Opmerkelijke-uitspraak-betaling-aan-ex-partner-gaat-door-na-overlijden
Opmerkelijke-uitspraak-betaling-aan-ex-partner-gaat-door-na-overlijden

Opmerkelijke uitspraak: betaling aan ex-partner gaat door na overlijden

Als uw (ex)-partner overlijdt en u heeft afgesproken dat hij u een bedrag betaalt per maand, dan zou u verwachten dat bij overlijden van deze (ex)-partner die betalingsverplichting vervalt. Ik kwam echter een opmerkelijke uitspraak tegen van het Gerechtshof Den Bosch van mei 2017, die ik u niet wil onthouden.

Wat was de situatie?

Een man en een vrouw wonen samen, maar zijn niet getrouwd. Wel sluiten ze in 1999 een samenlevingsovereenkomst bij een notaris waarin staat opgenomen dat de vrouw tot aan de samenwoning een uitkering had krachtens de Algemene Nabestaandenwet en die uitkering stopt op het moment dat zij gaat samenwonen. De man en de vrouw spreken daarom onder meer af dat als de relatie van partijen eindigt, anders dan door overlijden, de man aan de vrouw tot aan haar 65e jaar maandelijks een bedrag zal uitkeren gelijk aan het bedrag dat zij op dat moment zou ontvangen zoals volgt uit de Algemene Nabestaandenwet.

Beëindiging van de relatie

In 2006 beëindigen zij hun relatie – en dus de samenwoning – en de man betaalt conform de samenlevingsovereenkomst vanaf dat moment maandelijks het overeengekomen bedrag aan de vrouw.

Overlijden van de man

In 2011 overlijdt de man. Zijn twee kinderen zijn erfgenamen. De vrouw maakt vervolgens aanspraak op doorbetaling van de maandelijkse uitkeringen tot aan haar 65e levensjaar op grond van de samenlevingsovereenkomst. De erfgenamen weigeren echter de betalingen te verrichten.

De vrouw stapt naar de rechter en de rechtbank wijst aanvankelijk de vordering van de vrouw af. De rechtbank overweegt hierbij dat de onderhoudsverplichting niet een schadevergoeding of een lijfrente is en dat het een onderhoudsverplichting betreft die niet vererft.

In hoger beroep

De vrouw gaat in hoger beroep en stelt onder meer dat er sprake is van een overeenkomst tot betaling van een periodieke uitkering totdat zij 65 jaar wordt. Alsmede beroept zij zich op de redelijkheid en billijkheid. Het Hof stelt voorop de vraag wat de bedoeling van partijen is geweest bij het aangaan van de overeenkomst. De vrouw stuurt aan de rechtbank een brief van de notaris die destijds de overeenkomst heeft opgesteld. De notaris verklaart dat “het de bedoeling van beide partijen is geweest dat de uitkering niet zou eindigen bij overlijden van de man”. De erfgenamen mogen tegenbewijs leveren, maar slagen daarin niet. De erfgenamen moeten dus het overeengekomen bedrag aan de vrouw betalen totdat zij 65 jaar is.

Let op

Erfgenamen die een erfenis aanvaarden zonder voorbehoud, kunnen in dit soort situaties ook op hun eigen vermogen worden aangesproken. Heeft u vragen over dit onderwerp? Neem dan contact met mij op.