Wanneer wordt een buitenlands vonnis in Nederland erkend?

In toenemende mate trouwen mensen van verschillende nationaliteiten met elkaar. Huwelijken kunnen echter stranden door echtscheiding. Bij echtscheiding moet vaak geprocedeerd worden over verschillende juridische onderwerpen. Het kan gebeuren dat de rechter in het ene land te maken krijgt met een uitspraak van een collega rechter in een ander land. Aan de hand van een recente uitspraak wordt in deze blog besproken wat nodig is voor de erkenning van een buitenlands vonnis in Nederland. In de navolgende casus ging het om een zgn. kinderzaak. Deze casus dient slechts als voorbeeld.

De casus: Rechtbank Midden-Nederland d.d. 16 oktober 2013

In deze casus ging het om een Amerikaanse vader die een geschil had met zijn ex, een Zambiaanse vrouw, over het gezag over hun minderjarige zoon. Volgens een Amerikaanse rechter hadden partijen de gezamenlijke wettelijke voogdij over het kind. Door de rechter is bepaald dat geen van partijen met het kind mag verhuizen zonder schriftelijke toestemming van de andere ouder (of nadere beschikking van de rechtbank). De moeder is eind december 2009, zonder toestemming, met de zoon naar Zambia vertrokken. Naar aanleiding hiervan heeft de Amerikaanse rechter op verzoek van de vader bepaald dat het kind onmiddellijk moet worden herenigd met zijn vader. Vader kreeg bovendien in een later stadium de algehele voogdij over de zoon. De moeder trok zich hier niets van aan en vertrok met het kind naar familie in Nederland voor vakantie. De vader diende in Nederland een verzoekschrift in om zijn zoon terug te laten keren naar de VS. Hij voerde aan dat hij de voogdij over de zoon heeft en hij verzocht de Nederlandse rechter ook erkenning van vier uitspraken van het Superior Court van Californië.

Verdrag of verordening van toepassing?

Voor de erkenning van buitenlandse vonnissen moet allereerst worden nagegaan of er een verdrag, verordening of een specifieke wet geldt, die de erkenning van vreemde vonnissen regelt. En voorts: gaat het om een EU land of niet? Zo regelt de Brussel IIbis Verordening mede de wederzijdse erkenning van beslissingen over de toekenning en uitoefening van het gezags- en omgangsrecht, uitgesproken door rechters van EU-lidstaten. Als de beslissing afkomstig is van een niet EU-lidstaat, dan moet gekeken worden of het land waar de uitspraak is gedaan, aangesloten is bij het Haags Kinderbeschermingsverdrag van 1996 of dat er tussen de betreffende landen een verdrag is gesloten. In deze casus constateerde de rechtbank dat er tussen de VS en Nederland geen bilateraal of multilateraal erkenningsverdrag van toepassing is op het gebied van de ouderlijke verantwoordelijkheid. Als er geen verdrag is, dan geldt het commune internationale erkenningsrecht, zoals geregeld in artikel 431 lid 2 Rv.

Het erkenningsrecht: minimumvereisten

In artikel 431 lid 2 Rv is bepaald dat gedingen opnieuw bij de Nederlandse rechter kunnen worden behandeld en afgedaan. Erkenning van “vreemde” vonnissen is mogelijk indien het vreemde vonnis, ongeacht de aard en strekking, aan drie minimumvereisten voldoet: Vereiste 1: De vreemde rechter moet op een internationaal aanvaarde grond rechtsmacht hebben aangenomen. Vereiste 2: Het vreemde vonnis is tot stand gekomen na een behoorlijke rechtspleging. De maatstaf hier is het Nederlandse recht en voorts wat wij verstaan onder de beginselen van behoorlijke rechtspleging. Bij dit laatste kan gedacht worden aan gevallen waarbij in het buitenlandse proces geen sprake is geweest van een tijdige en doelmatige oproeping van partijen, zodat partijen ook niet in staat waren om verweer te voeren. Vereiste 3: Het vreemde vonnis mag niet in strijd zijn met de openbare orde. Dit vereiste heeft te maken met de gevolgen van het verlenen van enige rechtskracht aan de beslissing in Nederland, en niet op de juistheid ervan. Een buitenlandse uitspraak zal slechts in uitzonderlijke gevallen in strijd zijn met de openbare orde. De omstandigheid dat de buitenlandse rechter anders heeft beslist dan de Nederlandse rechter zou hebben beslist, geeft geen vrijbrief het vreemde vonnis niet te erkennen. Indien aan deze drie vereisten is voldaan, kan het vreemde vonnis worden erkend in Nederland (artikel 431 lid 2 Rv). Een inhoudelijke behandeling van het verzoek zal dan achterwege blijven. De rechter oordeelde in bovengenoemde zaak dat 3 van de 4 uitspraken voldeden aan de genoemde vereisten, ook al zou de (Nederlandse) rechter in bepaalde gevallen een andere invulling hebben gegeven in de onderliggende zaak dan zijn Amerikaanse collega. De uitspraak die niet in aanmerking kwam voor erkenning voldeed niet aan de eisen, omdat partijen niet waren opgeroepen, niet van de procedure op de hoogte waren en dan ook geen standpunten kenbaar hebben kunnen maken tijdens deze procedure.

Niet voldaan aan minimumvereisten: einde oefening?

Wat nu als niet voldaan is aan deze minimumvereisten? Wordt het buitenlandse vonnis dan geheel ter zijde geschoven? In beginsel zal dit vreemde vonnis niet worden erkend. Dit betekent echter niet dat aan het vreemde vonnis geen enkele rechtskracht toekomt. Afhankelijk van de omstandigheden kan bewijskracht worden verleend aan dit vreemde vonnis. Het vreemde vonnis wordt misschien niet als zodanig erkend, maar levert als authentieke akte minimaal bewijs van het feit dat de beslissing is gegeven en van de proceshandelingen die door de partijen ten overstaan van de vreemde rechter zijn verricht. Hoewel het vonnis dus niet voor erkenning vatbaar is, kan het nog wel, onder omstandigheden, als bewijs dienen voor andere dan processuele feiten die in het buitenlandse vonnis als vaststaand tussen partijen zijn aangemerkt. De rechter heeft hier een ruime beoordelingsvrijheid. Zo is het niet erkende vonnis toch wel nuttig.


Publicatiedatum:13 februari 2014