Pro Deo

Pro Deo

Dertig jaar geleden begonnen mijn zakenpartner Antoine de Werd en ik onze carrière in de advocatuur aan de Leyweg met een zogenaamde ‘toevoegingenpraktijk’. Onze cliënten maakten gebruik van het systeem van gefinancierde rechtshulp, omdat ze de normale tarieven van advocaten niet konden betalen. De overheid sprong in om ervoor te zorgen dat de toegang naar de rechter bleef gewaarborgd. Wij kregen door de staat vaste bedragen per zaak uitbetaald.

In de volksmond werkten wij ‘pro Deo’, voor God dus. De gedachte is dat God degene beloont die belangeloos arbeid verricht ten behoeve van zijn medemens. Alhoewel menig advocaat bij de hemelpoort enige hulp kan gebruiken om binnen te komen, waren er in onze begintijd niet veel advocaten die pro Deo de advocatuur bedreven. Later ontdekten wij de reden. Onze praktijk groeide en GMW advocaten moest advocaten aannemen om het werk aan te kunnen. Maar de vergoedingen die wij kregen voor pro-Deozaken waren toen al dermate laag, dat wij daarvan de salarissen van onze werknemers niet konden betalen. Om zakelijk te overleven namen wij een drastische beslissing: wij stopten na een aantal jaren met toevoegingszaken en hielden ons alleen nog bezig met de commerciële advocatuur.

Ons besluit om op te houden met pro-Deowerk, deed al snel de ronde in Den Haag. Bij het schoolplein werd ik aangesproken door de deken van de Haagse Orde van Advocaten. Wat had hij nu gehoord? Waren wij gestopt met toevoegingszaken? Maar waren wij ons wel bewust van onze maatschappelijke verantwoordelijkheid? Die laatste vraag zorgde voor de nodige hilariteit binnen onze kantoormuren. De deken werkte zelf voor een groot advocatenkantoor waar geen pro-Deozaken werden behandeld en de partners ieder jaar met een winstdeel van vele tonnen naar huis gingen.

Inmiddels, 25 jaar later, is de situatie voor de rechtzoekenden er niet beter op geworden. De toevoegingsvergoedingen zijn alleen maar lager geworden en menig advocatenkantoor met een sociale inborst moest zijn deuren sluiten. Steeds minder rechtszoekenden kunnen zich dus verzekeren van juridische bijstand. Minister Dekker (ironisch genoeg de minister voor Rechtsbescherming) heeft recent plannen bekendgemaakt die betekenen dat alleen asielzaken en strafzaken nog gefinancierd worden door de overheid. Het moet dus nog een onsje minder.

Aanleiding voor de plannen van de VVD-minister vormt de recente mislukking van de digitalisering van de rechtspraak. De rekening voor dit zoveelste IT-debacle van de overheid (220 miljoen euro) wordt zoals te doen gebruikelijk bij de burger neergelegd. De kosten van rechtshulp moeten verder worden teruggebracht. Rechters en het Openbaar Ministerie waarschuwen dat verdere bezuinigingen de rechtsstaat zullen uithollen.

Gaan de nieuwste plannen van de minister door, dan zullen in de toekomst alleen vermogende mensen en bedrijven nog toegang tot de rechter hebben. Wij stevenen dus af op de situatie waarin de overheid haar burgers niet meer de benodigde rechtsbescherming kan bieden.

Misschien was de opmerking van de deken van zoveel jaren geleden zo gek nog niet en moet de advocatuur – nu de overheid afhaakt – inderdaad haar maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. En afspreken dat álle advocaten ieder jaar een bepaald aantal zaken pro Deo behandelt, maar dan nu echt voor niets. Of voor God, zo men wil.

Deze column is geschreven voor Den Haag Centraal, waarin Raymond de Mooij maandelijks schrijft over wat hij meemaakt in zijn praktijk.


Publicatiedatum:10 oktober 2018