fiscus en het UWV mogelijk. Is er sprake van een dergelijke VAR-verklaring dan dient de opdrachtgever vooraf vast te stellen of er sprake is van een dienstbetrekking of niet. Er moet dus worden getoetst of er sprake is van het verrichten van arbeid, tegen loon, gedurende zekere tijd en onder gezagsverhouding. Het geven van aanwijzingen wordt nog wel acceptabel geacht maar een gezagsverhouding (waarmee de free lancer zijn zelfstandigheid verliest) gaat te ver. Dit is een tamelijk grijs gebied. Uit eerdere rechterlijke uitspraken blijkt dat men het niet goed voorstelbaar acht dat er geen gezagsverhouding bestaat indien het werkzaamheden betreffen die een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering vormen. Ook indien dezelfde soort werkzaamheden eerder in dienstbetrekking en thans als free lancer worden verricht, wordt als aanwijzing voor het ontbreken van een gezagsverhouding gezien. Is er sprake van een gezagsverhouding dan wordt de relatie aangemerkt als een fictieve dienstbetrekking. UWV en Belastingdienst hebben hun criteria vervat in een besluit van 6 juli 2006, Beleidsregels beoordeling dienstbetrekking.

De VAR-loon en de VAR-row zijn niet geschikt voor opdrachtgever die er zeker van willen zijn dat zij achteraf niet door fiscus of UWV worden aangesproken. Met de VAR-wuo en VAR-dga krijgen zij die zekerheid wel.

De VAR-wuo zoekt voor bepaling van degeen die er voor in aanmerking komt aansluiting bij het fiscaal ondernemerbegrip. Volgens de fiscus is een onderneming een ?duurzame organisatie van kapitaal en arbeid gericht op deelname aan het economisch verkeer?.  Parttime-ondernemerschap is daarbij overigens niet uitgesloten. Om dat fiscale ondernemerschap aannemelijk te maken spelen zaken als ondernemersrisico (debiteurenrisico,  aansprakelijkheidsrisico, inkomensrisico), investeringen, aantal opdrachtgevers (in relatie tot de te besteden tijd), locatie van de werkzaamheden, continuïteit en duurzaamheid (dus niet incidenteel) en profileren (reclame?) een rol. In al deze elementen onderscheidt de VAR-wuo zich ook van de VAR-row.

De VAR-wuo en VAR-dga geven aan de opdrachtgever volledige zekerheid over het feit dat er door hem geen loonheffing en premies werknemersverzekering verschuldigd zullen zijn. Het geldt overigens wel alleen als een volgende voorwaarde is voldaan:

– de werkzaamheden moeten worden verricht binnen de geldigheidsduur van de verklaring;
– de werkzaamheden moeten overeenkomen met de omschrijving van de werkzaamheden op de VAR-verklaring;
– de verklaring moet worden getoond aan de opdrachtgever die een kopie van de verklaring in zijn administratie moet bewaren;
– de opdrachtgever moet vooraf de identiteit van de opdrachtnemer vaststellen aan de hand van een geldig legitimatiebewijs en een kopie hiervan in zijn administratie houden.

Indien deze aan de VAR-verklaring verbonden voorwaarden in acht zijn genomen, heeft de opdrachtgever de door hem zo gewenste zekerheid. Een VAR-verklaring is voor één jaar geldig.

Als het UWV en de Belastingdienst over dezelfde omstandigheden met betrekking tot een arbeidsrelatie een verschillend standpunt innemen, kan opdrachtgever of opdrachtnemer deze instanties om een gezamenlijk en eensluidend standpunt verzoeken.

Conclusie
Het is dus afhankelijk van het soort VAR-verklaring of de opdrachtgever wel of niet loonheffing en premies werknemersverzekeringen dient in te houden en af te dragen. De VAR-wuo en de VAR-dga geven te dien aanzien zekerheid, tenzij er sprake is van kwade trouw bij het invullen van de gegevens bij aanvraag van de VAR. In praktijk willen opdrachtgevers ook bij voorkeur werken met free lancers met zo?n verklaring. En gelijk hebben ze.


Publicatiedatum:8 januari 2008