Onenigheid met ex-partner over verrekening kosten van de huishouding
Onenigheid met ex-partner over verrekening kosten van de huishouding

Onenigheid met ex-partner over verrekening kosten van de huishouding

De meeste mensen die getrouwd zijn, betalen de kosten van hun huishouding naar rato van hun inkomen. Dat is ook het uitgangspunt in de wet en in de meeste huwelijkse voorwaarden. Maar wat nu als tijdens huwelijk de één meer heeft betaald dan conform genoemde verdeelsleutel? Wordt dit dan bij een echtscheiding gecompenseerd door de ex-partner?

Getrouwd in gemeenschap van goederen

Echtgenoten die in gemeenschap van goederen zijn getrouwd, hebben, op een aantal uitzonderingen na, geen ‘eigen’ geld. Zij kunnen geen vorderingen op elkaar hebben zolang het huwelijk nog niet is ontbonden. Dat laatste gebeurt pas als er bij de rechtbank een verzoek tot scheiding is ingediend. De kosten van de huishouding worden per definitie uit gemeenschappelijk inkomen betaald, ongeacht uit wiens salaris. Al het inkomen is immers gemeenschappelijk. Er zal dus geen verrekening van de kosten plaatsvinden.

Getrouwd onder huwelijkse voorwaarden

Dat ligt echter anders als de echtgenoten buiten enige gemeenschap van goederen zijn gehuwd (koude uitsluiting) en ook niet met elkaar hebben afgesproken bij scheiding met elkaar af te rekenen alsof zij in gemeenschap van goederen waren gehuwd (finaal verrekenbeding). Degene die tijdens het huwelijk te veel heeft betaald (dan naar rato van inkomen) wil daar bij echtscheiding wellicht een vergoeding voor. Dit blijkt in de praktijk een bijna onmogelijke klus.

Vervalbeding bij echtscheiding

In de meeste huwelijkse voorwaarden is een zogenaamd ‘vervalbeding’ opgenomen. Dat houdt in dat  een vordering wegens te veel betaalde kosten van de huishouding moet worden ingesteld binnen een jaar (of een aantal jaren) na het jaar waarop de vordering betrekking heeft. Dit gebeurt in de praktijk nu eenmaal niet binnen een (goed) huwelijk. Misschien pas als duidelijk wordt dat er een echtscheiding aan zit te komen, maar dan kan de vordering slechts betrekking hebben op het jaar voorafgaand aan de echtscheiding, niet op het (verre) verleden. Wie wat heeft betaald 10 jaar geleden is dus niet meer relevant. Compensatie voor een scheve verdeling van de kosten van de huishouding achteraf is niet mogelijk. Het vervalbeding staat daaraan in de weg. De Hoge Raad acht dit niet in strijd met de in het recht zo belangrijke ‘maatstaven van redelijkheid en billijkheid’. Ook zonder vervalbeding is een vergoeding voor te veel betaalde kosten van de huishouding vrijwel een mission impossible. Uit de rechtspraak volgt namelijk dat als echtgenoten de huishoudkosten niet periodiek hebben afgerekend, degene die bij echtscheiding verrekening wenst zijn recht daarop in principe heeft verloren (afgezien van wellicht het laatste jaar). Alleen als echtgenoten een zodanige administratie hebben bijgehouden dat over de afgelopen jaren nog exact herleid kan worden wie wat heeft betaald zou verrekening achteraf nog een optie kunnen zijn. De praktijk leert dat maar weinig echtgenoten hun huishoudboekje zo nauwkeurig bijhouden dat achteraf gereconstrueerd kan worden 1) welke kosten van de huishouding allemaal zijn betaald (wat zijn kosten van de huishouding?) en 2) wie welke kosten heeft betaald, laat staan dat al het bewijs daarvoor nog aanwezig is in de vorm van oude bankafschriften bijvoorbeeld. Ook zonder vervalbeding is het dus lastig om achteraf een tijdens het huwelijk ontstaan patroon recht te zetten.

Hoe scheefgroei voorkomen?

Leef zoveel mogelijk volgens de verdeelsleutel die in uw huwelijkse voorwaarden staat en contoleer periodiek of de afspraken hierover nog corresponderen met uw wensen. Indien u tijdens uw huwelijk schreefgroei constateert, kaart het aan bij uw echtgenoot, want in het geval van een scheiding is het achteraf moeilijk om een vergoeding te krijgen.