Het vogeltje

Het vogeltje

Het was een nauwelijks hoorbaar getik, dat mij na een paar dagen toch ging irriteren. Ik liep mijn kamer uit en ging op zoek naar de oorzaak. Die vond ik al snel. In de hal van ons kantoor aan de Scheveningseweg bevinden zich een paar hoge ramen. Aan de buitenkant, op een van de kozijnen, zat een vogeltje. Hij keek naar binnen. Eens per minuut wipte het beestje omhoog, om vervolgens met zijn kop tegen het raam te vliegen. Dat deed hij de hele dag door.

“Het vogeltje kijkt niet naar binnen. Hij ziet zichzelf in de zonwerende folie die we vorig jaar op de ramen hebben laten plakken,” zei een medewerkster. “Het diertje denkt dat zijn spiegelbeeld een indringer is en valt aan. Hij is zijn eigen grootste vijand.”

Die dag ontving ik Bert de Harde, een vriend van mij. Bert is een eind in de tachtig. Hij ziet slecht, loopt moeilijk, maar is nog scherp van geest. Een schat van een man, maar stronteigenwijs. Bert had als zelfstandig ondernemer miljoenen verdiend en was gewend zijn zin te krijgen. De afgelopen jaren kwam hij regelmatig bij mij langs. Vaak met problemen die geen problemen waren. Of met zaken waarin hij evident ongelijk had. Als ik hem dat vervolgens duidelijk probeerde te maken, kreeg Bert de pest in. Ik kreeg dan de wind van voren.

“Het was in 1979, maar het kan ook 1980 geweest zijn,” vertelde mijn cliënt. “Ik heb toen in opdracht van Rickie van Vliet drie appartementen gebouwd in Scheveningen. De aanneemsom was 400.000 gulden. Hoewel er van alles tegenzat met de bouw, heb ik die flats keurig binnen de termijn opgeleverd.” Al pratend was Bert de Harde rood aangelopen. “Het erge is, die Van Vliet heeft mij toen maar 380.000 gulden betaald. Hij vond de afwerking van de appartementen slordig, was het verhaal. Maar dat was pertinente onzin, een smoes. Vorige week zag ik Rickie op het Lange Voorhout lopen. Met een rare rooie broek aan. Toen bedacht ik mij dat ik nog 20.000 gulden van die zak krijg. Dus daarom zit ik hier”.

Voorzichtig begon ik met de inleiding. “Wat een beroerd verhaal, Bert. Daar ben je goed in het pak genaaid door die Van Vliet. Ik kan mij ook goed voorstellen dat jij je centen wilt hebben, alleen….” Hard sloeg mijn cliënt met zijn vlakke hand op tafel. “Wat? Begin je weer? Klopt het weer niet wat ik zeg?”

Ik schonk mijn cliënt een kop koffie in. “Jouw vordering is verjaard, Bert. Je bent te laat. Als je gaat procederen, verlies je en word je veroordeeld in de proceskosten. Geloof me.” Die boodschap beviel Bert de Harde slecht. Hij stond op. “Ik weet het goed gemaakt,” zei hij, “ik pak mijn spullen en ga naar een andere advocaat. Eentje die zijn vak verstaat.”

Ik probeerde hem nog tegen te houden, maar mijn oude vriend was boos en liep door de hal naar de uitgang van ons kantoor. Even schrok hij van zijn eigen weerspiegeling in de glazen voordeur. Toen wandelde hij naar buiten, startte zijn auto en reed weg.

 

Deze column is geschreven voor Den Haag Centraal, waarin Raymond de Mooij maandelijks schrijft over wat hij meemaakt in zijn praktijk.

 


Publicatiedatum:1 maart 2019