Het dwangbevel van een bedrijfstakpensioenfonds

Het dwangbevel van een bedrijfstakpensioenfonds

Veel bedrijfstakpensioenfondsen verkeren in een financieel lastige situatie. Dat kan reden zijn voor een pensioenfonds om actiever te zoeken naar ondernemers wier werknemers eigenlijk ook verplicht zouden moeten deelnemen aan het bedrijfstakpensioenfonds, en dus pensioenpremie moeten afdragen.

Dwangbevel wegens (vermeende) verplichting tot premiebetaling

Een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds kan een ondernemer door middel van een via de deurwaarder uitgebracht dwangbevel dwingen om (achterstallige) pensioenpremies te betalen. Via een procedure bij de rechter kan de ondernemer onder het dwangbevel uitkomen. Zo’n procedure tussen ondernemer en een bedrijfstakpensioenfonds – in dit geval het Bakkersbedrijf – speelde bij de Rechtbank Limburg. De uitspraak is van 11 februari 2015.

Dwangbevel van Bpf Bakkersbedrijf

Een eenmanszaak dreef een patisserie en cateringbedrijf. Op zich is dat een bedrijfsactiviteit die valt onder de werkingssfeer van de verplichtstelling zoals die geldt voor het Bpf Bakkersbedrijf. Echter er kan pas sprake zijn van een plicht voor een ondernemer om bij dat fonds aangesloten te zijn, en pensioenpremie af te dragen als er ook personeel in dienst is. Het patisserie en cateringbedrijf had echter geen werknemers, anders dan de eigenaar.

Rechter vernietigt dwangbevel

De rechter concludeerde in deze zaak dan ook vrij eenvoudig dat het Bpf Bakkersbedrijf ten onrechte een dwangbevel voor premiebetaling had uitgevaardigd. Ondanks dat de ondernemer hier in contact met het Bpf Bakkersbedrijf al vaak op had gewezen, hield het bedrijfstakpensioenfonds vol dat de ondernemer aangesloten moest zijn, dan wel – als dat al niet zo is – verplicht is om (uitvoerings)kosten van het bedrijfstakpensioenfonds te vergoeden die waren gemaakt omdat de “bakker” niet aan zijn informatieplichten had voldaan. Ook die vordering wees de rechter af. Het oordeel van de rechter komt er kortweg op neer dat Bpf Bakkersbedrijf zelf niet voldoende onderzoek had gedaan naar de aard van deze onderneming, en of die wel kwalificeert als een onderneming die onder de verplichtstelling valt. Het fonds heeft volgens de rechter zelf nodeloos kosten gemaakt en kan die niet vorderen van dit “bakkersbedrijf”.

Les voor de praktijk

De les uit deze uitspraak is dat van bedrijfstakpensioenfondsen de nodige zorgvuldigheid wordt gevraagd alvorens over te gaan tot het uitvaardigen van een dwangbevel jegens een ondernemer, ter zake van (achterstallige) pensioenpremies. En voor aangeschreven ondernemers geldt dat het de moeite loont om – via de rechter – tijdig (binnen 30 dagen) in verzet te komen tegen een dwangbevel.


Publicatiedatum:17 februari 2015