De kruidenier

De kruidenier

Voorafgaand aan ons eerste gesprek had de butler van mijn nieuwe cliënten gebeld. Of er een parkeerplaats aan de voorzijde van ons kantoor gereserveerd kon worden. Dan hoefden de heer en mevrouw Rockefeller niet zo ver te lopen.

John Rockefeller droeg een driedelig fluwelen pak. Hij had een olijk snorretje, waarvan de punten omhoog waren gekruld. “Jacky Rockefeller,” zei zijn echtgenote terwijl ze mij een hand gaf. “Nice to meet you.” Mijn cliënten bevonden zich in een lastig parket. Zij hadden in Vorden een kasteeltje gekocht van Kees van Putten, maar konden de koopsom van 2,8 miljoen euro niet ophoesten. Nu waren zij in kort geding gedagvaard. “Ons geld bevindt zich op een Zwitserse bankrekening en het duurt even voordat het bedrag is overgemaakt,” zei John Rockefeller. “U zult bekend zijn met de nieuwe compliance regelgeving.” Mijn cliënten verzekerden mij dat het geld binnen zou zijn voordat het kort geding zou plaatsvinden. Maar de dagen verstreken, zonder dat er werd betaald.

Ik nam contact op met mr. Piekhaar, de advocaat van verkoper Van Putten. “Uw cliënten hebben het afgelopen halfjaar wekelijks verklaard dat de koopsom eraan kwam,” zei hij, “maar het bleken allemaal loze praatjes. Kees van Putten is er klaar mee, hij wil zijn centen.” Voorzieningenrechter mr. Kloek kwam nadat hij de zitting geopend had meteen ter zake. Waarom betaalden mijn cliënten de koopsom niet, was de vraag. John Rockefeller veegde een denkbeeldig pluisje van zijn revers. “Het is een ingewikkeld verhaal, edelachtbare. Het heeft te maken met onze familietrust. Er wordt door een batterij advocaten in New York aan het probleem gewerkt. Zojuist hoorde ik dat het geld maandag wordt vrijgegeven en wordt overgemaakt.” Terwijl haar echtgenoot het woord voerde, depte Jacky Rockefeller met een kanten zakdoek een traantje uit haar ooghoek, aangedaan als zij was.

De voorzieningenrechter gaf mijn cliënten het voordeel van de twijfel en besloot de zaak een week aan te houden. Een dag na de zitting hing mr. Piekhaar aan de lijn. “Ik heb vorige week een recherchebureau ingeschakeld. Uw cliënten blijken in 2017 hun achternaam gewijzigd te hebben in Rockefeller. Tot dat moment heetten zij Mart en Jetty Duprie. Het stel woont in de Schilderswijk in een tweekamerwoning en biedt geen verhaal. Het zijn twee fantasten, die in hun eigen rol zijn gaan geloven.” De advocaat van Kees van Putten vertelde dat hij het kort geding zou intrekken en dat zijn cliënt op zoek zou gaan naar een andere koper.

Diezelfde dag meldde onze boekhouder dat de familie Rockefeller een rekening van mij onbetaald liet. Ik besloot er een telefoontje aan te wagen en kreeg John Rockefeller zelf aan de lijn. Ik wees hem op de openstaande nota.

Mijn cliënt was niet blij. “U hoeft zich geen zorgen te maken over dat factuurtje,” zei hij geïrriteerd. “Morgen heeft u uw geld, hoor. Maar er moet mij wel iets van het hart. Ik ben er in mijn leven vele tegengekomen, in alle soort en maten. Maar u bent ‘by far’ de grootste kruidenier die ik ken.”

 

Deze column is geschreven voor Den Haag Centraal, waarin Raymond de Mooij maandelijks schrijft over wat hij meemaakt in zijn praktijk.


Publicatiedatum:26 juni 2019